Nieuws

Waarom zeldzame plantensoorten zeldzaam zijn

Gepubliceerd op
24 juli 2014

Plantensoorten groeien niet zomaar overal, de ene soort is heel algemeen en komt op veel plekken voor, de andere soort is juist zeldzaam en groeit alleen op heel speciale plekken. In natuurgebieden komen soms veel algemene soorten voor, terwijl in de stad ook zeldzame soorten worden gevonden. Hoe komt dat? Welk mechanisme zit daar achter? Ofwel: waarom zijn zeldzame plantensoorten eigenlijk zeldzaam? Wieger Wamelink van Alterra zocht het uit en vandaag zijn de resultaten gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE.

Om te onderzoeken of zeldzame plantensoorten, zoals orchideeën, andere voorkeuren hebben dan algemene plantensoorten, zoals sommige grassen, hebben Wamelink en collega’s meer dan 10.000 bodemmetingen met de bijbehorende plantensoorten verzameld. Zij hebben hierbij onder andere gekeken naar grondwaterstand, voedselbeschikbaarheid, zuurgraad en zoutgehalte. “Uit onze metingen blijkt dat zeldzame plantensoorten veel kieskeuriger zijn dan algemene plantensoorten,” zegt Wieger Wamelink. “Zeldzame soorten hebben niet zozeer een voorkeur voor bepaalde plekken, maar redden het niet op heel veel andere plekken. Zo komen sommige zeldzame planten bijna alleen maar voor op plekken waar weinig nitraat in de bodem zit, terwijl algemene plantensoorten weinig voorkeur hebben en dus ook bij hogere nitraat-concentraties voorkomen. Daar pesten ze de zeldzame planten weg. Het zijn dus vooral de voorkeuren van planten voor bepaalde bodemkenmerken die bepalen of een plant zeldzaam is of niet.”

Wamelink heeft 23 bodemkenmerken onderzocht: drie van de grondwaterstand (voorjaars-, laagste en hoogste grondwaterstand), vochtgehalte, zuurgraad van de bodem (pH, op twee manieren gemeten), zoutgehalte van de bodem, koolstof- en stikstofgehalte en de verhouding daartussen, het kalium- , calcium-, natrium-, ammonium-, nitraat- en fosfaatgehalte, het totale fosforgehalte (op twee manieren), het organische-stofgehalte en het elektrisch geleidend vermogen. “Hiermee hebben we de belangrijkste elementen in de bodem die het voorkomen van plantensoorten bepalen te pakken, met uitzondering van de (zware) metalen. In totaal hebben we zo voor 973 plantensoorten kunnen bepalen onder welke omstandigheden ze voorkomen. Daaronder waren 190 zeldzame soorten (soorten die voorkomen op de rode lijst van bedreigde plantensoorten). Hoewel ook het gevoerde beheer (maaien, plaggen of kappen), het klimaat en het verspreidingsvermogen van plantensoorten een rol spelen, zijn het de bodemkenmerken die in belangrijke mate bepalen of plantensoorten ergens voorkomen. En dus of ze zeldzaam zijn. Deze verschillen in voorkeur zijn vooral groot voor de concentraties nitraat, fosfaat, fosfor, natrium en chloor in de bodem, alsmede voor de zuurgraad.”

Een deel van de relevante bodemkenmerken heeft direct te maken met actuele problemen die in veel natuurgebieden spelen, zoals een hoge stikstofdepositie, verdroging, de fosfaatproblematiek en de verzuring. Het inzicht dat uit dit onderzoek naar voren is gekomen is dan ook belangrijk voor natuurbeheer, met name voor het behoud van zeldzame plantensoorten. Natuurbeheerders kunnen nu bodemmonsters nemen en aan de hand daarvan bepalen of er iets mis is met de bodem in relatie tot de plantensoorten die in dat gebied van nature zouden kunnen voorkomen. Wieger Wamelink: “Zij kunnen dan desgewenst maatregelen nemen om de bodemomstandigheden te verbeteren. Het kan dan gaan om vaker of intensiever maaien of het verhogen van de grondwaterstand. Ook kan soms worden gedacht aan plaggen, het afvoeren van de bovenste bovenlaag en de vegetatie. Door zo de omstandigheden te manipuleren kunnen zeldzame soorten weer een kans krijgen omdat dan hun voorkeursomstandigheden worden gecreëerd.”