Wageningen Environmental Research berekent CO2-emissies uit landgebruik en bosbouw

Nieuws

Wageningen Environmental Research berekent CO2-emissies uit landgebruik en bosbouw

Gepubliceerd op
19 september 2017

Nederland heeft zich via de VN-klimaatconventie en het Kyoto Protocol verplicht om jaarlijks te rapporteren over broeikasgasemissies en koolstofopslag van de verschillende vormen van landgebruik. Binnen de Nederlandse Emissieregistratie werkt Wageningen Environmental Research aan de methodologische ontwikkeling en berekeningen voor de landgebruik- en bosbouwsector. De resultaten worden ieder jaar door de Emissieregistratie van het RIVM vastgelegd.

Richtlijnen

Verschillende richtlijnen vanuit de VN-klimaatconventie (UNFCCC) geven de kaders aan hoe broeikasgasemissies moeten worden gemonitord en gerapporteerd. De verder uitgewerkte methodologie hierachter voor het Nederlandse monitoring- en rapportagesysteem is ontwikkeld door Wageningen Environmental Research. WOt-technical report 95 geeft een overzicht van deze methodologie, en de daarbij gebruikte activiteitendata en emissiefactoren. Daarbij gaat het onder meer om de categorie├źn bos, bouwland, grasland, wetlands, bebouwd gebied, en geoogste houtproducten (de zogenoemde LULUCF-sector; LULUCF staat voor land use, land use change and forestry).  

Landgebruik

In Nederland is de LULUCF-sector een netto bron van broeikasgasemissies. Dit gebeurt vooral in de veenweidegebieden waar het grondwaterpeil sterk wordt verlaagd voor de landbouw. Veenbodems oxideren waarbij grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer komen. Daar staat tegenover dat er ook koolstof in bossen wordt opgeslagen, maar die hoeveelheid kan de emissies uit veenweides niet compenseren. Hoewel het totale oppervlakte bosareaal tot en met 2012 is toegenomen, is de dynamiek in het bosareaal relatief hoog en kennen we in Nederland een relatief hoge bruto ontbossing met bijbehorende emissies. 

Emissieregistratie

De cijfers van de Emissieregistratie zijn een onderbouwing van het te voeren beleid. Het beleid moet rekening houden met de verschillende vormen van landgebruik en belangen van actoren. Deze belangen lopen vaak uiteen, zoals op het snijvlak van onder meer landbouw, waterbeheer en natuur. De monitoring en monitoringsmethodiek moeten daarom robuust en onomstreden zijn. In de Europese Unie is een discussie gaande hoe LULUCF-emissies in het energie- en klimaatdebat een plek kunnen krijgen. Dit heeft effect op de systematiek van monitoring en verslaglegging van de broeikasgasemissies en koolstofvastlegging. In toekomstige rapportages zal rekening gehouden moeten worden met deze aanpassingen in de richtlijnen. 

Wettelijke taak

Het methodologisch onderzoek voor het nationale systeem om broeikasgasemissies voor de LULUCF-sector te berekenen, vindt plaats als wettelijke onderzoekstaak natuur & milieu. Gegevens worden aangeleverd aan de Emissieregistratie van de Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De emissiecijfers worden vastgelegd in een National Inventory Report en gerapporteerd aan de VN Klimaatconventie (UNFCCC) en het Kyoto Protocol (KP) en voor EU-verplichtingen.