Wageningen UR werkt aan duidelijke normen voor biobased producten

Persbericht

Wageningen UR werkt aan duidelijke normen voor biobased producten

Gepubliceerd op
9 februari 2015

In opdracht van de EU doet Wageningen UR Food & Biobased Research onderzoek naar normen voor biobased producten. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over biobased producten, die vaak andere functionele eigenschappen en andere end-of-life opties kennen dan aardolie gebaseerde producten. Heldere normen dragen bij aan het wegnemen van barrières voor de introductie van deze producten op de markt.

Allerhande biobased producten worden op dit moment ontwikkeld: biobased verven, lijmen en oplosmiddelen, maar ook bioplastics en verpakkingen, biobased meststoffen en biobased additieven. Voor deze nieuwe, biobased productgroepen ontbreken veelal duidelijke normen.

Verouderde normen

Karin Molenveld, onderzoeker bij Wageningen UR Food & Biobased Research, illustreert de problemen die zo ontstaan: ‘Sommige normen, zoals die voor isolatiematerialen, zijn verouderd. De standaard testmethode om de isolatiewaarde te bepalen stamt bijvoorbeeld nog uit de tijd dat er uitsluitend materialen uit minerale of fossiele grondstoffen op de markt waren, zoals steenwol. Biobased alternatieven hebben vaak minstens even goede functionele eigenschappen.’ Toch komen deze  alternatieven ten onrechte slecht uit de gangbare functionaliteitstesten, omdat hun aanvullende gunstige eigenschappen niet in de bestaande norm worden meegenomen. Denk aan ademende of vochtregulerende eigenschappen. Voor veel bedrijven zijn dit soort belemmeringen de reden om (nog) geen biobased producten te maken.

Misverstanden over end-of-life opties

Ook over de ‘end-of-life’ opties van biobased producten, zoals composteerbaarheid, mogelijkheden voor vergisting en recycling, bestaan veel misverstanden. Wanneer een product het predicaat ‘composteerbaar’ krijgt, denkt men al snel dat het ook biologisch afbreekbaar is in bijvoorbeeld een maritieme omgeving. Dat is niet altijd het geval: de afbraak in een composteerproces verloopt heel anders dan bijvoorbeeld in de volle grond, en die is weer anders dan in de zee.

Deze en andere misverstanden werpen barrières op voor biobased producten. Enerzijds omdat onterecht claims worden verbonden aan omschrijvingen zoals ‘composteerbaar’ of ‘bioafbreekbaar’. Anderzijds omdat bedrijven die te maken krijgen met end-of-life opties, zoals recyclingbedrijven, biobased producten niet willen verwerken. Vanwege die onduidelijkheid zijn recyclingbedrijven bang dat biobased producten de kwaliteit van de recyclingstroom verminderen.

Om deze en andere misverstanden weg te nemen, bekijkt Wageningen UR in het project Open-Bio wat er precies gebeurt met een biobased of composteerbare verpakking wanneer deze in het sorteersysteem terecht komt. Daarnaast werken onderzoekers aan betere testmethoden voor het bepalen van de bioafbreekbaarheid in verschillende (bedoelde en onbedoelde) end-of-life opties. Opties zoals anaerobe vergisting, thuis-composteren, bioafbreekbaarheid in volle grond en in de zee.

Duidelijkheid scheppen

Met de ontwikkeling van heldere normen voor biobased producten draagt Wageningen UR bij aan de herkenbaarheid van deze producten. Dit schept duidelijkheid voor bedrijven, overheden en consumenten en helpt obstakels weg te nemen, zodat biobased producten daadwerkelijk op de markt geïntroduceerd kunnen worden.