Wat maakt voedseleducatieprogramma’s op basisscholen effectief?

Nieuws

Wat maakt voedseleducatie-programma’s op basisscholen effectief?

Gepubliceerd op
24 januari 2019

​Voedseleducatie op basisscholen komt steeds meer voor. Maar wanneer is een programma effectief? En wat maakt een voedseleducatieprogramma effectief? Angeliek Verdonschot doet onderzoek naar componenten van voedseleducatieprogramma's in Nederland.

Voedseleducatie is niet meer weg te denken op basisscholen in Nederland. Zo doen jaarlijks bijna 3.000 basisscholen mee aan het EU-Schoolfruit- en groenteprogramma. Ook hebben bijna 5000 basisscholen in de afgelopen jaren gebruik gemaakt van het lesprogramma Smaaklessen. Andere programma's die ingezet worden door scholen zijn onder meer 'Ik eet het beter' en 'Lekker Fit'. Tot slot werken steeds meer scholen met het model van Gezonde School.

Studie

De studiepopulatie bestaat uit drie groepen:

  • scholen die meedoen aan EU-Schoolfruit én Smaaklessen
  • scholen die meedoen aan EU-Schoolfruit
  • scholen die niet aan voedseleducatie doen (controlegroep)

Met behulp van een vragenlijst worden de volgende aspecten gemeten:

  • kennis over voeding
  • groente- en fruitconsumptie
  • voedselvaardigheden

In totaal doen 1.700 kinderen uit groep 6 en 7 mee aan de studie. De vragenlijst wordt drie keer ingevuld: voorafgaand aan het EU-Schoolfruit- en groenteprogramma 2018-2019, tijdens en 6 maanden later.

Door de drie verschillende groepen te vergelijken wordt gekeken naar de invloed van 1) de educatie component (d.m.v. Smaaklessen) en 2) de omgevingscomponent - de beschikbaarheid van groente en fruit (d.m.v. EU-Schoolfruit).

Wageningen University & Research in samenwerking met University of Newcastle

Het onderzoek is een onderdeel van een driejarig project in samenwerking met The University of Newcastle, Australië.