Framework for reforming water resources allocation mechanisms

Nieuws

Waterallocatie hervormingen: is Nederland op de toekomst voorbereid?

Gepubliceerd op
18 juli 2014

Klimaatverandering zal leiden tot langere droge perioden, terwijl de groeiende bevolking meer water zal vragen. Daardoor wordt de concurrentie om het schaarser wordende zoetwater intenser. Water is een onvervangbaar onderdeel van productieprocessen voor economische sectoren (zoals landbouw en industrie) alsook voor de natuur. De toewijzing van water aan sectoren in gevallen van waterschaarste is vaak gebaseerd op historische gronden. Gegeven de huidige en toekomstige omstandigheden kunnen oude toedelingsmechanismes leiden tot aantasting van de natuur, verlies aan mogelijke economische ontwikkelingen of het onevenredig treffen van groepen watergebruikers. Om aan moderne eisen te kunnen voldoen moeten waterallocatie mechanismen worden herzien en waar nodig hervormd. Nieuwe mechanismen zijn bij voorkeur flexibel en kunnen omgaan met fluctuaties in waterbeschikbaarheid en watervraag.

Onlangs hebben het ministerie van Infrastructuur en Milieu, LEI Wageningen UR, de OESO en Unesco IHE een workshop georganiseerd voor watertoedelingsexperts uit verschillende landen (onder andere uit Australië, Korea, Verenigde Staten, Verenigd koninkrijk, Frankrijk en Nederland). Het primaire doel was het adviseren en reviewen van het te verschijnen OESO-rapport over waterallocatie. Dit rapport bevat een raamwerk en checklist voor de beoordeling van watertoedelingsmechanismen; de meerderheid van OESO-landen is bezig met hervormen of met hervormingsplannen. Nederland wil een rol spelen in het oplossen van mondiale problemen zoals voedsel en watertekorten (Ministerie van  BuZa, 2011). Voor Nederland zelf is de verdeling van schaars zoetwater actueel voor de Deltabeslissing Zoetwater, waarin maatregelen worden getroffen om de verdeling van zoetwater te verbeteren en het concept zoetwatervoorzieningenniveau wordt geïntroduceerd.

Raamwerk voor hervorming van water toedelingsmechanismen

Er is niet één optimaal toedelingsmechanisme, omdat de omstandigheden per land or regio sterk verschillen. In het te verschijnen rapport zal de OESO een inventarisatie van de verschillende hervormingen presenteren. Het OESO-raamwerk is gebaseerd op drie doelen: economische efficiëntie, milieu-effectiviteit en sociale gelijkheid. Economische efficiëntie betekent dat water wordt toegedeeld aan gebruikers die er veel waarde aan toekennen of werkgelegenheid creëren, het watergebruik tot een minimum beperken, risico’s efficiënt spreiden (vermijden grote schades), slim investeren en een prikkel hebben om te innoveren. Het tweede doel is milieu-effectiviteit: bepaalde kwetsbare ecosystemen moeten verzekerd van water om te overleven. Sociale gelijkheid is gelijkheid tussen (bestaande en nieuwe) gebruikers. Kosten en baten worden evenredig verdeeld, evenals de risico’s.

Er kan een aantal belangrijke lessen uit de voornoemde workshop worden getrokken. Water heeft een waarde, die ook in geld kan worden uitgedrukt. Als eigendomsrechten zijn verdeeld, kan er een markt ontstaan waarbij water wordt verhandeld. Een heffingenstelsel voor watergebruik moet transparant en eerlijk zijn; gebruikers worden belast naar gebruik, waarmee er een prikkel voor efficiënt watergebruik is. Het toedelingsmechanisme moet flexibel zijn. De infrastructuur voor toedeling moet door meerdere watervragers kunnen worden gebruikt.

Hervormingen van de bestaande water allocatiemechanismen zijn tijdrovend en brengen veel (transactie)-kosten met zich mee. Er moet  een duidelijke noodzaak voor hervormingen zijn. De baten/voordelen van hervormingen moeten opwegen tegen de kosten. Tot slot staat het watertoedeling niet op zich en spelen andere beleidsvelden een rol bij de hervormingen zoals energiebeleid, landbouwbeleid en waterkwaliteitsbeleid.

Nationaal Deltaprogramma: De Deltabeslissing Zoetwater

Op Prinsjesdag verschijnt het Nationale Deltaplan 2015, met daarin de deltabeslissingen. De Deltabeslissing Zoetwater zal voorzieningenniveaus introduceren. Deze geven watergebruikers inzicht in de hoeveelheid water die de overheid kan leveren. Daarmee weten gebruikers op hoeveel water ze kunnen rekenen  bij droogte. Hiermee worden de risico’s bij droogte voor gebruikers inzichtelijk, zodat ze zelf aanvullende maatregelen kunnen treffen, zoals het aanleggen van een bassin voor de opslag van water. Met de verschillende watergebruikers worden afspraken gemaakt over de invulling van deze voorzieningenniveaus. Het LEI zal de conclusies van de workshop gebruiken bij de advisering van Deelprogramma zoetwater over de toedeling van water.

Verdringingsreeks
Verdringingsreeks

Inlichtingen bij Vincent Linderhof (LEI Wageningen UR), Stijn Reinhard (LEI Wageningen UR) en Niels Vlaanderen (ministerie van Infrastructuur en Milieu)