Nieuws

Website Compendium voor de Leefomgeving vernieuwd

Gepubliceerd op
14 juni 2016

Voor iedereen op zoek naar feiten en cijfers over het milieu, de natuur, en ruimtelijke inrichting is er de website ‘Compendium voor de Leefomgeving’ (www.clo.nl). Op 14 juni is een compleet nieuwe versie van dit online naslagwerk gelanceerd.

Bijna 700 indicatoren

Hoe staat het met de waterkwaliteit? Hoe tevreden zijn Nederlanders met hun leefomgeving? Neemt de uitstoot van schadelijke gassen af of toe? Hoe gaat het met de otter en hoe komt dat? Op het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) bundelen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Wageningen UR bijna 700 indicatoren die de stand van milieu, natuur en ruimte in Nederland weergeven in feiten en cijfers.

Wat is er nieuw?

  • Een nieuw uiterlijk met o.a. een groter lettertype en grotere figuren
  • De informatie is beter vindbaar, dankzij een nieuwe indeling en verbeterde zoekfunctie
  • Ruim tachtig kernindicatoren zijn nu ook in het Engels beschikbaar

Onafhankelijke informatie door drie toonaangevende organisaties

Het CLO is al meer dan tien jaar een vraagbaak voor beleidsmakers, onderzoekers, journalisten en geïnteresseerden die op zoek zijn naar de laatste stand van zaken rond de leefomgeving; de site trekt maandelijks zo’n 25.000 bezoekers. Bijna alle data zijn bovendien ‘open data’. Dat betekent dat gebruikers de gegevens gemakkelijk kunnen downloaden en zelf toepassen voor hun eigen onderzoek.

Feiten en uitleg

Naast de feiten verschaft het CLO uitleg bij de cijfers en wordt een koppeling gemaakt met beleidsdoelen van de overheid. Doordat indicatoren regelmatig worden bijgewerkt kunnen bezoekers van de website  ontwikkelingen ook volgen in de tijd. CBS, PBL en Wageningen UR zijn ‘hofleverancier’ van alle data; daarnaast biedt de website toegang tot gegevens van andere relevante organisaties, zoals het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Rijkswaterstaat, en het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).