Persbericht

Wegvallen derogatie: sterke toename benodigde mestverwerkingscapaciteit of aanzienlijk minder graasdieren

Gepubliceerd op
16 maart 2016

Als de Europese derogatieregeling voor mestafzet voor Nederland vervalt, stijgen de kosten van mestafzet voor rundveemest met circa 116 miljoen euro, gebaseerd op het aantal dieren van 2013 en het mestbeleid en mestafzet-prijzen van 2015. Bij het wegvallen van de derogatie is 75% meer mestverwerkingscapaciteit nodig omdat er minder mest op het land mag worden afgezet. De verwerking zal moeten toenemen tot circa 41 miljoen kilo fosfaat per jaar.

Als de benodigde mestverwerkingscapaciteit op het moment van het eventueel verlies van derogatie niet beschikbaar is, zal het aantal koeien moeten verminderen. Op basis van de dieraantallen van 2013 is dan een reductie van 20% van het aantal graasdieren nodig.

Naast de kosten van circa 116 miljoen euro komen daar voor de rundveehouderij circa 30 miljoen euro aan kosten van extra stikstofkunstmest en 9 miljoen euro aan kosten voor extra fosfaatkunstmest bij. In de akkerbouw nemen de kunstmestkosten met 3 miljoen euro af.

In Europa mag een agrarisch ondernemer 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare landbouwgrond per jaar gebruiken. Als een ondernemer meedoet aan de derogatieregeling, en dus als veehouder voldoet aan de voorwaarden, mag 250 kilo of 230 kilo stikstof uit rundveemest per hectare grasland en bouwland worden gebruikt. De Nederlandse Zuivel Organisatie en LTO Nederland hebben LEI Wageningen UR gevraagd om de effecten van het eventueel wegvallen van de derogatie op de kosten van mestafzet en de benodigde mestverwerkingscapaciteit in beeld te brengen.

Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van het MAMBO-model. De meest recent ingeladen cijfers voor dieraantallen in dit model tijdens het onderzoek zijn van 2013. De 2015-cijfers zullen de komende tijd worden ingeladen.