Nieuws

Werkt co-creatie voor natuurbeleid?

Gepubliceerd op
31 maart 2016

Bij co-creatie ligt de lat van samenwerking en dialoog hoog. Het draait zowel om het organisatie- en communicatievermogen van lokale actoren als het sociaal kapitaal dat aanwezig is in hun wijdere omgeving. Dit concluderen onderzoekers van LEI Wageningen UR en Alterra Wageningen UR in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Zoektocht

Het Rijk wil met de natuurvisie ‘Natuurlijk verder’ natuurcombinaties realiseren als een vorm van sociale innovatie. Een van de uitdagingen in deze zoektocht is om publieke en private partijen efficiënt en doeltreffend te organiseren, in rollen die vaak nieuw zullen zijn. Bij co-creatie wordt een hoge mate van openheid, vertrouwen, gelijkwaardigheid en wederkerigheid verondersteld. De kansen van co-creatie voor natuurbeleid hangen af van de individuele capaciteiten van de mensen ter plekke (micro-praktijk) en de hechtheid van sociale netwerken en (institutionele) vertrouwensrelaties in hun wijdere omgeving (macro-context). De handelingsperspectieven van de overheid – loslaten, faciliteren, stimuleren of regisseren – moeten hierop afgestemd zijn, wil co-creatie voor natuurbeleid werken. Co-creatie zal een sterk commitment van de betrokken partijen opleveren en zal zorgen voor stevig maatschappelijk draagvlak.

Rollen overheid

De discussie over de nieuwe rollen van publieke en private partijen staat aan het begin. Aansluitend op de ‘overheidsparticipatietrap’ van de Raad voor het Openbaar Bestuur, zijn in het rapport mogelijke rollen van de overheid gegeven.

POTENTIE CO-CREATIE Macro-context Soc. Kap. sterk Macro-context Soc. Kap. zwak
Micro-praktijk Co-creatie sterk Rijksoverheid: loslaten Lokale overheden: zorgen voor administratieve ontlasting waar mogelijk, letten op uitsluitings-mechanismen. Rijksoverheid: faciliteren Lokale overheden: opbouwen sociale netwerken/community, inschakeling intermediaire partijen die kunnen verbinden.
Micro-praktijk Co-creatie zwak Rijksoverheid: stimuleren Lokale overheden: gericht zoeken naar betrokken burgers/bedrijven, ontwikkeling van hands-on-capaciteiten door workshops en cursussen. Rijksoverheid: regisseren met erkenning van ‘lange adem’ Lokale overheden: assessment mogelijkheden co-creatie en opbouw sociaal kapitaal, afweging andere acties die mogelijk zijn.