Persbericht

Wetenschappelijke kennis is niet het monopolie van wetenschappers

Gepubliceerd op
26 augustus 2014

Discussies tussen wetenschappers en niet-wetenschappers over belangrijke maatschappelijke vraagstukken krijgen regelmatig een venijnig karakter. Zij verworden daardoor tot ‘gesprekken tussen doven’. Kennelijk overtuigen feiten, in zekere zin door wetenschappers gemonopoliseerd, niet. Ze laten belangrijke delen van die vraagstukken onderbelicht, met name het morele karakter van het debat. Om uit die impasse te geraken is het van groot belang ‘verder te kijken dan de feiten’ lang zijn, zegt prof.dr. Hedwig te Molder bij de aanvaarding op 28 augustus van het ambt van persoonlijk hoogleraar Strategische communicatie aan Wageningen University.

In 2008 werd op de Nederlandse televisie een documentaire uitgezonden over een moeder die haar kind bewust uitsluitend rauw voedsel gaf, omdat zij geloofde dat dat gezonder was. Sindsdien werd de vrouw voorwerp van een publiek debat en zelfs voor de rechter gedaagd wegens kindermishandeling. Het debat hierover doet denken aan andere kwesties zoals over ADHD, vaccinatie, genetische modificatie en gezonde voeding, zegt Hedwig te Molder in haar inaugurele rede The Hidden Moralities of Knowledge. Communicating Science and Technology in the Life Science Context. Zulke debatten moeten volgens haar niet gezien worden als een botsing tussen twee werelden, tussen de wetenschappelijke waarheid en de zorgen van leken. Noch is het een kwestie van ‘hoe de mensen te overtuigen als ze blijven volharden in het geloof in zaken die gewoon niet waar zijn’.

Verborgen moraliteit

Debatten als deze blijken vooral bij de deskundigen doorgaans een  gevoel van verontwaardiging op te roepen, legt Te Molder uit: “Omdat er over en weer met feiten wordt geschermd, nemen deze discussies al snel de gedaante aan van ‘kennisdebatten’, gevechten om kennis. De feiten worden echter ingezet voor belangrijke morele doelen die door een dergelijke typering onderbelicht blijven.” De morele verontwaardiging wordt veroorzaakt doordat het de betrokkenen niet meer lukt om betekenis aan de situatie te geven.

Naar deze verborgen moraliteit in het alledaagse leven doet prof Te Molder onderzoek. Zij vindt het essentieel om te begrijpen hoe mensen elkaar begrijpen, en aan de hand van welke maatstaven en regels zij elkaar, bewust of onbewust, beoordelen.

Een impliciete norm waaraan mensen in debatten refereren is het belang van een altijd kritische houding. "Als je echt goed nadenkt, neem je niets voetstoots aan. Dan onderzoek je alles. Eigenlijk is dat heel wetenschappelijk", aldus Hedwig te Molder: "In plaats dat het de wetenschap onderuit haalt, moet je dit juist zien als product van het verlichtingsdenken."

Maar die morele dimensie wordt door wetenschappers - vaak ten onrechte - begrepen als een aanval op de feiten, en daarmee op de wetenschapper zelf, stelt zij. Als reactie is die wetenschapper geneigd de feiten te monopoliseren. Hetgeen de tegenreactie oproept dat de 'leek' in kwestie ook zelf nadrukkelijk een beroep doet op de feiten en wetenschap als 'ook maar een mening' afdoet.

'Twee wereldenmodel'

Kale feiten overtuigen kennelijk niet want ze laten, zegt prof. Te Molder, belangrijke delen van maatschappelijke vraagstukken ongemoeid. Kennis is volgens haar een kwestie van identiteit en moraliteit. Een eerste vereiste voor een goede discussie is dat de wetenschap de kritische en onderzoekende houding van de burger serieus neemt. Het is van belang om het 'twee wereldenmodel' dat de huidige communicatie domineert te verlaten. Daarvoor zullen allereerst de feiten moeten worden gedeeld en moeten de wetenschapper en niet-wetenschapper elkaar bevragen op de relevantie ervan. Te Molder: "Het adagium is: verder kijken dan de feiten lang zijn. Waartoe worden ze ingezet en welke identiteit - de autonome patiënt, de kritische burger, de zelfverantwoordelijke ouder - staat voor gesprekspartners op het spel? Cruciaal is dat deze discussie in de publieke arena wordt gevoerd."