Zangvogels smullen van groenbemester Japanse haver

Nieuws

Zangvogels smullen van groenbemester Japanse haver

Gepubliceerd op
27 februari 2015

Op veel akkers in Nederland wordt Japanse haver gezaaid als groenbemester. Dit is het gevolg van een Europees project waarin gezocht werd naar planten die resistent zijn tegen schadelijke bodemaaltjes. Ruim tien jaar na afronding van het project wordt Japanse haver door veel vollegrondtelers gebruikt en is het één van de vier groenbemesters die ongemengd mogen worden geteeld in het kader van de vergroening. Maar de Japanse haver blijkt niet alleen geschikt om sommige schadelijke aaltjes te weren.

Het is ook een lekkernij voor zangvogels vertelt natuurvrijwilliger Johan Poffers: “Op een akker in De Krim (plaats in Overijssel, red.) heb ik al grote aantallen geelgorzen, vinken, groenlingen en ringmussen gespot op de Japanse haver. Ook van vogelaars uit België hoor ik dat de vogels daar smullen van de zaden van deze groenbemester.”

De introductie van Japanse haver in Nederland

Japanse haver

Met een Japans wetenschappelijk artikel begon de weg van Japanse haver, Avena Strigosa, naar Europa. Onderzoekers van Wageningen UR en kwekers legden, in het kader van het Europese project DREAM (2000-2003), de basis voor resistentie in aardappel en bladrammenas tegen het maïswortelknobbelaaltje, Meloidogyne chitwoodi. In literatuuronderzoek ontdekten zij een Japans artikel waarin de resistentie van een haversoort voor Pratylenchus penetrans, het wortellesieaaltje werd vermeld. Eén van de kwekers toog naar Japan en verkreeg daar het relevante plantmateriaal en ontwikkelde hiermee de groenbemester Japanse haver. Ook andere kwekers wisten groenbemestercultivars te ontwikkelen uit materiaal van andere werelddelen.

Dat nu blijkt dat ook zangvogels profijt hebben van een Europees project is toch een DREAM!
Leendert Molendijk

Niet ieder aaltje wordt geweerd

Onderzoeker Leendert Molendijk was destijds betrokken bij het Europese project Dream: “Samen met mijn projectpartners heb ik onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van de teelt van deze groenbemester en gaf dit gewas de naam Japanse haver. Het blijkt een prima gewas om het aaltje Pratylenchus penetrans onder controle te houden maar het aaltje Meloidogyne chitwoodi vermeerdert zich juist sterk op de wortels van dit gewas.” Molendijk raadt daarom aan om Japanse haver niet zo maar te gebruiken maar deze afhankelijk van de uitgangssituatie van het perceel in te zaaien.