Nieuws

Zeekoetsterfte na MSC Zoe – het belang van langetermijnonderzoek

Gepubliceerd op
6 mei 2019

In de nacht van 1 op 2 januari 2019 verloor het containerschip MSC Zoe maar liefst 342 containers. De media stonden vol van berichten over de enorme hoeveelheid zwerfvuil die dit opleverde en de mogelijke risico’s van gevaarlijke lading.

Foto: HavarieKommando
Foto: HavarieKommando

Ook op ons dossier is hier een aantal malen aandacht aan besteed (berichten van 11 januari, 4 februari, 1 april 2019) en Wageningen Marine heeft een quickscan over mogelijke gevolgen gepubliceerd (zie onder). Inmiddels is de media-aandacht vrijwel verdwenen, maar de eventuele gevolgen, en daarop gericht onderzoek lopen door.

Dode zeekoet op strand
Dode zeekoet op strand

Zeekoetsterfte

Binnen twee dagen na het overboord slaan van de containers, volgden meldingen van verzwakte en dode zeekoeten op de Nederlandse kust. De sterfte begon in het noorden, maar nam snel toe ook elders op de Nederlandse kust, en liep door tot in februari. Een ruwe schatting gaf aan dat mogelijk 20 duizend zeekoeten nabij Nederland omgekomen zouden zijn. Door de overeenkomst in plaats en tijd werd al snel een verband gelegd met de containers, daaruit lekkend gif of vele plastics. Maar ook andere mogelijke oorzaken werden genoemd waaronder langdurige storm, voedseltekort, vogelgriep, darminfecties, paraffine lozingen etc. Niet alleen in Nederland, maar tot ver in het buitenland trok massale zeekoetsterfte na het containerincident veel aandacht van de media.

Grootschalig onderzoek in Utrecht (foto Hans Verdaat)
Grootschalig onderzoek in Utrecht (foto Hans Verdaat)

Onderzoek

In een samenwerking tussen de Marine en Bioveterinary instituten van Wageningen Research, de faculteit Diergeneeskunde en het Dutch Wildlife Health Centre aan de Universiteit Utrecht werd een groot onderzoek opgezet, gefinancierd door het Ministerie van LNV. Dankzij de hulp van vele vrijwilligers, vogelasielen en Rijkswaterstaat RWS werden 123 zeekoeten en 12 alken verzameld en op 6 februari in een grote snijsessie onderzocht. Naast de registratie van de directe dissectiegegevens (leeftijd, geslacht, conditie etc.) werden maag-, darm- en weefsel-monsters genomen voor allerlei gedetailleerd onderzoek.

Sterk vermagerde zeekoet (foto Diergeneeskunde Utrecht)
Sterk vermagerde zeekoet (foto Diergeneeskunde Utrecht)

Resultaten

Het onderzoek resulteerde in een duidelijke conclusie: verhongering, maar géén relatie met gif of plastics uit de Zoe-containers, geen vogelgriep of andere ziektes, geen paraffine of olie. Voor alle details, zie het downloadbare rapport aan het eind van dit bericht.   

‘Verhongering’ klinkt belangrijk, maar zegt nog niet veel, want was daar dan de oorzaak van? Voedselomstandigheden of langdurig zware stormen in onze regio waren geen duidelijke aanwijzing. Uit langetermijntellingen van het Nederlands Stookolieslachtoffer Onderzoek van de Nederlandse Zeevogelgroep (NSO-NZG) bleek overigens dat de sterfte weliswaar hoog was, maar niet uitzonderlijk vergeleken met eerdere situaties van verhoogde sterfte. En ja, er was stormachtig weer maar vergeleken met eerdere winters niet extreem. Maar wat was dan wel de achtergrond?

Het uitvlieggewicht van zeekoetenkuikens bepaalt de overlevingskans.
Het uitvlieggewicht van zeekoetenkuikens bepaalt de overlevingskans.

Uitvlieggewicht

Veerkenmerken en ringgegevens wezen erop dat de herkomst van de gestorven zeekoeten voornamelijk rond de Noordzee zelf was, dus in belangrijke mate vanuit Britse kolonies. Het merendeel van de slachtoffers betrof kuikens uit het voorgaande zomerseizoen. Dankzij langlopend onderzoek op het Schotse Isle of May, door het Centre for Ecology & Hydrology (info Mike Harris), was bekend dat de zeekoetkuikens uit 2018 met een slechte lichaamsconditie waren uitgevlogen (gewicht ± 200g). Uit het langetermijn ring-onderzoek op deze locatie is bekend dat een dergelijk laag uitvlieggewicht wel vaker voorkomt, maar dat in die situatie 80% van de uitgevlogen kuikens de eerste winter niet overleeft. Kortom jonge zeekoeten op de Noordzee hadden in de winter 2018-19 een slechte uitgangspositie. Een korte storm uit het noorden werd zowel de MSC Zoe als vele zeekoeten fataal en dankzij de windrichting waren de gevolgen van beide verschijnselen goed merkbaar op de Nederlandse kust. Wat de achtergrond van het lage uitvlieggewicht in 2018 was, is niet duidelijk, maar goede en slechte jaren zijn voor zeevogels een normale situatie.

Witte industriële plastic pellets uit de MSC Zoe en gelijktijdig aanspoelende paraffine.
Witte industriële plastic pellets uit de MSC Zoe en gelijktijdig aanspoelende paraffine.

Plastics en paraffine

Dankzij het lange termijn graadmeter onderzoek aan noordse stormvogels waren we bij deze zeekoetensterfte goed in staat om maag- en darm inhouden gericht op plastics te kunnen onderzoeken. En ook de aanwezigheid van paraffine kon dankzij de ervaring in het stormvogelonderzoek snel en doelmatig worden onderzocht. Ruim een kwart van de onderzochte zeekoeten, meer dan verwacht, had wat plastic in de maag, maar kleine hoeveelheden en in geen enkel geval de plastic pellets, het piepschuim granulaat of ander plastic uit de Zoe-containers.  Paraffine-achtige stoffen werden één maal in de veren, en twee maal in darmen aangetroffen. Dat hoort daar natuurlijk niet, maar sluit paraffine als achtergrond voor de massale sterfte uit.

Plastics uit magen van de zeekoeten waren meestal draadvormig.
Plastics uit magen van de zeekoeten waren meestal draadvormig.
Dode zwarte zee-eenden worden gebruikt bij vervolgonderzoek.
Dode zwarte zee-eenden worden gebruikt bij vervolgonderzoek.

Vervolgonderzoek

In een later stadium zullen maaginhouden van noordse stormvogels en enkele andere soorten worden onderzocht op de mogelijke aanwezigheid van plastics afkomstig van de MSC Zoe-containers. Voor de hele Waddenzee regio geldt op dit moment met steun van RWS nog het verzoek aan de vrijwillige tellers/verzamelaars om niet alleen stormvogels, maar ook eidereenden en zwarte zee-eenden te verzamelen. Uit eerder onderzoek weten we dat dit type eenden in plaats van schelpdieren soms grotere stukken plastics inslikt.

Tellingen van dode zeevogels op stranden worden uitgevoerd door vrijwilligers van NSO-NZG.
Tellingen van dode zeevogels op stranden worden uitgevoerd door vrijwilligers van NSO-NZG.

Langetermijnonderzoek

Als het zeekoetenonderzoek na het MSC Zoe incident één ding heeft duidelijk gemaakt, dan is het wel het belang van langetermijnonderzoek. Olievervuiling speelt heden ten dage misschien niet zo’n grote rol meer en misschien moet de term ‘stookolieslachtoffer-onderzoek’ worden vervangen door de internationale term ‘Beached Bird Survey – BBS’. Maar het nut van dit soort tellingen ook in de toekomst kan niet worden overdreven. De BBS is een vinger aan de pols van de gezondheid van de Noordzee, en biedt een raamwerk waarbinnen opmerkelijke situaties kunnen worden ‘geplaatst’. Een vergelijkbaar belang is aanwezig in het lange termijn Schotse populatie-onderzoek en in de continue plasticmonitoring aan ons instituut.  Bij deze langetermijnonderzoeken mag ook de onmisbare hulp van vrijwilligers niet worden vergeten.

Download de rapporten