Nieuws

‘Leven binnen de planetaire grenzen is de grootste opgave voor de wereldbevolking’

Published on
2 september 2022

De opening van het academisch jaar op 5 september staat in het teken van planetary boundaries (planetaire grenzen). Wat zijn dat, hoe kun je ze onderzoeken en wat kun je doen in het dagelijkse leven? Vandaag deel 4: Sjoukje Heimovaara.

Sjoukje Heimovaara, de kersverse bestuursvoorzitter van WUR, werd zich steeds meer bewust van de rol van het voedselsysteem bij de druk op de planetaire grenzen tijdens haar vorige baan als directeur van de Agrotechnology and Food Sciences Group van WUR. ‘Ik leerde dat voedselsystemen echt een grote impact hebben op de planeet, daar is dus een groot deel van de oplossing te vinden, maar liefst 1/3 van de broeikasgasemissies kunnen we daarmee aanpakken. Als we bijvoorbeeld de voedselverspilling fors reduceren en veel minder dierlijke producten eten, dan is er veel klimaatwinst te halen zonder dat je als maatschappij veel inlevert.’

‘Ik denk dat leven binnen de planetaire grenzen de grootste opgave is die we als wereldbevolking hebben. En WUR kan daarbij een verschil maken, doet dat ook al, niet alleen met het onderzoek naar voedselsystemen, maar ook werkend aan een betere landinrichting, betere biodiversiteit en duurzamer gedrag.’

‘Als Wageningen kunnen we nog beter uitleggen en motiveren hoe we werken aan de uitdaging om te leven binnen de planetaire grenzen. Mensen die WUR kennen, weten dat we heel veel doen aan duurzaamheid en er met passie aan werken. Maar mensen die verder afstaan van WUR zien die inzet vaak minder, blijkt uit imago-onderzoek. Daar moeten we nog een kloof overbruggen.’

Zie jij het overschrijden van de planetaire grenzen als een existentiële bedreiging voor de samenleving?

‘Ja, de planetaire grenzen zijn existentieel. De aarde heeft veel last van ons, maar die zal blijven bestaan. Maar om een leefbare planeet voor de mensheid en andere bewoners te behouden, moeten we echt in actie komen. Ik geloof dat dat kan, maar we komen nu te langzaam in actie. Ik denk dat we serieus last krijgen van de klimaatverandering, maar het is niet te laat. Dat is een belangrijke reden waarom ik hier wil werken, ik weet dat WUR een bijdrage kan leveren om het op te lossen.’

Wat zijn planetaire grenzen?

Het begrip planetary boundaries (planetaire grenzen) werd in 2009 geïntroduceerd door de Zweedse aardwetenschapper Johan Rockström. Hij stelde negen grenzen vast waarbinnen de mensheid moet opereren om duurzaam gebruik te kunnen blijven maken van de hulpbronnen op aarde. Die planetaire grenzen zijn: de opwarming van de aarde (broeikaseffect), verlies van biodiversiteit, sluiten van de stikstof- en fosforkringloop, gat in de ozonlaag, oceaanverzuring, waterschaarste, landgebruik (beperken landbouwgrond), chemische verontreiniging van toxische stoffen en plastics; en de concentratie schadelijke verbindingen in de atmosfeer. Veel grenzen zijn bijna overschreden of al overschreden. De exacte waarden van de grenzen zijn arbitrair, maar de aanpak wordt gezien als een veelbelovende eerste stap voor een veilig voortbestaan van de mensheid.

‘Belangrijk daarbij is het onderwijs, en dan mogen we best heel betrokken zijn. Er is niets mooier dan een gepassioneerde docent die vanuit haar overtuiging jonge mensen opleidt.

Hoe werk en worstel je in je persoonlijke leven met leven binnen de planetaire grenzen?

‘Ik let heel erg op voedselverspilling. Ik doe één keer in de week boodschappen en dan eten we wat er is. Ik verwerk de restjes in het eten, ik gooi bijna geen brood weg en we eten minder vlees dan vroeger. We hebben geen wasdroger of airconditioning. Ik ben echt tegen wasdrogers, ze slurpen energie en zijn helemaal niet nodig. En ik koop steeds vaker tweedehands kleding.’

‘Vliegen? Ja, dat is een lastige. Ik heb een hekel aan lang vliegen. In mijn vorige baan bij het plantenveredelingsbedrijf moest ik veel vliegen, maar ik vloog minder dan anderen, ook omdat ik er niet van hou. Nu bij WUR vlieg ik minder, maar we hebben een vakantiehuisje in Finland en daar zijn we deze zomer toch weer heen gevlogen – de trein is dan geen goed alternatief. Dus ja, er zijn dilemma’s. Ik probeer internationaal zoveel mogelijk online afspraken te maken, zodat ik niet hoef te vliegen, maar voor de interactie en je netwerk moet je soms bijeen komen. Je hebt die interactie nodig, ook voor creativiteit. Dus het is laveren tussen online meetings en elkaar live zien. Ik hoop dat we, nu de coronacrisis achter ons ligt, weer veel meer afspreken op campus. Zo hebben Hannah van Zanten, Jessica Duncan, Marten Scheffer en ik met z’n vieren live gepraat over de invulling van de Opening Academisch Jaar. Zoiets is voor mij echt inspirerend, daar kan ik weer een tijdje op teren.’