Nieuws

Opties voor het beperken van broeikasgassen bij zuivel- en rundvleesproductie

Gepubliceerd op
2 september 2022

De Werkgroep Zuivel van het Sustainable Agriculture Initiative Platform (SAI Platform) en de European Roundtable for Beef Sustainability (Europese Ronde Tafel voor Duurzaam Rundvlees) hebben Wageningen University & Research gevraagd om een overzicht te maken van maatregelen voor het terugdringen van broeikasgasuitstoot bij de productie van rundvlees en zuivel, en de mate van implementatie van deze opties.

Er is literatuuronderzoek uitgevoerd om tot een lijst met emissiereducerende maatregelen te komen. De implementatiegraad werd geïnventariseerd met een enquête die is verspreid onder de netwerken van de Werkgroep Zuivel, de European Roundtable for Beef Sustainability en de International Dairy Federation. In het tweede deel van de opdracht werd een literatuuronderzoek uitgevoerd naar de milieu-impact van rundvlees- en lederproductiesystemen in Europa.

28 opties voor broeikasgasbeperking geïdentificeerd

Op basis van het literatuuronderzoek zijn er 28 broeikasgasemissie reducerende maatregelen geïdentificeerd, onderverdeeld in 5 categorieën:

  1. Genetica, fokkerij en enterische methaanreductie
  2. Voer- en veestapel management
  3. Voederproductie, graslandbeheer en grondgebruik
  4. Mest management
  5. Slimmer energiebeheer/-gebruik

In het rapport worden de volgende elementen voor elke maatregel beschreven: een praktische beschrijving, een kwalitatieve schatting van het broeikasgasbeperkingspotentieel, de wetenschappelijke achtergrond, de vereiste vaardigheden voor implementatie, winstgevendheid, relevant boerderijsysteem, implementatiestimulansen en de gevolgen van de implementatie. De inhoud is gebaseerd op het literatuuronderzoek en de resultaten van de uitgevoerde enquête.

Enquête: de toegepaste maatregelen zijn vooral gericht op het verbeteren van de efficiëntie en productiviteit

67 respondenten vulden de enquête in (50 zuivel, 17 rundvlees). Dit waren vooral verwerkers en vertegenwoordigers van landelijke programma's. Een meerderheid (63%) gaf aan dat alle of een deel van de aanleverende boeren op de hoogte zijn van hun individuele CO2-voetafdruk.

Er worden veel verschillende instrumenten gebruikt om de CO2-voetafdruk op boerderijniveau te berekenen, vooral in de zuivelsector. Binnen een land worden soms verschillende instrumenten gebruikt. Een meerderheid van de respondenten (76% zuivel, 66% rundvlees) beschikt over een plan voor het monitoren van de broeikasgasuitstoot van de aanleverende veehouders. De onderstaande tabel bevat de top 10 van geïmplementeerde maatregelen voor emissiereductie. . De relevantie voor het boerderijsysteem, de winstgevendheid, het vereiste vaardigheidsniveau en de belangrijkste stimuli zijn gebaseerd op de enquête resultaten.

Algemene bevindingen

De broeikasgasuitstoot op rundvee- en melkveehouderijen is complex; vermijd om het te veel te vereenvoudigen. De uitstoot van broeikasgassen op melkvee- en rundveebedrijven is het gevolg van verschillende bronnen en processen binnen en buiten het bedrijf. Het effect van een maatregel kan per boerderijsysteem aanzienlijk verschillen: ‘Het is een enorme uitdaging voor boeren om de complexe interactie (...) te begrijpen en betrouwbaar te implementeren,’ zoals een respondent in de enquête heeft vermeld. Het grote aantal beschikbare maatregelen, in combinatie met de grote verscheidenheid aan bedrijfssystemen, zorgt ervoor dat de resultaten van de enquête niet kunnen worden vereenvoudigd. Het is niet mogelijk om een Top 5 op te stellen van eenvoudig toe te passen maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen op alle typen bedrijven aanzienlijk te verminderen.

De momenteel geïmplementeerde maatregelen voor emissiereductie richten zich voornamelijk op efficiëntie en productiviteit. Het is logisch dat dezemaatregelen nu worden geïmplementeerd. Dit komt omdat deze maatregelen in het algemeen ook een positieve invloed hebben op de winstgevendheid: ‘Boerenbedrijven voeren momenteel verbeteringen door om de bedrijfsresultaten te beïnvloeden, in plaats van de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.’ Het uitstootreductiepotentieel van deze beperkingsopties is het hoogst voor laagproductieve boerderijsystemen en is relatief laag voor hoogproductieve en input-intensieve boerderijsystemen.

Het is een grote uitdaging om boeren te motiveren om opties voor het beperken van broeikasgassen te implementeren. Dit werd door verschillende respondenten aangegeven. Voor veel boeren zal de huidige motivatie om maatregelen te implementeren niet de vermindering van de uitstoot zelf zijn, maar het verbeteren van de economische prestaties van het boerenbedrijf.

Er zijn twee dingen nodig om de implementatie van de maatregelen te verbeteren:

  1. Creëer duidelijkheid over wat boeren specifiek kunnen doen voor hun eigen situatie en boerderijsysteem: welke maatregelen of ‘beste praktijken’ zijn er beschikbaar en passen bij hun situatie.
  2. Zorg voor stimulansen en organiseer interventies om de implementatie van deze beste werkwijzen te garanderen.

Er worden veel verschillende instrumenten gebruikt om de CO2-voetafdruk voor individuele bedrijven te berekenen: afstemming wordt aanbevolen.

Uit de enquêteresultaten blijkt dat een groot aantal verschillende instrumenten wordt gebruikt om de CO2-voetafdruk te berekenen, vooral voor zuivel. Op zichzelf is dit zeer positief: het helpt bij het creëren van bewustzijn en kan een startpunt zijn voor communicatie en het nemen van maatregelen. De kans is echter groot dat de instrumenten verschillen in welk deel van de keten wordt meegenomen,de toegepaste rekenregels of granulariteit. Dit kan zeer verwarrend zijn, vooral als er binnen één land verschillende instrumenten worden gebruikt.

Een laatste aanbeveling: Het zou erg nuttig zijn om lessen uit ervaringen van bij voorbeeld zuivelverwerkers die met veehouders werken aan emissiereductie te verzamelen en deze te gebruiken om een overzicht te maken van de stimuli en interventies die helpen werkwijzen te implementeren die de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Deze lessen kunnen worden geleerd van leden van netwerken zoals de Werkgroep Zuivel van het SAI Platform en de European Roundtable for Beef Sustainability.