Nieuws

Vijf locaties aangewezen voor chemievrije maisteelt

Published on
29 maart 2022

Binnen de PPS Innovatieve maisteelt staat een reeks van onderzoeken op de rol. Het eerste jaar, 2021, was vooral bedoeld om de proeven aan te leggen. “We hebben nog niets gemeten”, zegt Pieter Struyk van Louis Bolk Instituut. Het brede pakket aan onderzoeken is verdeeld over vijf locaties in Nederland, namelijk in Zuidwolde, Ruinerwold, Marwijksoord, De Glind en Hengelo (Gld.).

Locatie Zuidwolde

Bij akkerbouwer Geert Lindenhols in Zuidwolde (Dr.) ligt het grootste proefveld. Op 2 hectare liggen proeven met mais in een akkerbouwrotatie. Melkveehouders vullen hun 20% derogatie nu vrijwel volledig in met mais. In de proef is het bouwplan 1 op 4 met mais en andere voedergewassen: voederbieten, veldbonen en koolzaad. “Koolzaad is een geweldiggewas voor biodiversiteit. Maar vergeet ook niet dat het koolzaadschroot, dat overblijft nadat de olie eruit is geperst, nog 17% eiwit bevat”, zegt Struyk. Koolzaad en veldbonen ruimen vroeg het veld. Na deze twee voedergewassen worden groenbemesters gezaaid. Een deel bestaat uit alleen snelle lenterogge, een hybride ras van KWS. Dat kan eind april worden geoogst met 17% eiwit, volgens het zaadbedrijf. Ook wordt een mengsel van snelle rogge met wintererwten gezaaid. De bedoeling is dat de ene helft van de beide groenbemesters wordt geoogst en de andere helft wordt ingewerkt met de mulchmachine. Daarna worden metingen gedaan aan de opbrengst en de bodemkwaliteit.

Locatie Ruinerwold

In Ruinerwold (Dr.) ligt een proefveld met gras in combinatie met niet-kerende grondbewerking (nkg). De eerste snee gras wordt geoogst. Dan wordt half mei het maisras Exelon gezaaid, een ras van KWS met een FAO-index van 170. Het zaaien vindt plaats na een bewerking met de strokenmulcher, een volvelds mulcher en met de huidige standaard bij nkg: glyfosaat spuiten. Voor het zaaien wordt een vastetand-zaaimachinecombinatie gebruikt die zaait op 75 centimeter. Na opkomst van de mais zijn er twee methoden van onkruidbestrijding: standaard chemisch als controle en chemievrij met de precisiewiedeg. Bij een precisiewiedeg kan de veerdruk van elke tand worden afgesteld, ook tijdens het rijden. In het afgelopen natte jaar viel wiedeggen niet mee; het gras groeide snel weer vast. Ook bleek dat een aanpassing nodig is bij de strokenmulcher. “Nu wordt het graszodemengsel één kant opgeslingerd. Daardoor ontstaat een rug. Dat moet vlakker kunnen.” Opvallend was dat er in 2021 na volvelds mulchen geen verschil in opbrengst was tussen wiedeggen en chemische onkruidbestrijding.

Proefveld De Glind

In De Glind (Gld.) ligt een experimentele proef. Onder de mais staan verschillende meerjarige, bodembedekkende gewassen. De meeste daarvan zijn bekend als wilde planten of tuinplanten (o.a. goudaardbei, bosaardbei, veldbies, smeerwortel). Deels zijn ze wintergroen. Daarnaast is een mengsel met microklaver en microgras ingezaaid. Dit mengsel is ontwikkeld voor golfbanen. De ondergewassen moeten onkruid onderdrukken en stikstofuitspoeling voorkomen. Voorwaarde voor de ondergewassen is dat ze tegen berijden kunnen, tijdens bemesting, zaaien en oogsten. De bodembedekkers zijn deels gekozen na een eerdere proef: Boer, Bier, Water. Alle soorten zijn in voorjaar 2021 geplant, zodat ze goed konden aanslaan. In 2022 wordt de mais gezaaid. Voorafgaand aan het zaaien worden de planten gemaaid en de grond bewerkt met de strokenfrees. Daardoor ondervindt de mais eerst niet te veel concurrentie. Het ondergewas kan zich vanuit de onbewerkte strook weer uitbreiden. Als de mais wat groter is, zijn de verschillende gewassen geen grote concurrenten van mais, doordat ze relatief laag blijven. De controle is mais met onderzaai gras en wordt voorafgaand aan de zaaivolvelds gespit.

Proefveld Marwijksoord

In Marwijksoord (Dr.) ligt een groot proefveld van het demonstratieproject. Grondig Boeren met Mais, waarin alternatieve duurzame maisteeltsystemen worden onderzocht. Onderdeel daarvan is de proef van PPS Innovatieve maisteelt om in één jaar twee teelten voedergewassen uit te voeren. De bodem is bij die combinatie het gehele jaar bedekt. Dit jaar is half oktober een mengsel vanwintererwten en triticale de grond ingegaan. Eind mei of begin juni 2022 wordt dat geoogst als gehele-plantsilage (GPS). Daarna wordt ultravroege mais gezaaid. Wanneer de mais kniehoog staat, wordt een ondergewas ingezaaid. Dat is gras, klaver of een mengsel van luzerne, boekweit en facelia. Het onderzoek kijkt naar stikstofuitspoeling, biodiversiteit, bodemleven en (bij klaver) stikstoflevering voor mais.

Locatie Hengelo

In 2019 en in 2020 heeft Wageningen University & Research (WUR) op het Proefbedrijf De Marke in Hengelo (Gld.) onderzoek gedaan naar druppelirrigatie en het effect daarvan op waterbenutting en stikstofuitspoeling bij de teelt van snijmais. In dat proefveld lagen drie methoden: druppelirrigatie in elke rij bovengronds, per twee rijen bovengronds en in elke rij ondergronds op 5 centimeter diep. De opbrengst van de mais werd vergelekenmet geen watergift en met beregenen met de haspel. Druppelirrigatie zorgt niet voor een lager watergebruik dan beregenen met de haspel, maar het water wordt wel efficiënter gebruikt, is de conclusie. De veldjes met druppelirrigatie brachten 3 ton droge stof per hectare meer op dan de veldjes die werden beregend met de haspel. De zetmeelopbrengst lag 1,1 ton hoger. Vergeleken met geen watergift bracht druppelirrigatie 6 ton droge stof meer op en 3,5 ton zetmeel. De PPS Innovatieve maisteelt doet onderzoek naar druppelirrigatie bij chemievrije teelt van mais zonder grondbewerking. De achterliggende gedachte is dat gericht water geven aan de mais de concurrentiepositie van mais ten opzichte van gras verbetert.

Kijk voor het volledige artikel 'Chemievrije maisteelt met behoud van ruwvoeropbrengst' in Boerderij 107 no. 15 (4 januari 2022)