
Vistrek
Om te paaien, voedsel te vinden of aan roofvissen te ontkomen moeten veel vissoorten kunnen trekken. Sommige soorten trekken van de ene beek naar de andere, of van meer naar boezem, terwijl andere soorten migreren tussen zoet en zout water.
Maar de migratieroutes kennen vele obstakels. Sommige stromen zijn afgedamd, in anderen blokkeert een sluis de doorgang of staat een waterkrachtcentrale in de weg. De gemalen vormen het grootste probleem. Nederland telt er meer dan vijfduizend. Ze houden het waterpeil constant (belangrijk voor de landbouw) en bieden bescherming tegen overstromingen. Maar voor migrerende vissen zijn ze dodelijk. Hoe dodelijk? En wat kunnen wij daar aan doen? Dit complexe probleem wordt vanuit verschillende rollen, maar met dezelfde onderzoeksvraag, benaderd.
- Doel: In dit lespakket wordt een sterk beroep gedaan op de coöperatieve vermogens van uw leerlingen. Er dient veel samengewerkt te worden. Uw leerlingen dienen verantwoordelijkheid te krijgen, te nemen en te dragen voor hun specifieke rol.
- Sluit aan bij kerndoelen: 39, 44, 47, 48, 49, 50 en 56
- Geschikt voor groep: 6, 7 en 8
- Tijdsduur: 5 lessen van een uur
Dit lespakket is ontwikkeld door:
- Jelle Rommers, pabo-student Christelijke Hogeschool Ede
- Elsbeth Poot, SmdB de Kraats Bennekom
- Antoinet Post, Gondeier/Davinci Amersfoort
- Ingrid Tulp, Wageningen University & Research