Nieuws

Een écht duurzame eiwittransitie vraagt om meer dan technologische oplossingen

Published on
20 februari 2023

Met alleen vleesvervangers gaan we de eiwittransitie niet realiseren. Hoe dan wel? Voor maximale impact op het gebied van milieu, dieet en voedselzekerheid, moeten beleidmakers vaker uitzoomen. Waar streven ze eigenlijk naar en is het doel voor alle stakeholders hetzelfde? Hoe weet je als beleidsmaker welke beslissingen een positief effect hebben op het totale voedselsysteem? Om beleidsmakers inzicht te bieden, schetsen wetenschappers van Wageningen University & Research een scenario voor het voedselsysteem van de toekomst en een overzicht van tendensen in de transitie die nog over het hoofd worden gezien.

“De eiwittransitie is geen doel maar een middel,” benadrukt dr. ir. Hannah van Zanten, interim leerstoelgroephouder bij de Farming Systems Ecology Group. “Achter dat idee—dierlijke door plantaardige en alternatieve eiwitbronnen vervangen, en beter verdelen over de wereld —zitten doelen: een gezonder dieet, voedselzekerheid en het verlagen van de milieu-impact. Het is belangrijk om die voor ogen te houden.” Van Zanten is een van de twee wetenschappers die beleidsmakers inzicht wil geven in de toekomst van de eiwittransitie tijdens de laatste sessie van de campagne ‘Eiwittransitie: Van pijnpunten naar perspectief’ op 6 maart. “Op dit moment is er vooral aandacht voor technologie die consumenten plantaardige alternatieven voorschotelt. Maar behalen we daarmee alle doelen die we willen bereiken?”

Van Zanten zal samen met dr. Barbara van Mierlo de beleidsmakers en andere geïnteresseerden het grote plaatje van de eiwittransitie laten zien. Om goede beslissingen te nemen, moet een beleidsmaker niet geleid worden door de waan van de dag. Welke doelen willen stakeholders samen bereiken, en hoe?

Het voedselsysteem van de toekomst

“Als we inderdaad de consumptie van dierlijke eiwitten omlaag brengen, hoe ziet een duurzaam voedselsysteem er dan uit? Hoeveel dieren houden we dan nog en welke gewassen telen we?” Om die vragen te beantwoorden, ontwikkelde Van Zanten het Circular Food System Model. “In een voedselsysteem staan allerlei factoren met elkaar in verbinding. Een aanpassing hier heeft invloed op allerlei delen van het systeem.” Het model toont een stip op de horizon, zoals Van Zanten het uitdrukt, een herontwerp van het voedselsysteem. “Naast dieet, milieu en voedselzekerheid, zijn er ook sociale en ethische vragen—we werken er op dit moment aan om die ook in het model te verwerken.”

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Met de consumptie van minder dierlijke eiwitten, zal ook de veestapel kleiner worden. Uit welke dieren zal die bestaan, en waarom? “In een circulair model creëren we zo weinig mogelijk afval. Daarom eten dieren in ons model nauwelijks producten die wij ook kunnen eten, maar vooral reststromen: voedingsstoffen die overblijven. Dieren worden een soort recycleaars.” Om te bepalen welke dieren dat recyclen gaan doen, moeten alle doelen van de transitie voor ogen gehouden worden. “Melkkoeien grazen en recyclen bijproducten van de voedingsindustrie en produceren zo op een vrij efficiënte manier melk, maar de keten brengt ook rood vlees met zich mee, in de vorm van vleeskalveren bijvoorbeeld. Rood vlees kan nadelig zijn voor een gezond dieet, daar moet voorzichtig mee om worden gegaan.”

Nog een voorbeeld: insecten als bron van proteïne. “Alleen als ze geproduceerd worden met duurzame energie en restromen komt de consumptie van insecten ten goede aan al onze doelen,” legt Van Zanten uit. “Het gebruik van een ‘food systems approach’ is dus cruciaal om echt tot verbeteringen te komen.”

Drie routes naar een eiwittransitie

“Er moeten lastige keuzes gemaakt worden, ook over onderwerpen die taboe zijn,” legt Barbara van Mierlo uit. Ze is als socioloog verbonden aan de Knowledge, Technology and Innovation Group. “Op dit moment wordt ingezet op vleesvervangers. Een aantrekkende markt moet de rest doen. Dat is niet voldoende voor een daadwerkelijke transitie.” Onderzoek, investeringen en productontwikkeling gericht op de nabootsing van vlees op het bord vormen één van de drie zogenoemde ‘transitiepaden’ die Van Mierlo belicht in haar onderzoek. “Om een echte eiwittransitie te bereiken, moeten we andere ontwikkelingen ook serieus gaan nemen. En belangrijke onderwerpen op de agenda zetten die nu nog niet besproken worden, zoals hoe we komen tot een reductie van de veestapel in Nederland.”

Het tweede pad dat Van Mierlo uitlicht is veganisme. “Dit is een sociale beweging van burgers en bijvoorbeeld chefkoks die bezig zijn opnieuw te bedenken hoe een gezond, voedzaam dieet eruitziet zonder dierlijke ingrediënten. Ook verandering van levensstijl is belangrijk voor de eiwittransitie.” Weer een andere ontwikkeling is duurzame primaire productie. Daarom draait het derde transitiepad dat van Mierlo aantreft: alternatieve landbouwsystemen. “Daaronder vallen allerlei ideeën over een radicaal andere manier van voedsel produceren, zoals biologische, regeneratieve en circulaire landbouw.”

Denk vanuit een transitieperspectief

De transitiepaden kunnen het perspectief van beleidsmakers verbreden. “Zoom uit, bekijk het grote plaatje. Het is essentieel om integraal naar de maatschappij te kijken en ons niet blind te staren op deeloplossingen zoals vleesvervangers,” benadrukt Van Mierlo. “We moeten anders leren denken: vanuit een transitieperspectief.” Daarvoor is het ook belangrijk dat sociale wetenschappers een stem krijgen in het gesprek over de eiwittransitie. “Ik pleit voor transdisciplinair onderzoek, waarin meerdere stukjes van de puzzel meegenomen worden, waarin dilemma’s zichtbaar worden en diverse perspectieven een rol spelen. Uiteindelijk gaat het om grote veranderingen in het voedselsystem, van productie en van levensstijl.”

Aan het begin van de laatste campagne-sessie zal Sjoukje Heimovaraa, voorzitter van de Raad van Bestuur van WUR, het boek ‘Our Future Proteins: A Diversity of Perspectives’ lanceren. Daarin brengen co-redacteurs Van Zanten en Van Mierlo en hun collega's, naast hun eigen perspectieven, meer dan vijftig perspectieven op de eiwittransitie bij elkaar. “Daarmee laten we samen zien welke aspecten die overgang allemaal heeft. Niet alleen de technische ontwikkelingen die nodig zijn, maar ook sociale en institutionele veranderingen.”