Bosreservaten onderzoek

Onderzoek in de bosreservaten

De reservaten van het Programma Bosreservaten zijn onderzoeksobjecten, waar de veranderingen in samenstelling en structuur worden vastgelegd. Naast het monitoren volgens een vastgestelde methodiek, worden er additionele waarnemingen gedaan. Het bosreservatennetwerk wordt gebruikt voor nationale en internationale onderzoeksprojecten in bossen.

Meetprogramma monitoring

Bij het aanwijzen is van elk bosreservaat de uitgangssituatie vastgelegd. Het betreft veldgegevens over de bosstructuur, de bodem, het humusprofiel en de vegetatie. Daarnaast zijn zoveel mogelijk gegevens verzameld over het gebruik en beheer van het gebied in het verleden.

In principe elke 10 jaar worden de veranderingen in bosstructuur en vegetatie vastgelegd. De opnamen in de zogenaamde steekproefcirkels geven een beeld van het reservaat als geheel, terwijl in de kernvlakte meer in detail wordt gemonitord. Zowel om de steekproefcirkels als in de kernvlakte wordt de positie van elke boom ingetekend, waardoor de veranderingen op het niveau van individuele bomen kan worden gevolgd. Ook worden op vaste punten in de kernvlakte foto’s genomen van de kruidlaag en van de boomlaag.

Het maken van foto's in de kernvlakte
Het maken van foto's in de kernvlakte

De veldwaarnemingen worden opgeslagen in een centrale database. Ook andere gegevens over het reservaat, bijvoorbeeld over de historie, zijn toegevoegd. De geanalyseerde gegevens worden per reservaat in een aantal rapporten beschreven (zie Publicaties).

Het Programma Bosreservaten is officieel begonnen in 1987. De oudste gegevens uit het bestand dateren van 1980 en beschrijven de bosstructuur van de kernvlakte van Bekendelle en De Stille Eenzaamheid.

In 2000 is het zestigste en laatste bosreservaat aangewezen. Alle zestig bosreservaten zijn minimaal één keer geïnventariseerd. In ongeveer 15 bosreservaten zijn de bosstructuur en vegetatie voor de tweede keer opgenomen. Bosreservaat Galgenberg is zelfs al drie keer geïnventariseerd.

Aanvullende waarnemingen

In meer dan de helft van de reservaten is de paddestoelenflora geïnventariseerd. Paddestoelen zijn van groot belang voor de kringloop in het bosecosysteem en dragen in belangrijke mate bij aan de diversiteit van het bos. De additionele waarnemingen zijn gedaan in de periode 1980 tot 2001 en vallen buiten het standaardmeetprogramma.

In de loop der tijd is er steeds meer aandacht gekomen voor de ontwikkeling van het humusprofiel. Het humusprofiel vormt de overgangszône tussen de abiotiek en de biotiek en speelt een belangrijke ecologische rol in het bos. De beschrijving van het humusprofiel is als standaardonderdeel opgenomen in de bodembeschrijving die bij aanwijzing van het reservaat is uitgevoerd. Van 10 reservaten is het humusprofiel in relatie tot dood hout of voorkomen van vegetatie nader onderzocht.

 Links humusonderzoek; rechts leeftijdsbepaling van een oude, dode wintereik
Links humusonderzoek; rechts leeftijdsbepaling van een oude, dode wintereik

Onderzoek op projectbasis

Meer en meer worden de waarnemingen in de reservaten ingebed in projecten die een specifiek doel hebben. Gebruik maken van het netwerk heeft als voordeel dat er al zo veel bekend is over deze onderzoekslocaties en het eigenlijke nieuwe onderzoek sneller en beter uitgevoerd kan worden. Diverse studentenonderwerpen, promotieonderzoeken en projecten uitgevoerd in opdracht van het Ministerie voor LNV, zoals onder meer onderzoek naar genetische variatie van boomsoorten, hebben gebruik gemaakt van gegevens die binnen het Programma Bosreservaten zijn verzameld.

Ook binnen projecten die door de EU worden gefinancierd, spelen de bosreservaten een rol. Anno 2008 zijn binnen het project ADAM (‘ADAptive and Mitigative strategies for climate change), in verschillende bosreservaten dendrometers opgehangen om nauwkeurig de bijgroei van enkele boomsoorten te volgen. Deze dendrometers hebben inmiddels een mooie meetreeks van 10 jaar opgeleverd!

Meetresultaten van 10 seizoenen dendrometers in bosreservaat Starnumansbos
Meetresultaten van 10 seizoenen dendrometers in bosreservaat Starnumansbos
Dendrometer
Dendrometer

Onderzoek in de kernvlakte

In ieder bosreservaat ligt een zogenaamde kernvlakte. Dit is een proefvlak van ongeveer één hectare groot, doorgaans 140 * 70 m. De kernvlakte is zo gekozen dat het bostype waarvoor dat bosreservaat is aangewezen, op die plek het best vertegenwoordigd is.

In de kernvlakte worden de posities van alle levende en dode bomen met een diameter van 5 cm of meer ingemeten. Van elke levende boom worden diverse eigenschappen en grootheden opgenomen (soort, dikte, hoogte, kroonkarakteristieken). Van elke dode boom wordt o.a. de soort, diameter, hoogte dan wel lengte en het verteringsstadium bepaald. Ook dode bomen worden dus door de tijd gevolgd.

 Voorbeeld van een plot van posities van stammen in de kernvlakte
Voorbeeld van een plot van posities van stammen in de kernvlakte

Anders dan in de steekproefcirkels worden in de kernvlakte ook de kroondimensies ingemeten. Dit gebeurt door de vier uiterste punten van de kroonperiferie in te tekenen.

 Vier periferiepunten voor metingen van de kroonprojectie
Vier periferiepunten voor metingen van de kroonprojectie

De gegevens van de kernvlakte geven informatie over de dynamiek van het kronendak, over interacties tussen boom- en struiksoorten en over de wijze waarop de bodemvegetatie reageert op veranderingen in het kronendak. Kernvlaktes dienen ook voor het vergelijken van het gedrag van boom- en struik- en kruidsoorten tussen de reservaten.

Behalve al deze metingen worden ook bij elke inventarisatie foto’s op vaste punten gemaakt. Deze foto’s visualiseren de ontwikkelingen die in het kronendak en in de vegetatielaag zijn waargenomen.

In de kernvlakte worden de verjonging en de vegetatie gemonitord in deelplots van 10* 10 m. Voor 1996 werd de vegetatie in de kernvlakte slechts in een deel van de kernvlakte opgenomen.

Monitoring in de Steekproefcirkels

Om de monitoring te vergemakkelijken is in elk reservaat een denkbeeldig ruitennet aangebracht. Een deel van de ruitennetpunten is in het veld gemarkeerd met palen.

Een selectie van de punten vormen permanente meetpunten, de zogenaamde steekproefcirkels, elk met een oppervlak van 500m2. Hierin worden de vegetatie, de bosstructuur inclusief dood hout en verjonging op gestandaardiseerde wijze gemonitord.De kenmerken en positie van individuele bomen, levend of dood, dikker dan 5 cm dbh worden opgenomen. Bomen dunner dan 5 cm dbh en groter dan 50 cm, de verjonging, worden geteld.

De waarnemingen in diverse steekproeven tesamen leveren informatie over het reservaat als geheel. Het aantal steekproefcirkels is o.a. afhankelijk van het oppervlak van het reservaat. Naast de steekproefcirkels vindt ook monitoring van bos en vegetatie plaats in een zogenaamde kernvlakte.

overzichtreservaat1_651be583_670x489.gif

Aan de hand van het ruitennet wordt een vegetatiekartering van het bosreservaat gedaan, waarbij op dominerende soorten wordt gekarteerd en het voorkomen van individuele bijzondere soorten.