Nieuws

Gebiedsprocessen voor duurzame landbouw onderzocht

Published on
2 maart 2023

In het Nationaal Programma Landelijk gebied worden gebiedsprocessen centraal gesteld bij de aanpak van verschillende beleidsopgaven en de transitie naar een duurzame landbouw. Om te kunnen leren van eerder opgedane ervaringen met gebiedsprocessen hebben onderzoekers van Wageningen Environmental Research en Wageningen Economic Research drie lopende gebiedsprocessen geanalyseerd.

Gebiedsprocessen centraal in ruimtelijk beleid

Nederland kent een traditie van gebiedsprocessen in het landelijk gebied. Ruilverkavelingen en landinrichtingen vallen daar onder, maar bijvoorbeeld ook het Ruimte voor de Rivier-traject, waarbij het rivierengebied opnieuw is ingericht ten behoeve van waterveiligheid en natuurontwikkeling. In het huidige beleid voor het landelijk gebied, dat wordt weergegeven in het Nationaal Programma Landelijk Gebied, staan gebiedsprocessen zelfs centraal. De vraag is hoe met name extensivering (en verbreding) van de landbouw gerealiseerd kan worden met behulp van gebiedsprocessen.

Drie gebiedsprocessen onderzocht

Voor dit onderzoek werden drie gebiedsprocessen met ambities voor extensivering van de landbouw geanalyseerd. De eerste was de realisatie van een hydrologische bufferzone rondom het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen in Overijssel. Hier heeft de provincie gekozen voor een doelgerichte gebiedsontwikkeling. Het aanwezige hoogveen moet vernat worden, wat gevolgen heeft voor de landbouwbedrijven in de bufferzone rondom het natuurgebied. De boeren kunnen zich vrijwillig of gedwongen laten uitkopen of hun bedrijfsvoering aanpassen aan vernatting. Dit biedt mogelijkheden voor extensieve landbouw, maar de condities hiervoor zijn niet duidelijk omdat het stikstofbeleid buiten dit gebiedsproces is gehouden. Hierdoor dreigt nu grootschalige uitkoop en worden mogelijk kansen voor extensieve landbouw gemist.

Het tweede gebiedsproces betreft een gebiedsplan dat op initiatief van boeren op Schiermonnikoog is ontwikkeld. Het oorspronkelijke overheidsplan was om één bedrijf uit te kopen om de stikstofdepositie op het duingebied te verminderen. De boeren wilden deze uitkoop voorkomen en besloten gezamenlijk met een alternatief plan te komen, waarbij ze allemaal koeien inleverden om dezelfde stikstofreductie (als bij uitkoop) te realiseren. In dit plan worden ook natuur en landschapswaarden in het landbouwgebied gerealiseerd en is een alternatief verdienmodel (productie Schiermonnikoogse kaas) ontwikkeld. Ondanks de steun van alle betrokkenen bij dit plan werd realisatie jarenlang tegengehouden omdat een concreet instrumentarium om het beschikbare budget bij de boeren te krijgen ontbrak. Uiteindelijk is het plan via een pilot (en veel politieke en ambtelijke druk) toch gerealiseerd, maar is het gebruikte instrumentarium niet toepasbaar in soortgelijke gebieden.

Bij het derde gebiedsproces hebben boeren in Ronde Hoep (Noord-Holland) het initiatief genomen om zelf een gebiedsplan op te stellen om de bedrijfsvoering te extensiveren in combinatie met weidevogelbeheer. Realisatie is echter afhankelijk van overheidsfinanciering en deze planvorming is nog maar net begonnen. Voorlopig zijn de initiatiefnemers afhankelijk van budgetten voor pilots en experimenten om onderdelen van hun plan te kunnen uitvoeren.

Verschillende barrières gesignaleerd

Bij bestudering van de drie gebiedsprocessen zijn de onderzoekers een aantal barrières tegengekomen voor het realiseren van een extensieve landbouw. Het gaat dan om het ontbreken van een gemeenschappelijke probleemperceptie tussen overheden en gebiedspartijen, het ontbreken van duidelijke overheidsdoelen en het tussentijds aanpassen van overheidsdoelen en -regels. Ook het ontbreken van een concreet uitgewerkt instrumentarium voor extensivering of verbreding van de landbouw werkt belemmerend.