Nieuws

Door managementhandelingen minder emissie

Gepubliceerd op
20 november 2022

Vanuit Netwerk Praktijkbedrijven wordt de ammoniak- en methaanemissie in de stal gemeten op Agro-innovatiecentrum De Marke. Door deze continu doorlopende meting krijgen we inzicht in de variaties in de emissie en wat verschillende managementhandelingen voor effect hebben op de emissie. Opvallend is dat de gemeten ammoniakemissie veel lager is dan we op basis van het vloersysteem zouden verwachten. Hoe kan dat? Het antwoord zit in de managementhandelingen.

Sensoren meten de ammoniakconcentratie realtime en daarna wordt er volgens het protocol de emissie mee uitgerekend (Bekijk het protocol). Hieruit volgt het emissieverloop dat in onderstaande grafiek te zien is.

Tabel ammoniakemissie.png

Figuur 1. Verloop van de ammoniakemissie uit de stal van Agro-innovatiecentrum De Marke

De stal van De Marke is voorzien van een sleuvenvloer die ooit op de RAV-lijst is gekomen met een emissiefactor van 11,8 kilogram ammoniak per dierplaats per jaar. De gemeten ammoniakemissie op De Marke is een stuk lager, namelijk rond de 6 kilogram ammoniak per dierplaats per jaar. Hoe kan het dat er een zo’n groot verschil is?

Verlagen ammoniakemissie door managementmaatregelen

Een van de doelen van Netwerk Praktijkbedrijven is het verlagen van de ammoniakemissie op de deelnemende melkveebedrijven met 30%. Om dit te bereiken worden de effecten van verschillende managementmaatregelen in kaart gebracht, zoals te zien is in de onderstaande afbeelding.

Leerroute.png

Figuur 2. Leerroute van Netwerk Praktijkbedrijven om lagere ammoniakemissie te bewerkstelligen. De verwachtte afzonderlijke en cumulatieve percentages van de maatregelen worden ook weergegeven.

Op De Marke besteden we veel aandacht aan de volgende van deze managementmaatregelen:

  • Laag ruw eiwit niveau in het voer

Op Agro-innovatiecentrum De Marke is er veel aandacht voor de hoeveelheid ruw eiwit in het voer, deze proberen we onder de 150 gr/kg DS te houden. Dit kan door de hoeveelheid energie en eiwit die in de pens van de koe beschikbaar komt perfect op elkaar af te stemmen. Zo wordt de totale stikstofinput laag gehouden en het leidt ook tot een lage TAN-excretie (zie achtergrondinformatie TAN). Wekelijks evalueren we het rantsoen en sturen zo nodig bij. Zie figuur 3 voor het ruw eiwitverloop van afgelopen jaar.

  • Optimaal diermanagement

Er is veel focus op een goede transitieperiode van de koeien, dit is de periode van droogstand inclusief afkalven en de eerste weken van de lactatie. Kortom, een belangrijke periode, waarbij in een korte tijd veel gebeurd. Goede transitieperiode zorgt voor minder uitval bij de koeien. Hierdoor gaat het vervangingspercentage omlaag; dit heeft ook weer effect op de hoeveelheid jongvee dat aangehouden wordt. Bij De Marke zijn er momenteel vijf stuks jongvee per tien melkkoeien.

  • Er is veel aandacht voor optimalisatie van de weidegang en vers grasopname

Tijdens de weidegang wordt er logischerwijs niet in de stal gemest, waardoor weidegang kan zorgen voor een lagere stalemissie. Om de vers grasopname te stimuleren gaan de koeien tweemaal daags vier uur naar buiten, namelijk in het ochtendgloren en de avondschemering.

Ruw eiwit.jpg

Figuur 3. Verloop van het ruw eiwit gehalte in het rantsoen en het ureumgehalte van de melk op Agro-innovatiecentrum De Marke.

Experiment spoelen sleufvoer

Zoals gezegd is het doel van Netwerk Praktijkbedrijven is om de ammoniakemissie op ieder deelnemend bedrijf met 30% te verlagen. Om dit te bereiken op De Marke experimenteren we de komende tijd met het spoelen van de sleufvloer met water. Hiervoor testen we twee verschillende toedieningsmechanismen: 1. druppelleiding boven de vloer en 2. sproeisysteem op vloerniveau. Het besproeien van de vloer met water zorgde op Dairy Campus voor veelbelovende resultaten, namelijk een reductie van bijna 40% van de ammoniakemissie. Lees het artikel.

1. Druppelleiding boven de vloer

De druppelleiding wordt gemonteerd net onder het dak, boven de sleufvloeren. Het heeft als voordeel dat het een eenvoudig en relatief goedkoop systeem is. Het is instelbaar, zowel wanneer als hoelang er bevochtigd moet worden. Nadeel is dat het hoog in de stal is, dit kan ervoor zorgen dat de druppels afdwalen naar bijvoorbeeld de boxen. De leverancier verkleinde de kans hierop door grote druppels te laten vallen, deze zijn minder gevoelig voor luchtbeweging. De koeien worden wel nat wanneer ze in de stal aanwezig zijn, dit heeft ook invloed op de verdeling van het water op de vloer en dus mogelijk ook op de emissiereducerende werking.

2. Sproeisysteem op vloerniveau

Het sproeisysteem op vloerniveau wordt tegen de ligboxenrand gemonteerd op de roosters. Ook dit systeem is volledig instelbaar in hoeveelheid en tijd. Bij dit systeem kunnen alleen de poten van de koeien nat worden van de sproeiers. Dit systeem is duurder om te plaatsen en het neemt wat ruimte in van de roostervloer; dit kan bijvoorbeeld problemen geven in combinatie met een mestschuif.

Achtergrondinformatie TAN

Ammoniakemissie ontstaat uit de ammoniakale stikstof (TAN) die de koeien uitscheiden. TAN is de hoeveelheid stikstof in de mest die makkelijk omzetbaar is in ammoniak (NH3). Het andere deel van de stikstof in de mest is organisch gebonden stikstof, bijvoorbeeld gebonden in onverteerde eiwitten. Deze organisch gebonden stikstof komt langzamer beschikbaar. De organisch gebonden stikstof komt dus later beschikbaar door mineralisatie in de bodem. Door het scherp sturen op ruw eiwit (RE) in het rantsoen, en de verhouding RE en VEM, kan de stikstofefficiëntie van de koe verbeterd worden en de totale stikstof input via het voer verlaagd worden. Zowel een verhoging van de stikstofefficiëntie als het verlagen van de totale hoeveelheid stikstof in het rantsoen zorgen voor een lager TAN-gehalte in de mest. De TAN is te berekenen door de stikstof in de urine op te tellen met het makkelijk omzetbare deel van de stikstof in de faeces.

TAN=Nurine + F * Nfaeces (1)

De stikstof in de urine, dat volledig bestaat uit ammoniakale stikstof, wordt bepaald door de hoeveelheid stikstof in het voer maal de verteringscoëfficiënt van het ruw eiwit, min de stikstofvastlegging in melk en vlees.

Nurine = (Nvoer * VCRE) - Nvastlegging (2)

De stikstof in de feces kan bepaald worden met de stikstofbalans in de koe, waarbij de stikstofinput gelijk is aan de output.

Nvoer = Nvastlegging + Nurine + Nfaeces (3)

Nfaeces = Nvoer - Nvastlegging - Nurine

Een lager TAN-gehalte in de mest zorgt er dus voor dat er minder ammoniak kan vervluchtigen. De ammoniakemissie in de stal en opslag is daardoor lager, maar het effect is er ook tijdens toediening van de mest. Het verlagen van de TAN is dus echt ammoniakemissie aanpakken bij de bron!

BRON: Rapport 1020 WLR