Nieuws

Dodingsmethodes van groepen dieren na een stalbrand

Gepubliceerd op
29 juli 2022

Voor overlevende dieren na een stalbrand, waarbij euthanasie om welzijnsoverwegingen genoodzaakt is, zijn toepasbare dodingsmethoden nodig. Welke dodingsmethode het beste bruikbaar is na een stalbrand is erg afhankelijk van de situatie. Wageningen Livestock Research heeft onderzoek uitgevoerd naar dodingsmethodes van groepen dieren na een stalbrand en ontwikkelde hiervoor een beslissingskader.

Actieplannen

Bij een stalbrand is het leed voor de dieren, de veehouder, de hulpverleners en omwonenden groot. Vandaar dat het formuleren van een duidelijk plan van aanpak van groot belang is. Mede hierdoor werd er in 2011 door betrokken partijen het Actieplan Stalbranden 2012-2016 opgericht, welke vervolgd werd door Actieplan Brandveilige Veestallen 2018-2022 met als doel de kans op een stalbrand en dientengevolge het aantal dierlijke slachtoffers (en daarmee de impact) te verminderen. Echter, uit onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat het aantal stalbranden tussen 2012 en 2020 niet is afgenomen en het aantal omgekomen dieren zelfs is toegenomen. Daarnaast blijkt uit het rapport dat de gesloten huisvesting van grote aantallen dieren in de intensieve veehouderij inherent een risico is voor de brandveiligheid van de dieren. Daarnaast nemen deze inherente risico’s toe naarmate de stallen groter worden en er meer dieren in gehuisvest zijn. De dierlijke slachtoffers betreffen voornamelijk kippen en varkens.

Toepasbare dodingsmethoden

Na een brand is het mogelijk dat een deel van de dieren nog leeft, maar ernstige verwondingen of blijvende schade opgelopen heeft. Voor deze twee categorieën dieren, waarbij euthanasie vanuit dierenwelzijnsoverwegingen genoodzaakt is, zijn toepasbare dodingsmethoden nodig. Mede hierom heeft Wageningen Livestock Research onderzoek uitgevoerd naar dodingsmethodes van groepen dieren na een stalbrand. Omdat gangbare manieren van euthanasie (zoals door de dierenarts) tijdrovend zijn en in de directe omgeving van het dier moeten gebeuren, is er noodzaak voor alternatieven. Over het grootschalig doden van dieren na stalbranden of andere calamiteiten is weinig bekend, en worden deze regelmatig geschaard onder doden voor grootschalige dierziektebestrijding. Geschikte toepasbare methoden in zulke gevallen zijn het gebruik van individuele methoden zoals schietmaskers, elektrisch doden of lethale injecties, of groepsmethoden zoals koolstofdioxide en schuim. Deze methoden kunnen in de stal of buiten de stal uitgevoerd worden, afhankelijk van de veiligheidsrisico’s verbonden aan de situatie.

Beslissingskader dodingsmethode

Het voordeel van individuele methoden is dat hier geen wachttijd aan verbonden is, maar deze methoden zijn vaak tijdrovend en vereisen veelvuldig hanteren van dieren, wat erg stressvol kan zijn. Koolstofdioxide en schuim zijn beide effectief en snel, er kunnen meerdere dieren tegelijk geëuthanaseerd worden en afhankelijk van de vorm hoeven er geen dieren gehanteerd te worden (in stal vs. buiten de stal). Welke dodingsmethode het beste bruikbaar is na een stalbrand is erg afhankelijk van de situatie. In hoeverre de stal te betreden is, hoe erg deze beschadigd is en de conditie van de dieren. Door de grote verschillen tussen de situaties is het van belang verschillende dodingsmethoden beschikbaar te stellen, zodat deze in bepaalde situaties wel of niet toegepast kunnen worden.

Om te kunnen besluiten welke dodingsmethode het best bruikbaar is in de betreffende situatie bevat het rapport van Wageningen Livestock Research een beslissingskader voor dierenartsen. Het minsiterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit brengt het rapport onder de aandacht bij de brancheorganisaties.