Nieuws

Emissiearme stallen werken niet of minder goed dan verwacht

Published on
3 juli 2023

Emissiearme vloeren in de melkveehouderij zorgen niet voor aantoonbaar minder ammoniakemissies. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) dat betrekking heeft op emissiearme staltypen die tot 2021 zijn opgenomen in de Rav. De emissiearme stalsystemen in de varkens- en pluimveehouderij zorgen wel voor lagere ammoniakemissies, maar ze werken minder goed dan verwacht op basis van de emissiefactoren in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). Een concept-rapport over dit onderzoek lekte ruim een maand geleden uit, maar het rapport is nu officieel klaar.

De WUR-onderzoekers deden vervolgonderzoek naar de emissiearme stalsystemen, nadat het CBS in 2019 in een rapport tot de conclusie kwam dat de stalsystemen vermoedelijk niet zorgden voor de verwachte ammoniakreductie. Dit rapport bevestigt die conclusie. Vorig jaar kwam WUR al in een kwalitatief onderzoek met redenen waarom emissiearme stalsystemen in de praktijk minder goed werken. In dit nieuwe rapport onderbouwt WUR de CBS-conclusie met cijfers van verschillende categorieën emissiearme stalsystemen, gebaseerd op mestanalyses van 2017 t/m 2020.

Net als in het CBS-onderzoek wordt het stikstofverlies uit de mest tussen stallen vergeleken, bij excretie en bij afvoer van het bedrijf, waardoor verschillen in ammoniakemissie zichtbaar worden. Anders dan in de CBS-studie worden hier op een gedetailleerder niveau de Rav-staltypen vergeleken, in plaats van een groepsvergelijking tussen emissiearme en conventionele stallen. Ook wordt in deze nieuwe studie de data statistisch geanalyseerd.

Melkveehouderij

In de melkveehouderij staat 20% van de koeien in staltypen met een emissiearme vloer. De werking van deze stallen valt erg tegen. Uit de analyse blijkt dat voor de staltypen met emissiearme vloer geen betrouwbare emissiereductie kan worden aangetoond ten opzichte van de conventionele stallen met roostervloer. Deze nieuwe stallen hebben veel loopruimte voor de koeien en dus een groot emitterend vloeroppervlak, maar dat is een bron van ammoniakuitstoot.
Opvallend is dat de decennia oude grupstal de laagste ammoniakemissie geeft. Dat komt omdat het emitterend vloeroppervlak in dit stalsysteem klein is. Koeien in dit type stal staan namelijk naast elkaar vastgebonden. Vanwege dierenwelzijn worden deze grupstallen niet meer gebouwd.

De onderzoekers merken op dat ze in het onderzoek keken naar de meest gebruikte melkveestallen met emissiearme vloeren, maar niet hebben kunnen kijken naar nieuwere stalinnovaties zoals het koe-toilet en de Lely Sphere: die vallen buiten de onderzoeksperiode. Ze adviseren om huidige en nieuwe Rav-systemen grondig te (blijven) monitoren in de praktijk. ‘We zien dat de beoordelingsprocedure van stallen op de huidige manier simpelweg onvoldoende werkt’, zegt onderzoeker Karin Groenestein. ‘Eén van de zwakste punten is dat er na het goedkeuringstraject niemand meer naar een stalsysteem kijkt, terwijl de veehouders geen prikkels en voordelen krijgen om het systeem goed te onderhouden. We gaan er met elkaar vanuit dat deze stallen goed blijven werken. Het CBS en ook dit onderzoek toont aan: dat is niet zo. Ons advies is dus ook om dat stelsel snel te verbeteren.’

Varkenshouderij en pluimveehouderij

Ook zo’n 20% van de varkenshouders heeft een brongericht emissiearm stalsysteem. Hierbij gaat het vooral om het verkleinen van emitterend oppervlak of het koelen van de mest, waardoor de ammoniakemissie wordt tegengegaan. Deze systemen werken, blijkt uit de praktijkmetingen, maar niet zo goed als verwacht op basis van de huidige emissiefactoren. Het onderzoek had geen betrekking op de in de varkenshouderij veel gebruikte luchtwassers, omdat de onderzoeksmethode hiervoor niet geschikt is.

In de pluimveesector kan de ammoniakemissie verminderd worden door de mest (snel) te drogen en af te voeren. Zowel in de leghennen- als in de vleeskuikensector is sprake van emissiereductie bij de onderzochte stalsystemen, maar ook hier minder dan verwacht volgens de emissiefactoren. Dat hier emissiefactoren te optimistisch zijn, bleek al uit eerder onderzoek. Momenteel worden nieuwe meetprogramma’s gepland voor het actualiseren van emissiefactoren.

Goede managementmaatregelen

De onderzoekers adviseren om niet alle kaarten op nieuwe emissiearme staltypen te zetten, maar om ook na te gaan of de stikstofemissies met goede managementmaatregelen omlaag kunnen. ‘De systematiek van de Kringloopwijzer biedt hiervoor een goed vertrekpunt. Vergelijkingen tussen melkveebedrijven met de laagste en de hoogste stikstofverliezen zouden nader bekeken kunnen worden om te achterhalen welke bedrijfsfactoren en motivatieprikkels impact hebben. Hieruit kunnen best practices voor het terugdringen van emissie worden ontwikkeld. Daarbij ligt het ook voor de hand om te verkennen of de gebruikte onderzoeksmethode met mestanalyses, eventueel in combinatie met sensor-metingen van emissies, op individueel bedrijfsniveau emissiearm management kan ondersteunen of kan bijdragen aan borging van de stikstofreductie.’