Nieuws

Resultaten van de continue bedrijfsmonitoring van emissies in de veehouderij

Published on
28 oktober 2022

Onderzoekers van Wageningen University & Research hebben de afgelopen twee jaar met behulp van sensoren en protocollaire (referentie)metingen de emissies van methaan en ammoniak uit stallen voor varkens, geiten, vleeskalveren (rosé) en melkvee gemeten. Hiermee is verder zicht gekomen op de gemiddelde uitstoot in deze sectoren en op de toepassing van sensormetingen voor continue monitoring van emissies op stalniveau. Ook is weer duidelijk geworden dat er grote spreiding bestaat in resultaten van metingen binnen een bedrijf en tussen bedrijven binnen een sector.

De veehouderij staat voor een grote opgave om de methaan- en ammoniakemissies te reduceren. In het programma Integraal Aanpakken wordt gewerkt aan het realiseren van beide doelen. Daarvoor zijn verschillende onderzoeksprojecten gestart. Eén daarvan richt zich op het beantwoorden van twee vragen:

  1. Wat is de methaan- en ammoniakemissie uit stallen van veehouderijbedrijven in Nederland en wat is de bijbehorende variatie?
  2. Is het mogelijk is om daarbij continue bedrijfsmonitoring met behulp van sensormetingen in te zetten?

De vier rapporten die nu verschijnen beschrijven de resultaten van de emissiemetingen die uitgevoerd zijn om deze vragen te beantwoorden. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Methoden van meten

Tussen november 2018 en oktober 2020 zijn door Wageningen Livestock Research op 18 melkveebedrijven, 2 geitenbedrijven, 2 vleeskalverbedrijven en 2 varkensbedrijven in totaal meer dan 15.000 meetdagen aan emissiegegevens verzameld en bijna 300 referentiemetingen uitgevoerd. Op vijf melkveebedrijven is daarbij samengewerkt met CLM Onderzoek en Advies BV, Monteny Milieuadvies en Biont Research. De belangrijkste emissieresultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 1: Samenvatting van emissieniveaus bij geiten, melkvee en varkens (in kg per dierplaats per jaar) en vleeskalveren (in gram per dier per dag)
Tabel 1: Samenvatting van emissieniveaus bij geiten, melkvee en varkens (in kg per dierplaats per jaar) en vleeskalveren (in gram per dier per dag)

Bedrijfsmonitoring door continue emissiemetingen is mogelijk onder voorwaarden

Bij de metingen bij de bedrijven met geiten, varkens en vleeskalveren zijn geen significante verschillen gevonden tussen de gemiddelde emissies die bepaald zijn met continue sensormetingen en die op basis van de referentiemetingen. Op basis van deze metingen kan continue bedrijfsmonitoring door continue emissiemetingen daar ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld om het effect van maatregelen voor emissiereductie inzichtelijk te maken. Mits de apparatuur voldoende gecontroleerd wordt door middel van referentiemetingen. Aanvullende emissiemetingen op extra bedrijven in deze sectoren is in 2021 opgestart op verdere onderbouwing te geven aan de nu vastgestelde emissieniveaus.

Ook bij melkvee zijn de continue metingen geschikt om emissiepatronen en afhankelijkheden te volgen, maar is wel verdere doorontwikkeling nodig om ook absolute emissieniveaus betrouwbaar vast te kunnen stellen. Bij deze metingen zijn twee verschillende meetsystemen voor continue metingen toegepast. Uit de vergelijking van de continue metingen met de referentiemetingen blijkt dat de methaanemissie met de continue metingen met 0-14% onderschat wordt en de ammoniakemissie met de continue metingen met 7-28%. De onzekerheid rondom absolute emissieniveaus is sterk afhankelijk van betrouwbare meting van het verschil in CO2-concentratie tussen stal en achtergrond. Uit dat verschil wordt het ventilatiedebiet berekend. Hoe kleiner het concentratieverschil tussen stal en achtergrond, hoe groter het ventilatiedebiet. Om kleine verschillen betrouwbaar te kunnen bepalen moeten dus hoge eisen gesteld worden aan de kwaliteit van de CO2 sensoren. Regelmatige vergelijking en bijstelling aan de hand van referentiemetingen blijft daarom ook hier nodig.

Belang van continue bedrijfsmonitoring voor emissiereductie

Met deze resultaten komt continue bedrijfsmonitoring en directe terugkoppeling van emissieniveaus naar veehouders in zicht. Dat is ook één van de conclusies van het binnenkort te verschijnen overzicht van beschikbare sensortechnologie voor meting van luchtkwaliteit en emissie uit de veehouderij (WLR-rapport 1386). Op een aantal bedrijven binnen het Netwerk Praktijkbedrijven wordt nu al gebruik gemaakt van deze mogelijkheden en wordt continue bedrijfsmonitoring ingezet bij het vaststellen van het effect van reductiemaatregelen die op een bedrijf genomen worden. Een voorbeeld daarvan is het gebruik water in stallen om de ammoniakemissie te verlagen (zie WLR-rapport 1304).

Daarnaast is, in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), door WLR, TNO en ILVO (Vlaanderen) een meerjarig programma (2022-2025) opgezet voor het verder ontwikkelen van meettechnieken voor bedrijfsmonitoring van ammoniak- en methaanemissies bij open natuurlijk geventileerde stallen.