Nieuws

Skagerrakrapport: alle beetjes helpen

Published on
27 december 2021

Ook bij minder aangespoelde vogels blijft deelname aan het stormvogelonderzoek van groot belang.

Twintig jaar onderzoek in het Skagerrak

Al sinds 2002, vanaf de start van het internationale ‘Save the North Sea (SNS)’-stormvogelonderzoek, heeft Wageningen Marine Research in Den Helder ook de stormvogels uit het Skagerrak onderzocht. Het Skagerrak is het zeegebied tussen Noorwegen en Denemarken. Vogelgroepen uit het Noorse Lista en het Deense Skagen zijn sinds 2002 actief in het verzamelen van dood op de kust gevonden Noordse Stormvogels.

Het Skagerrak, Deens-Noors deelgebied in het Noordzee-onderzoek
Het Skagerrak, Deens-Noors deelgebied in het Noordzee-onderzoek

Afnemende aantallen vogels

Zonder dat daar een goede verklaring voor is, zijn de aantallen aanspoelende stormvogels rond het Skagerrak flink gedaald.  In de vroege 5 jaarsperiodes werden vele tientallen tot ruim meer dan honderd stormvogels gevonden. Maar geleidelijk aan zijn de aantallen gezakt tot een dieptepunt van slechts 14 vogels in de recente 5 jaarsperiode 2017-2021. Dat is ruim onder het aantal van 40 vogels dat gewenst is om een betrouwbaar gemiddelde te geven voor de situatie in een bepaald gebied in een bepaalde periode. Betrokken vrijwilligers en landelijke overheden vroegen zich af of het nog wel zinvol is om het project voort te zetten.

Skagerraknetwerkcoördinatoren: van links naar rechts Kåre Olav Olsen, John Pedersen, Poul Lindhard Hansen
Skagerraknetwerkcoördinatoren: van links naar rechts Kåre Olav Olsen, John Pedersen, Poul Lindhard Hansen

Skagerrakrapport

In het recent uitgebrachte en geïllustreerde ‘vrijwilligersrapport’ over het Skagerrakgebied wordt betoogd dat het wel degelijk van groot belang is om het onderzoek ook bij kleinere aantallen vogels voort te zetten. Het gaat namelijk niet om het exacte getal voor een bepaalde periode maar om de trends door de jaren heen: neemt de hoeveelheid plastic in de magen toe of juist af, en dragen de getallen van een deelgebied als het Skagerrak bij aan het grotere beeld in de Noordzee?

Maaginhoud van een recent in Skagen gevonden Noordse Stormvogel
Maaginhoud van een recent in Skagen gevonden Noordse Stormvogel

Statistische testen en modellen

De internationaal vastgelegde standaardanalyses van trends in de hoeveelheden plastic in de magen van individuele vogels suggereert dat in het Skagerrak de plasticvervuiling geleidelijk aan afneemt. Maar deze testresultaten zijn statistisch gezien niet significant: niet voor de lange termijn (2002-2021) en niet voor de beleidsmatig belangrijke recente 10 jaarsperiode (2012-2021). 

Recent hebben we aan de Noordzeebeleidsmakers een aanvullende testmethode voorgesteld, die gebruikmaakt van het jaarlijks vastgestelde percentage stormvogels dat meer dan 0,1 gram plastic bevat. Dat percentage is immers ook de kern van het internationaal beleid dat als doel stelt dat maximaal 10% van de onderzochte vogels meer dan 0,1 gram plastic mag bevatten.

De aanvullende testmethode omvat een voorspellend model wanneer de gewenste doelwaarde bereikt zou kunnen worden. Het model suggereert voor de Skagerrakvogels een afname, maar ook die is statistisch verre van significant met zeer grote standaardfouten rond voorspelde toekomstige waardes.

Vijfjarig gemiddelde plastic gewichten in magen suggereren een patroon van afname, maar diverse testen missen iedere statistische significantie
Vijfjarig gemiddelde plastic gewichten in magen suggereren een patroon van afname, maar diverse testen missen iedere statistische significantie

Kleinere lokale gegevensbestanden zijn belangrijk

Ondanks het feit dat er binnen het Skagerrak geen statistisch betrouwbare trends kunnen worden aangetoond, tonen beschikbare gegevens patronen die sterk lijken op die in de volledige Noordzee. Kleinere lokale gegevensbestanden zijn een onmisbaar onderdeel van de statistisch wel betrouwbare conclusies die uit de gecombineerd gegevens voor het hele Noordzeegebied te halen zijn.