Project

PPS Beter Bodembeheer, integraal en naar de praktijk

Zowel het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (kamerbrief van mei 2018), als private partijen (in het Nationaal Programma Landbouwbodems) hebben als streefdoel aangegeven dat alle landbouwbodems in Nederland in 2030 duurzaam worden beheerd. In de Publiek-Private Samenwerking (PPS) Duurzaam bodembeheer van 2013-2016, en de vervolg-PPS van 2017-2020 (TKI-AF 16064, www.beterbodembeheer.nl), is kennis ontwikkeld over duurzaam bodembeheer in de open teelten. Deze voortzetting is nodig om de opgedane kennis verder te ontwikkelen en te integreren tot handelingsperspectief voor duurzaam beheer van de bodem voor boeren en hun erfbetreders.

Deze PPS speelt ook een centrale rol in de verbinding met ander nationaal en internationaal bodemonderzoek. Actieve samenwerking met andere PPS- en andere programmas, Europese kennisontwikkeling (EJP SOIL) en regionale initiatieven op gebied van bodembeheer is voorzien.

Er is bewust gekozen voor een beperkte looptijd van twee jaar voor deze PPS. Enerzijds vanwege de integrale analyse over 8 jaar bodemonderzoek die in 2020 gestart is en waarvan de resultaten in de komende twee jaar leiden tot een beter inzicht van de kennishiaten en te nemen acties voor duurzaam beheerde bodems. Anderzijds vanwege lopende afspraken over de bijdrage van BO-Akkerbouw en de afronding van een aantal vierjarige projecten dat twee jaar geleden gestart is.

Deze PPS is zowel gericht op 2030 om te komen tot een duurzaam bodembeheer dat bijdraagt aan de ontwikkeling van weerbare productiesystemen, maar ook op de korte termijn om concrete antwoorden op vragen van boeren te geven hoe de bodem vandaag en morgen te beheren. Hierbij willen we de integrale aanpak vanuit de afgelopen jaren verder voortzetten en uitbouwen door:

  1. te werken met een systeemaanpak vanuit het bouwplan en de integrale bodemkwaliteit;
  2. kennis en inzicht op te doen over het integraal functioneren van landbouwbodems;
  3. een zo volledig mogelijk beeld te geven van de (integrale) effecten van maatregelen op dit functioneren en de bodemkwaliteit;
  4. zicht te krijgen op de toepasbaarheid van maatregelen en kosten en baten van een transitie naar duurzaam beheerde bodems op korte en lange termijn;
  5. hiermee te laten zien welke vormen van duurzaam bodembeheer mogelijk zijn in specifieke situaties;
  6. antwoorden te geven op de vragen van de boer door nieuwe adviezen en bouwstenen te ontwikkelen voor tools voor een duurzaam bodembeheer.

Publicaties