Project

Aanpak Erwinia in aardappel- en bloembollenteelt

Rotveroorzakende Erwinia’s in aardappel- en bloembollenteelt zijn de laatste jaren sterk in omvang toegenomen. Oorzaken zijn schaalvergroting en opwarming van de aarde. Geschikte gewasbeschermingsmiddelen ontbreken vooralsnog. Wageningen UR zoekt naar detectiemethoden op besmettingsroutes na te gaan en behandelingsmethodes om het probleem terug te dringen.

Doelstelling

Dit project beoogt instrumenten te ontwikkelen om besmettingsroutes in de aardappelsector na te gaan; en behandelingsmethoden voor ziekten in bollen (zachtrot, Pectobacterium en Dickeya). Het is onderdeel van Erwinia Deltaplan, een samenwerkingsverband tussen onderzoek, telers en handel en overheid dat de directe economische schade in de aardappel en bloembolteelt als gevolg van Erwinia besmettingen binnen 8 jaar wil terugbrengen met tenminste 75%.

Plan van aanpak

In 2012 zijn de volgende onderdelen in het project uitgevoerd:
  • Identificeren ‘hotspots’met algoritme in een DNA-analyse-programma.
  • Kasproef om na te gaan op welke manieren besmetting plaatsvindt; Dickeya blijkt vooral via aërosolen, spatwater etc. op loot terecht te komen.
  • Analyse van loof van 2000 planten; geen ziekteverwekkende Erwinia’s werden aangetroffen.
  • Kwalitatieve toets van pootgoed. PRI heeft in 2012 vastgesteld dat de besmettingspercentages in uitschot, knollen met een afwijking die door telers uitgeselecteerd worden, hoger zijn dan die in een regulier monster.
  • Biologische bestrijding met antagonisten tegen Dickeya en Pectobacterium in hyacint.
  • Toepassen van aanvalsstoffen om weerstand van Zantedeschia tegen Pectobacterium te verbeteren.

Activiteiten in 2013:

  • Vergroten aantal primerparen om meer varianten van de ziekteverwekker Pectobacterium te herkennen.
  • Herhalen kasproef, waarbij planten langer in de kas verblijven.
  • Herhalen analyse van loof, nadat eerst het loof is bemonsterd na loofklappen.
  • Herhalen kwalitatieve toets met toepassen gebruikelijke verrijking in een enrichment broth (PEB), en de vacuümmethode
  • Herhalen van de proeven met een selectie van middelen; het aantal knollen per behandeling wordt vergroot om effecten te kunnen meten.

Beoogde resultaten

Het project levert een gevalideerde, stamspecifieke methode voor Pectobacterium wasabiae. Verder wordt kennis verzameld over risico's van loofinfecties voor besmetting van de naoogst, kennis over de incidenties van loofinfecties en verbeterde (kwalitatieve) detectiemethode voor Dickeya en Pectobacterium in knollen.

Verder levert het project een RNA-gebaseerde methode om dode van levende Dickeya en Pectobacterium bacteriën te kunnen onderscheiden, kennis over biocontrol agents (antagonisten) voor beheersing van bolrot in hyacint en kennis over de mogelijkheden van weerstandsinductie voor beheersing van knolrot in Zantedeschia.