Project

Akkervogels in kleinschalige landbouwgebieden

De populatietrend van boerenlandvogels is indicatief voor de ecologische gezondheid van het platteland. Met de meeste Nederlandse soorten boerenlandvogels gaat het slecht. Vooral akkervogels kenmerkend voor kleinschalige landbouwgebieden op zandgronden gaan hard achteruit. Onderzoek in Engeland wijst uit dat geen beschikbaarheid van voedsel laat in de winter een belangrijke oorzaak is van de achteruitgang van akkervogels. Ervaringen met de Limburgse hamsterreservaten, waarvan de kern in de wintermaanden uit ongeoogst graan bestaat, suggereert dat het aanbieden van voldoende wintervoedsel al snel kan leiden tot positieve effecten op zeldzame akkervogels. Rond deze reservaten worden in de wintermaanden grote groepen vogels waargenomen met soorten die tot voor kort uitgestorven waren in Nederland.

Doelstelling

Los van bovengenoemde waarnemingen bestaat er in Nederland vrijwel geen kennis over de effectiviteit van akkervogel-bevorderende maatregelen. Het is bijvoorbeeld onbekend of een verhoging van aanbod van voedsel in de winter leidt tot grotere broedpopulaties. Het is onbekend hoeveel maatregelen moeten worden aangeboden om efect te sorteren op akkervogels. Het is onbekend welk mengsel van wintervoedsel gewassen het best voorziet in de kwalitatieve en temporele voedselbehoefte van akkervogels gedurende de winter.

Dit gebrek aan kennis beperkt de mogelijkheid van beleidsmakers om effectief beleid te formuleren voor het behoud van akkervogels. Het frusteert het effectief inzetten van boeren en particulieren bij het natuurbehoud in het Nederlandse platteland.

Het op basis van de inzichten formuleren van een economisch en landbouwkundig haalbaar beheerpakket dat akkervogelpopulaties effectief bevordert in kleinschalige Nederlandse landbouwgebieden en dat opgenomen kan worden in het SNL beheer.

Resultaten

Het projectresultaat bestaat uit een eindrapport waarin helder antwoord wordt gegeven op bovenstaande onderzoeksvragen en waarin de implicaties van die resultaten bediscussieerd worden. Op basis hiervan komen er concrete aanbevelingen die maatregelen broedpopulaties akkervogels duurzaam kunnen bevorderen. En hoe deze maatregelen effectief, in de vorm van beheerovereenkomsten, in de praktijk gebracht kunnen worden door agrariërs.

Belangrijkste tussentijdse resultaten:

  • Het aanbieden van voedsel in de winterperiode resulteerde in een significante toename van het toaal aantal vogels en het aantal akkervogels gedurende de winterperiode van 2011-2012.
  • Het totaal aantal vogels was bijna tweemaal zo hoog in gebieden met voedselplots in vergelijking met controlegebieden. Voor wat betreft de kenmerkende akkervoels was het aantal vogels 2,7 keer hoger in gebieden met voedselplots dan in controlegebieden.
  • De voedselbeschikbaarheid in de winterperiode verschilde significant tussen de drie experimenteel ingezaaide gewasmengsels. Ook nam de zaadbeschikbaarheid significant af in de loop van de winter en verschilde het tempo waarmee dat gebeurde significant tussen de drie gewasmengsels.

Werkwijze

De volgende activiteiten worden uitgevoerd:

Begeleiding boeren, zaadoogst, verwerken oogstmonsters, inventarisaties wintervogels, inventarisaties broedvogels, invoer inventarisatie gegevens, veldwerk zenderen, invoer peilgegevens, broedsuccesbepaling, invoer gegevens, analyse en rapportage.

Publicaties

Kleijn, D. Teunissen, W. Müskens, G., Kats, van R., Majoor, F. en Hammers, M. (2014). Eindconcept - Wintervoedselgewassen als sleutel tot het herstel van akkervogelpopulaties?