allergie

Project

Allergie en afweer

Allergieën zijn multifactoriële ziekten waarbij het verkeerd reageren van het immuunsysteem een cruciale rol speelt. Daarom is voor management van allergieën en versterken van afweer een multidisciplinaire aanpak nodig.

Doelstelling

Deze bundelt fundamenteel en toegepast onderzoek, met daarin een integratie van bèta en gamma aspecten, gericht op de mogelijkheden van allergiepreventie in de premedische fase, in ketenperspectief, en in samenwerking met diverse medische partners. Doelstelling is om via verlaging en beheersbaar maken van de ‘allergenic load’ in onze voeding en leefomgeving de sensibilisatie en de allergische respons bij patiënten significant terug te dringen. Daarmee verhoogt de kwaliteit van leven.

Aanpak en tijdspad

Uit eerder onderzoek zijn tarwerassen en niet-natuurlijke varianten (deletielijnen) geïdentificeerd met een sterk verlaagde toxiciteit. In 2011 worden strategieën gevolgd voor de productie van veilige(r) tarwevariëteiten. Denk bijvoorbeeld aan de re-synthese van hexaploiden en de synthese van niet-toxische gluteneiwitten in andere, CD-veilige, (graan)gewassen. Voor het laatste deel worden genen coderend voor veilige gluten geïntroduceerd in andere gewassen, die vervolgens geanalyseerd worden op industriële kwaliteit en CD-toxiciteit.

Dit project beoogt het tegengaan van de versleping van allergenen en van kruiscontaminatie (i.c. pinda en gluten) in een industriële keten en in een restaurantsetting. Hiervoor zal in 2011 de (mogelijke) versleping van allergenen in een aantal voedingsbedrijven worden gemeten. Bovendien wordt het potentieel van nieuwe reinigingstechnologieën onderzocht om de biologische activiteit van allergenen uit te schakelen.

Resultaten

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat met enkele kleine wijzigingen in de aminozuursamenstelling van toxische gluteneiwitfragmenten de toxiciteit uitgeschakeld kan worden. Deze kennis heeft tot een patent geleid. Met behulp van proteomics onderzoek wordt geanalyseerd welke (immuno-toxische) eiwitten daadwerkelijk voorkomen in de rijpe tarwekorrel. Op basis van al deze kennis zijn strategieën ontwikkeld voor de productie van veilige(r) tarwevariëteiten (via o.a. re-synthese van hexaploiden) en de synthese van niet-toxische gluteneiwitten in andere, CD-veilige, (graan)gewassen. Verder heeft het onderzoek verschillende wetenschappelijke publicaties opgeleverd, zeven maatschappelijke publicaties (incl. voordrachten op symposia) en een aantal posterabstracts

Publicaties