mesthoop

Project

Alternatieven voor stalmest in hyacint op duinzand

Er is zorg van hyacintentelers dat de opbrengst en kwaliteit van het product onacceptabel zouden achteruitgaan als het gebruik van stalmest zou worden beperkt door de meststoffenwet. Een klein verschil in opbrengst of bolinhoud kan leiden tot een financieel resultaat dat vele duizenden euro’s lager ligt per hectare. Omdat de teelt van een leverbare hyacintenbol circa vier jaar duurt, kunnen meerjarige effecten optreden bij het plantgoed.

Doelstellingen project

Dit project beoogt vast te stellen of de opbrengst en kwaliteit van het bolgewas hyacint gegarandeerd zijn door alternatieve bemestingsstrategieën die binnen de normen mogelijk zijn. Dit als alternatief van de huidige hoge stalmestdosering. 

Het is niet bekend hoeveel stalmest nodig is om het opbrengsteffect te bereiken. Ook zijn effecten van stalmest op de ziektewering van de grond nooit onderzocht. Daardoor is niet aan te geven wat precies het effect is van de nieuwe meststoffenwet op de teelt. Ook is niet bekend hoe een opbrengsteffect van stalmest tot stand komt, waardoor er geen concreet aanknopingspunt is om hetzelfde effect op andere wijze tot stand te brengen met een lagere aanvoer van fosfaat en stikstof. 

In heel Nederland wordt circa 1200 hectare hyacint geteeld, waarvan ongeveer 42% in de Bollenstreek, 6% in Kennemerland en 46% in het Noord-Hollands zandgebied. De teelt van hyacint is vrijwel volledig beperkt tot duinzandgrond, vooral vanwege de goed beheersbare waterhuishouding en de relatief hoge pH.

Werkwijze

Gedurende een aantal seizoenen vanaf 2007 zijn verschillende organische bemestingsregimes uitgevoerd op duinzandgrond om het effect op opbrengst en broeikwaliteit van hyacint vast te stellen. Omdat niet ieder jaar op dezelfde plek hyacint kan worden geteeld, is in de tussenliggende jaren tulp en narcis geplant.

Nagegaan is of er een effect is van stalmest op de opbrengst en kwaliteit van hyacint in vergelijking met GFT-compost of zonder organische bemesting. Ook is gekeken hoe groot dit effect is, hoe de dosering van de organische meststoffen dit effect beïnvloedt en of een combinatie van deze verschillende organische meststoffen een positief effect heeft op de opbrengst en kwaliteit van hyacint. 

Naast deze voedingseffecten zou verschil in activiteit van bodemorganismen de opbrengst of de gezondheid van het gewas kunnen beïnvloeden. Deze hypothese is in het onderzoek opgenomen door een behandeling waarin de activiteit van bodemorganismen wordt verhoogd door inwerken van een groenbemester. Daarnaast wordt aan het eind van de proef de ziektewering van de grond tegen Pythium bij hyacint getest.

Resultaten

  • Tussentijdse rapportage voor PT in september 2012.
  • Eindverslag en artikel in BloembollenVisie over gehele onderzoeksperiode volgt voorjaar 2013
  • Na afloop van het project moet voldoende inzicht zijn in:
  1. het optreden en de grootte van het effect van bemesting met verschillende doses stalmest en GFT-compost op de opbrengst en kwaliteit van hyacint, in vergelijking met een behandeling zonder organische bemesting
  2. de oorzaak van een effect van stalmest op de opbrengst van hyacint. Werkt dit via een hogere aanvoer van N, P, K of overige nutriënten met deze meststof in vergelijking met andere organische bemesting of zonder organische bemesting? Of via verhoging van de activiteit van het bodemleven?
  3. of een combinatie van meststoffen (‘halve’ doseringen stalmest en GFT-compost) een gunstig effect heeft op de opbrengst en kwaliteit van hyacint, vergeleken met bemesting met deze meststoffen afzonderlijk.
  4. het effect van stalmest, GFT-compost, bemesting met specifieke nutriënten en het inwerken van een groenbemester op de ziektewering van de grond tegen Pythium bij hyacint.
  • Dit onderzoek moet leiden tot een advies voor organische stof toediening bij hyacint waarbij een goede productie en opbrengst wordt behaald.

Resultaat (beoogd)

De resultaten tot en met het 4de  jaar gaven aan dat een goede opbrengst en kwaliteit hyacint behaald kunnen worden zonder stalmest maar door input van GFT-compost  en kunstmest. Echter in het 5de en laatste jaar is er toch een hogere opbrengst aangetoond voor stalmest t.o.v. alleen GFT-compost. Of dit het begin is van de ”achteruitgang” van de grond, zoals door de praktijk wordt verwacht als geen stalmest meer gebruikt kan worden, zou alleen bij voortzetting van dit onderzoek helder kunnen worden. Omdat organische stof op duinzandgrond sneller afbreekt dan op andere (zand)gronden is wel veel organische stof input noodzakelijk. Organische bemesting is ook van belang gebleken voor de fysische eigenschappen van de grond en duidelijk is dat dat voor een vergelijkbaar effect van GFT-compost  veel minder tonnen/ha nodig is dan van stalmest. Zeer hoge giften GFT-compost lijken ook nadelen te gaan geven door dat de grond  te nat kan blijven. De biotoets moet nog duidelijkheid geven over het belang voor het bodemleven.

Binnen de huidige normen lijken er in ieder geval voor de korte termijn (5 jaar) alternatieven te zijn voor het gebruik van uitsluitend stalmest. Of dit ook voor de lange termijn geldt is onduidelijk.

De gegevens uit dit onderzoek zullen gebruikt worden om vast te stellen met welke organische bemesting en kunstmest giften binnen de wettelijke regels een goede productie en kwaliteit hyacint bereikt kan worden. Hierbij wordt mede gebruikt gemaakt van het programma dat inzichtelijk maakt met welke organische bemesting het % organische stof van de duinzandgrond op termijn op peil is te houden.

In 2013 vindt de verwerking van de gegevens en verslaglegging van het project plaats. De resultaten zijn van belang om telers te kunnen adviseren over de wijze van organische bemesting (stalmest en/of GFT-compost) voor behoud van organische stof, bodemkwaliteit, opbrengst en inwendige bolkwaliteit. Voor het ministerie van EL&I telt dat de resultaten passen binnen de huidige wet- regelgeving.

Publicaties