Project

AniBioThreat: Europese samenwerking voor bescherming tegen bioterrorisme met dierziekteverwekkers

Met het EU-project AniBioThreat is een eerste stap gezet voor samenwerking en uitwisseling van kennis om in Europees verband eventuele terroristische aanslagen met besmettelijke dierziekten snel te kunnen opsporen, snel te kunnen reageren en verspreiding van besmet voedsel en de dierziekten zelf tegen te gaan.

Het Central Veterinary Institute (CVI), onderdeel van Wageningen UR, nam deel aan de work packages Threat assessment, Early warning, European Laboratory Response Network (LRN) for animal bio-terrorism threats, en Detection and diagnosis.  In oktober 2010 startte het 3-jarige project met 16* instituten uit 8 verschillende Europese landen. Niet alleen instituten die werken aan volks- en/of diergezondheid, maar ook (semi-) publieke organisaties zijn bij het project betrokken, zoals leger, politie, veiligheidsdiensten, douane, hulpdiensten en forensische instituten.

Aanleiding

Sinds de aanslagen op het World Trade Center in New York in 2001 en de ‘poederbrieven’ die kort daarna werden verstuurd is de aandacht voor bioterrorisme sterk toegenomen. De dreiging van de productie en gebruik van biologische wapens wordt serieus genomen. De EU heeft een actieplan opgesteld om een goed antwoord te hebben op chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) dreiging. De doelstellingen van het AniBioThreat project zijn gebaseerd op acties uit dit plan.

Vroegtijdige detectie, snelle reactie

Vroege opsporing van een dierziekte of met dierziekte besmet voedsel en een daadkrachtige snelle respons is essentieel voor een adequate bescherming van dier- en volksgezondheid én van de economie. De gevolgen voor dieren en mensen zijn helder, maar de economische gevolgen worden soms vergeten. Als een dierziekte een land binnendringt en landbouwhuisdieren besmet, waarbij voor de bestrijding (inter)nationale wetgeving van kracht is, dan zullen bevattelijke dieren binnen een bepaalde straal van de aangetoonde ziekte gevaccineerd worden, besmette dieren worden geruimd, wordt er een standstill ingesteld en zullen importerende landen hun grenzen sluiten voor dieren en dierlijke producten. Een snelle detectie van een dierziekte is dus erg belangrijk, om te voorkomen dat veel veehouderijbedrijven onopgemerkt besmet raken.

Opzettelijke besmetting dieren en voedsel

Dierziekten kunnen op een natuurlijke manier toeslaan, maar kwaadwillenden kunnen ook opzettelijk een uitbraak veroorzaken door (op een of meer veehouderijen) landbouwhuisdieren bloot te stellen aan ziekteverwekkers . In dat geval is er sprake van bioterrorisme. In diverse landen waaronder Nederland, Frankrijk en Zweden bestaan zogenaamde Laboratorium respons netwerken (LRN) die een gecoördineerde respons capaciteit kunnen inzetten in geval van bioterrorisme en biologische misdrijven. Aan deze netwerken nemen organisaties als politie, douane, leger, instituten voor volks- en diergezondheid, forensische instituten en ministeriële departementen deel.

Taal- en begripbarrières

Uit diverse bijeenkomsten, oefeningen en workshops van AniBioThreat bleek dat er nog veel gedaan moet worden aan communicatie en informatieuitwisseling. Probleem hierbij is onder andere dat bepaalde begrippen in de diverse sectoren verschillende betekenissen hebben. De bestaande LRN’s zijn veelal op nationaal niveau georganiseerd. Uit het project AniBioThreat werd duidelijk dat er behoefte is aan een netwerk van nationale LRN’s met een Europees coördinatiepunt.

Inschatting risico’s en diagnostiek

Naast LRN’s zijn risicoinschatting en snelle en differentiërende diagnostiek nodig. Modellen zijn ontwikkeld om op basis van bijvoorbeeld dagelijks vastgelegde productiegegevens van landbouwhuisdieren een verhoogd risico op een infectie met een mogelijke besmettelijke dierziekte snel te detecteren. Daarbij is het belangrijk te kunnen beschikken over goede diagnostische methoden, met name voor  ziekten waaraan risico kleeft voor de mens. Voor bijvoorbeeld de diagnostiek op botulisme is naar alternatieven gezocht voor de muizentest, die nu nog de gouden standaard is; voor anthrax zijn verschillende PCR-testen vergeleken om uiteindelijk te komen tot  een  internationale referentiemethode.

*
  • Zweden: National Veterinary Institute (Uppsala); National Police Board (Stockholm); Swedish Contingencies Agency (Karlstad); Swedish National Laboratory of Forensic Science (Linköping); Swedish University of Agricultural Sciences (Uppsala): Lund University (Lund); Swedish Board of Agriculture (Jönköping)
  • Nederland: Central Veterinary Institute, part of Wageningen UR (Lelystad); Dutch National Institute for Public Health and the Environment  (Bilthoven)
  • Frankrijk: Agence Nationale de Securité Sanitaire de l’Alimentation, de l’Enverionnement et du Travail (Maison Alfort)
  • Denemarken: Technical University of Denmark (Lyngby)
  • Duitsland: Federal Institute of Risk Assessment (Berlijn)
  • Italië: Food Safety National Institute of Health (Rome), Istituto Zooprofilattico Sperimentale delle Venezie (Legnaro)
  • Hongarije: Directorate of Veterinary Medicinal Products (Boedapest)
  • UK: Institute of Food Research (Norwich)
---

Het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Biosecurity and Bioterrorism bracht een speciale editie uit met 29 artikelen over het AniBioThreat-project.

Het EU project AniBioThreat (Grant Agreement: Home/2009/ISEC/AG/191) is gefinancierd door onder andere Prevention of and Fight against Crime Program of the European Union, European Commission—Directorate General Home Affairs. De onderdelen waarin CVI participeerde zijn medegefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken.