maïs

Project

Beheer bestaande gewascollecties

De opbouw en instandhouding van collecties van plantaardige genetische bronnen is één van de Nederlandse bijdragen aan de wereldwijde inspanningen gericht op behoud van genetische diversiteit in de landbouw. Doelstelling van het project ‘Collectiebeheer’ is het optimaal beheren van de genetische bronnen van 28 land- en tuinbouwgewassen.

Doelstelling

De opbouw en instandhouding van collecties van plantaardige genetische bronnen is één van de Nederlandse bijdragen aan de wereldwijde inspanningen gericht op behoud van genetische diversiteit in de landbouw. Sinds 1985 heeft het ministerie veel in de opbouw van de gewascollecties geïnvesteerd.

Doelstelling  van het project ‘Collectiebeheer’ is het optimaal beheren van de genetische bronnen van 28 land- en tuinbouwgewassen. Tuinbouwgewassen zoals bladgewassen, aardappel, kool, vruchtgroenten, ui-achtigen krijgen in dit project de meeste aandacht. Deze strategie is gebaseerd op het feit dat de Nederlandse groenteveredelingsector één van de grootste internationale spelers is. Bovendien krijgen groentegewassen bij andere Europese genenbanken relatief weinig aandacht.

Het beheer omvat de activiteiten acquisitie, regeneratie, karakterisering, evaluatie, documentatie, zaadopslag en -distributie, en advies gebruikers bij aanvraag collectiemateriaal. Regeneratie, karakterisering, zaadbeheer en distributie vallen binnen het bereik van dit project.

Dit project draagt bij aan de Convention on Biological Diversity, de International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture en het Global Plan of Action on Plant Genetic Resources.

Werkwijze

Activiteiten zijn:

  • Zaden regenereren
  • Zaden karakteriseren
  • Zaden beheren
  • Zaden distribueren

De activiteiten zijn een continu proces

Resultaten

  • In de tabel zijn de gerealiseerde activiteiten weergegeven voor de verschillende gewassen in de CGN collectie. Het projectjaar 2013 week niet duidelijk af voor wat betreft de verschillende genenbank activiteiten over de gewassen heen ten opzichte van de voorafgaande jaren. Alleen voor documentatie van de GENIS database was een toename aan activiteiten in 2013 te zien. Dit werd veroorzaakt door een toename aan activiteiten bij de vruchtgewassen. Voor karakterisering & evaluatie is er een afname te constateren over de jaren heen, dit wordt mogelijk veroorzaakt doordat reeds veel CGN collecties zijn gekarakteriseerd en geëvalueerd voor met name ziekten en plagen. De afgifte van accessies door CGN is hoog.
tabel1.JPG
  • Een sla en wilde verwanten expeditie is uitgevoerd in Armenie en Azerbeidzjan; deze expeditie heeft meer dan 100 nieuwe accessies opgeleverd.
  • Doorwerking van de resultaten heeft plaatsgevonden door het organiseren van zes gewasgroep bijeenkomsten, het bezoeken van acht bedrijven en participatie in vier congressen en twee ECPGR workshops. Verder zijn er negen lezingen gegeven,  zijn er twee rapporten verschenen,  is er tweemaal een artikel in de landelijke pers verschenen (VK) en ‘last but not least’ heeft CGN een grote bijdrage geleverd aan VPRO Tegenlicht uitzending getiteld ‘De strijd om het zaad’.

Opname, vermeerdering, karakterisering & evaluatie en afgifte

De planning voor 2014 aangaande de verschillende collectiebeheer activiteiten is voor het grootste deel volgens plan verlopen. In tabel 2 staan de gerealiseerde aantallen accessies/waarnemingen in 2014 per collectiebeheer activiteit per gewas.

Tabel2.png

Zaadbeheer

In 2014 zijn 510  accessies verpakt voor opname in de genenbank. In  87% van de gevallen gaat het om al bestaande (vernieuwde voorraad) accessies. Er werden 6198 monsters van 5152 unieke accessies afgegeven aan 157 bedrijven, universiteiten en NGO’s uit een collectiebestand van 22.740 accessienummers. In totaal waren er 198 aanvragen.

In 2014 zijn aan 487 accessies herhalingskiemkrachten uitgevoerd. In 44 gevallen werd geconstateerd dat de kiemkracht 10% of meer was achteruit gegaan. Van al deze nummers wordt de kiemkracht in 2015 nogmaals getest, zodat kan worden beslist of dit materiaal opnieuw geregenereerd dient te worden. Aan 399 monsters zijn aanvangskiemkracht (=AK) bepalingen uitgevoerd. Circa  7% van de getoetste nummers worden opnieuw voor AK bepalingen in 2015 opgestuurd.

Publicaties