Project

Beleidsvragen biologisch

EZ heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de stimulering en ontwikkeling van de biologische landbouw mede omdat de biologische landbouw inhoud geeft aan een aantal maatschappelijke wensen op het terrein van duurzaamheid en dieren welzijn. Dit heeft er in geresulteerd dat 2,6% van de agrarische bedrijven biologisch is. Biologische bedrijven leggen verbindingen met de samenleving (zo is 60% van de biologische bedrijven multifunctioneel) en spelen zo een belangrijke rol in het vermaatschappelijken van de Nederlandse landbouw. Door in de biologische productiewijze de relatie met de regio te versterken kan de afzet van biologische producten toenemen en tegelijkertijd haar milieubelasting verminderen door minder vervoersbewegingen en meer lokale input van productiemiddelen.

Er is steeds meer belangstelling voor voedsel geproduceerd in de regio. De ontwikkeling naar en de belangstelling van consumenten voor streekproducten zou wel eens een bedreiging voor de markt van biologische producten kunnen zijn. In Engeland waar de belangstelling voor lokaal geproduceerd voedsel toeneemt zien we bijvoorbeeld een daling van het aandeel biologische producten die vaak uit het buitenland afkomstig zijn.

In Nederland is in vergelijking met andere landen weinig vastgelegd over de koppeling tussen biologisch en streek. In SKAL zitten weinig of geen voorwaarden die streek en bio aan elkaar koppelen. In Duitsland bijvoorbeeld zijn wel meer voorwaarden vastgelegd over deze koppeling (herkomst van materialen als input van het biologische bedrijf uit de streek).

Biologische bedrijven lijken bij uitstek geschikt om de koppeling met de streek te maken: ze doen in het algemeen meer aan verbredingactiviteiten als huisverkoop, zorglandbouw, natuurbeheer, enz. Daarmee zijn ze gemiddeld genomen aantoonbaar verder met het leggen van verbindingen met consumenten/ producenten. Bedrijven staan meer open voor bezoek en kunnen daarmee zich dus ook in de streek specifiek profileren. Daarnaast vormen het sluiten van (regionale) kringlopen de basis van de biologische productiewijze

Streek wordt nu vaak gekoppeld aan de fysieke locatie van een bedrijf. De herkomst van bijv. voer en mest is nu nog geen onderdeel van het wegzetten van een product als streekproduct. Op dat terrein scoort de biologische landbouw soms zelfs minder goed doordat bijv. voedergranen uit China gehaald worden. Als je biologische melk in Nederland koopt is de kans groot dat deze melk uit het buitenland afkomstig is.

In de biologische landbouw leeft de vraag hoe biologisch een plus zou kunnen zijn op het regionale product al langer maar er is nog geen inhoud aan gegeven. Wel is op dit moment Stichting EKO-keurmerk bezig aanvullende eisen op te stellen. Wat is er nu voor nodig om die plus op regionale producten waar te maken: welke eisen aan herkomst van productiemiddelen, welke vormen van samenwerking tussen bedrijven zijn hiervoor nodig en wat kun je in een regio als bio producenten dan voor pakket leveren aan consumenten?

Doelstelling

Dit project heeft tot doel de belangrijkste knelpunten, kansen en dilemma’s rond biologische landbouw & streekproducten (in brede zin) inzichtelijk te maken. Dit resulteert o.a. in een breed gedragen SWOT-analyse.

Publicaties