vaccinatie schaap

Project

Blauwtong Epidemiologie

Blauwtong (BT) is een niet-besmettelijke, infectieuze virale ziekte bij herkauwers en wordt veroorzaakt door het gelijknamige virus (BTV) waarvan 24 serotypen bestaan. BT serotype 8 is in 2006 geïntroduceerd in N-W Europa en heeft herkauwers in een groot deel ervan besmet. BTV wordt verspreid door verschillende endemische knuttensoorten. De verspreiding/epidemiologie van BT is, als vector overdraagbare dierziekte, een onbekend onderzoeksveld voor CVI. Dit project is begonnen als een assistent-in-opleiding (AIO)-project in samenwerking met FD Utrecht gericht op het verdiepen van epidemiologische kennis rond Blauwtong.

Doelstelling

  1. Hoe vertalen we de knuttenvangsten naar werkelijke (lokale) dichtheden en aantallen beten per koe/schaap ? Zijn knuttenvangsten, die wereldwijd worden gedaan met een OVI lichtval, betrouwbaar genoeg voor toepassing in modellen, of zijn zij een slechte afspiegeling van wat er daadwerkelijk bij de herkauwers aan wordt getroffen aan dichtheden? Is er een verschil in gastheerpreferentie (runderen, schapen) van Nederlandse knutten?
  2. Om het (transmissie)modelwerk wat tot nu is uitgevoerd (o.a. in kader van een EFSA BT Epidemiologie werkgroep) te valideren is er een schatting nodig van de werkelijke groeisnelheid van de epidemie en hoe die verandert in de tijd.
  3. Knuttenvangsten van het project zijn retrospectief ingezet om te onderzoeken welke knuttensoorten in Nederland besmet zijn geraakt met Schmallenberg virus in 2011 en 2012.

Werkwijze en tijdspad

Voor doelstelling 1 worden er verschillende experimenten uitgevoerd, met name om de relatie tussen de gouden-standaard vangsten via een OVI lichtval te vergelijken met wat er daadwerkelijk wordt gemeten op de huid van doeldieren in een weiland; daartoe zijn ook andere vangmethoden ingezet waaronder sweepnet, directe aspiratie van de huid, en een drop-tent. Er is een ‘host-preference’ experiment uitgevoerd met een koe, schaap en lichtval; er zijn verschillende experimenten uitgevoerd om de aantrekkingsafstand van een OVI lichtval tot knutten te onderzoeken omdat deze lichtval wereldwijd wordt toegepast om knutten te vangen en de vangsten worden gebruikt in verspreidingsmodellen. Voor doelstelling 2 zijn gegevens van een longitudinale studie geanalyseerd. In een periode van twee jaar tijd zijn van alle doeldieren op 5 rundvee- en 5 schapenbedrijven om de 4 maanden een bloedmonster afgenomen en onderzocht met PCR en ELISA om de BT-infectiestatus vast te stellen. Hieruit kunnen transmissieparameters worden geschat. Voor doelstelling 3 zijn knutten gevangen in 2011 en 2012 tijdens het BT Epidemiologieproject onderzocht met een PCR op antigeen van Schmallenberg virus.

Publicaties