biodiesel fabriek

Project

Collectieve actie in cross-sectorale innovaties

Cross-sectorale innovaties komen vaak voor in de biobased economy: industriële en agroclustering, nieuwe verbindingen tussen industrie, landbouw en bebouwde omgeving etc. Deze innovaties worden zelden of nooit vanaf de tekentafel gerealiseerd.

Doelstelling

Ze ontstaan in een bepaalde situatie waarin zich kansen voordoen. Omdat kennisinstellingen vaak een ontwerpende benadering hanteren, ontbreekt een goede aansluiting bij lopende innovatieprocessen. Dit project wil de ontwikkeldynamiek van deze nieuwe samenwerkingen begrijpen, en van daaruit innovatie- en interventiestrategieën en tools ontwikkelen en testen in praktijkcases.

Het project hanteert hiervoor verschillende conceptuele benaderingen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de besluitvorming, de organisatieontwikkeling, risicomanagement, de rol van intermediairen en de betrokkenheid/interventies van kennisinstellingen.

Het project gaat om integratie van kennis uit meerdere disciplines (bedrijfskunde, bestuurskunde, sociologie, techniek) en sluit aan op meerdere onderzoeksthema’s. Deze integratie is wetenschappelijk vernieuwend. De kwaliteit wordt geborgd door samenwerking met TU-Delft en Wageningen Universiteit.

Resultaten 2012 

Opsplitsen van het project in twee thema’s Biobased Economy en ‘Landbouw in maatschappelijke context’. In beide thema’s is collective action een inherent gegeven: er ontstaan nieuwe ketens en nieuwe relaties tussen publieke en private partijen en vaak ook met NGO’s en burgers. Beide thema’s worden hierna apart beschreven.

Biobased Economy

Samen met de TU Delft is een serie van 4 workshops georganiseerd met het projectteam, waarin aan de hand van Agent Based Modelling de inzichten in de ontwikkeling van de biobased economy zijn gedeeld en zichtbaar gemaakt. Doelstelling was om binnen Wageningen UR beter inzicht in de ontwikkelingen in de biobased economy te ontwikkelen, zodat het onderzoek hierop beter kan aansluiten. Een belangrijk resultaat in dit leerproces was het onderscheid tussen ‘gewenste’ en ‘ongewenste’ ketens: ketens waarin biomassa wordt verbrand, worden gezien als laagwaardig en niet duurzaam. Hoe kan Wageningen UR bijdragen aan duurzame, gewenste ketens? Eind 2012 is een concept model opgeleverd, inclusief een beschrijving van de aannames. Het model wordt in 2013 verder uitgewerkt via een gecombineerde studentopdracht van TU-Delft met WU-bedrijfskunde.

Landbouw in Maatschappelijke context

Wageningen UR draagt actief bij aan de ontwikkeling en verduurzaming van de agrarische sector, die in veel gevallen wordt gestuurd door maatschappelijke ontwikkelingen. De verduurzaming van de veehouderij en de ontwikkeling van multifunctionele en stadslandbouw zijn daar voorbeelden van. In 2012 zijn enkele casestudies gestart waarin met name wordt gekeken naar de maatschappelijke context, de wijze waarop deze doorwerken in de casus en de rol van onderzoek(ers) en andere actoren. De volgende cases zijn gekozen: Stadslandbouw in Almere, verduurzaming van de varkenshouderij en een recent gebiedsinitiatief rondom de CAH in Dronten. Een belangrijk resultaat is de hypothese dat de maatschappelijke context verschillende reacties oproept, zowel de aanpassing van bestaande systemen als in de ontwikkeling van nieuwe systemen en dat onderzoek(ers) hierin ook verschillende rollen spelen. De casestudies worden in 2013 afgerond.
 

Hiernaast is een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de PPS Stadstuinbouw, die ook is goedgekeurd en in 2013 wordt gekoppeld aan dit KB project.

Beoogd resultaat vanaf 2013

  • 2013: onderzoeksrapportage Analysekader en casusbeschrijving; concept wetenschappelijk artikel over analysekader.
  • 2013 en 2014: Wetenschappelijke artikelen (indien mogelijk in combinatie met een congresbijdrage).
  • Onderzoeksrapportages: Onderdeel 1 en 2 Ontwikkeldynamiek cross-sectorale innovaties en Onderdeel 3-6 Interventiestrategieën en tools.
  • Expertiseontwikkeling: bijdrage aan expertiseontwikkeling van onderzoekers binnen Wageningen UR en TU Delft die betrokken zijn bij cross-sectorale innovaties.

Werkwijze

  • Opstellen analysekader (maand 1-6). Vier lijnen:
    Beslissingen
    Organisatieontwikkeling, verdienmodellen en risicomanagement
    Communication systems en intermediairen
    Rollen en interventies kennisinstellingen
  • Selecteren en analyseren van bestaande cases (maand 7-15) in overleg met themaleiding (in relatie tot topsectoren)
  • Ontwikkelen interventiestrategieën en interventietools (maand 15-18)
  • Testen in lopende innovatieprocessen (maand 18-32)
  • Evalueren en communiceren (maand 24-36).