Project

De grenzen aan vrijwilligerswerk als knelpunt

Door de overdracht van gemeentelijke taken op vrijwilligersorganisaties neemt de druk op vrijwilligers toe. Dorpshuizen en Kleine Kernen Gelderland (DKK Gelderland) en de Stichting Gebruik Culturele Zaal in Giesbeek (SGCZ) willen weten wat de consequenties zijn van de toenemende druk op vrijwilligers en hoe vrijwilligersorganisaties de toenemende vraag het hoofd kunnen bieden. Daartoe hebben ze de Wetenschapswinkel gevraagd onderzoek te doen naar rollen, taken en verantwoordelijkheden in de veranderende situatie.

Actieve vrijwilligers worden overvraagd

Er is een politiek gestuurde maatschappelijke ontwikkeling gaande gericht op het overdragen van centrale overheidstaken naar gemeentelijk niveau. Het doel is de uitvoering dichter bij de burger te brengen. Gemeenten verzelfstandigen veel van deze taken en/of dragen ze over aan stichtingen of bedrijven. Deze organisaties krijgen daardoor een groter takenpakket, maar worden vaak tegelijkertijd geconfronteerd met bezuinigingen. Een veelgebruikte oplossing is het aanstellen van vrijwilligers.

Werken met vrijwilligers brengt echter risico’s met zich mee. Het blijkt lastig vrijwilligers te vinden die voldoende tijd kunnen of willen investeren. Daarnaast zijn veel vrijwilligers niet bereid zich langdurig te binden en missen zij vaak de nodige opleiding of vaardigheden. Veel organisaties kampen dan ook met een tekort aan vrijwilligers wat tevens tot overbelasting van de al aangestelde vrijwilligers leidt.

Onderzoek voor inzicht

In de eerste plaats biedt het onderzoek meer inzicht in de veranderende relaties tussen lokale publieke organisaties (zoals gemeenten en zorginstellingen) en vrijwilligersorganisaties (zoals dorpshuizen, dorpsraden en lokale verenigingen). De overdracht van publieke taken vraagt om een onderhandelingsproces waarin rollen, taken en verantwoordelijkheden opnieuw verdeeld en gedefinieerd worden. Het onderzoek laat zien hoe deze onderhandelingen worden gevoerd en welke strategieën daarbij gehanteerd worden.

In de tweede plaats verschaft het onderzoek meer inzicht in de (veranderende) relatie tussen vrijwilligersorganisaties en (potentiële) vrijwilligers. Enerzijds leiden de nieuwe rollen en taken van vrijwilligersorganisaties tot andere eisen en verwachtingen naar vrijwilligers. Deze eisen en verwachtingen komen deels voor uit de verschuivingen in het takenpakket, maar ook uit de manier waarop het vrijwilligerswerk georganiseerd en gecoördineerd wordt. Anderzijds verandert ook de manier waarop mensen zichzelf willen inzetten voor maatschappelijke doelen. Burgers organiseren zich op nieuwe manieren (bijvoorbeeld via Social Media) en organiseren zich rondom nieuwe doelen en activiteiten.

Onderzoeksvragen

Om de bovenstaande doelstellingen te bereiken, stonden de volgende onderzoeksvragen centraal:

Resultaten en vervolgonderzoek

In de loop van dit onderzoek is duidelijk naar voren gekomen welke uitdagingen het grootst en meest belangwekkend zijn voor de betrokken partijen rondom hun bijdrage aan de leefbaarheid van dorpen en kleine kernen op basis van vrijwilligerswerk - zie bijgaande (student)rapportages in de resultatensectie. Gegeven de veelheid aan nieuwe taken en verantwoordelijkheden in de context van decentralisatie, blijkt dat er grenzen zitten (en gesteld (moeten) worden) aan de inzet van vrijwilligers. Dit gaat hand in hand met de uitdaging om het werk aantrekkelijk en behapbaar te organiseren. Wat betreft het aantrekken van nieuwe vrijwilligers blijkt de behoefte en uitdaging specifiek te liggen bij het betrekken van jongeren. Een belangrijke vraag gaat daarbij over het belang van de organisatievorm zelf. Het vervolgonderzoek ‘Vrijwilligers in kleine kernen’ neemt deze en andere vragen ter hand.