De groeipijnen van buurtmoestuinen

Project

De groeipijnen van buurtmoestuinen

IVN en NatuurSuper hebben de afgelopen 10 jaar veel opstartende buurtmoestuinen ondersteund. Deze buurtmoestuinen, gestart vanuit het ideaal van zelf gezond voedsel produceren, verbinden zich ook aan maatschappelijke thema’s en verdienen serieuze aandacht. IVN en NatuurSuper willen daarom graag weten welke rol zij kunnen spelen om hen te ondersteuning tijdens hun doorontwikkeling.

Veel buurtmoestuinen bestaan langer dan twee jaar en zijn de grote kinderziekten voorbij. De meeste buurtmoestuinen zijn bezig om de volgende stap te maken, waarbij (mogelijk) nieuwe vragen naar boven komen. Wat is er nodig om het initiatief op lange termijn te behouden en/of uit te bouwen?

IVN en NatuurSuper willen de buurtmoestuinen ook bij de doorontwikkeling ondersteunen. Zij vragen zich af waar de buurtmoestuinen behoefte aan hebben en waar die ondersteuning uit zou kunnen bestaan. Dit project gaat een inventarisatie doen van de stand van zaken, de ambities en een duiding van mogelijke ondersteuningsbehoeften. Ook wordt gekeken naar waar deze ondersteuning het beste kan worden ondergebracht.

De werkwijze van de wetenschapswinkel van Wageningen University & Research is erop gericht de onderzoeksvragen te beantwoorden met inzet van studentonderzoekers.

Uit de voorverkenning van studenten via het Academisch Consultancy Training (ACT) project en de discussie n.a.v. dit onderzoek komen twee duidelijke vragen naar voren:

  1. Er is behoefte aan een netwerkorganisatie waar buurtmoestuinen kennis en ervaringen kunnen uitwisselen. Op deze manier kan voorkomen worden dat elke buurtmoestuin ‘het wiel opnieuw moet uitvinden’.
  2. Er is behoefte aan kennis over duurzame financieringsmodellen voor buurtmoestuinen. Veel buurtmoestuinen hebben het financieel moeilijk en zijn (teveel) afhankelijk van dalende overheidssubsidies.

Dit sluit aan bij een enquête van NatuurSuper onder 47 initiatiefnemers/tuinen waaruit blijkt dat na verloop van tijd de voornaamste vragen gaan over mensen (continuïteit), geld (verdienmodel) en leren van elkaar (overdraagbaarheid).

Op dit moment werkt Maike Schmoch (student Rurale Sociologie) aan een Masterthesis opdracht waarin ze buurtmoestuinen onderzoekt die al langer bestaan, waaronder de Milieuvriendelijke Tuin Uitgeest (sinds 1978). Maike probeert organisatorische succesfactoren (waaronder het financieringsmodel) te duiden. Kennis en inzichten die van betekenis kunnen zijn voor andere tuinen.