Project

Dioxinen in tapuiten eieren

In lijn met een EU-biodiversiteitsdoelstelling, stelt Nederland zich ten doel dat in 2020 voor alle in 1982 in Nederland van nature voorkomende soorten en populaties de condities voor instandhouding duurzaam aanwezig zijn. Daarnaast gelden ook specfieke instandhoudingsdoelen voor soorten van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (VHR). Het Rijk blijft ook na decentralisatie verantwoordelijk en/of aanspreekbaar voor/ op deze internationale afspraken.

Uit pilot-onderzoek is gebleken dat eieren van tapuiten veel te hoge gehaltes aan dioxines bevatten. In het verleden zijn al wettelijke maatregelen genomen om emissies van dioxines te minimaliseren, waarmee Nederland voldoet aan de verplichtingen voortvloeiend uit het Verdrag van Stockholm. Hoewel emissies van dioxines in ons land zijn geminimaliseerd, worden dioxines nog wel in het Nederlandse milieu aangetroffen en op enkele locaties is sprake van bodemverontreiniging, mogelijk als gevolg van historisch gebruik. Ook is nog sprake van enige depositie van deze stoffen in het milieu, ondanks het terugdringen van de emissies. In de genoemde pilot-studie zijn tot 70 x de toegestane hoeveelheid dioxine voor kippeneieren aangetroffen in de eieren van tapuiten. De tapuit (Natura 2000-soort, die ook van gebieden buiten Natua 2000 afhankelijk is) is representant van vogels die leven van bodembewonende insecten. Tapuiten nemen in aantal zeer sterk af. Afgaand op een zeer beperkt aantal metingen, lijkt ook de voedselbron van tapuiten (bodembewonende insecten) een veel te hoog dioxine gehalte hebben. Dioxine staat op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen en is bestempeld als prioritaire stof. Dioxines kunnen de condities voor duurzame instandhouding van de groep vogels die afhankelijk zijn van bodembewonende insecten sterk negatief beïnvloeden. Een verdere analyse naar de herkomst en omvang van dit probleem is noodzakelijk.

Probleemstelling

Kennisvraag; Waar komt de dioxinebesmetting in eieren van tapuiten vandaan? Deelvraag 1: wordt het in de overwinteringsgebieden opgelopen of vindt het plaats in Nederland? Deelvraag 2: vindt de besmetting plaats via het voedsel (bodembewonende insecten)?

Publicaties