Duurzaam voedsel verbouwen op drijvende eilanden

Project

Duurzaam voedsel verbouwen op drijvende eilanden

Stichting Drijvende eilanden vroeg de Wetenschapswinkel te onderzoeken of het mogelijk is om op een duurzame wijze voedsel te verbouwen (overal ter wereld) op zogenaamde drijvende eilanden. Deze drijvende objecten zijn gemaakt van Airpop/expanded polystyrene (EPS). Dit materiaal, in de volksmond beter bekend als ‘piepschuim’, heeft een groot drijvend vermogen en een kleine wateropname.

De Stichting heeft als doel om middels het bouwen van drijvende (Airpop) objecten werk te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast wil de Stichting deze (Airpop) objecten gebruiken om, samen met partners, innovatieve ideeën uit te proberen en te experimenteren op het gebied van milieu en duurzaamheid.

Onderzoeksvragen:

In dit onderzoek gaan Wageningse wetenschappers en studenten samen op zoek naar antwoorden op de volgende vragen:

  • Is voedselproductie van enige omvang op/in/aan/onder drijvende eilanden mogelijk, zowel in zoet, brak (estuaria) als zout water?
  • Welk voedsel kan er worden geteeld of gekweekt, al dan niet met gebruik van grond of substraat, kassen, water, meststoffen e.d.?
  • Waar moet het eiland aan voldoen vanuit het perspectief van duurzame voedselproductie?
  • Waar is deze vorm van voedselproductie wenselijk voor producent en afnemers?
Ontwerp van een drijvende voedsel boerderij
Ontwerp van een drijvende voedsel boerderij

Onderzoekers en studenten zijn met deze vragen aan de slag gegaan en hebben een aantal deelonderzoeken uitgevoerd. Door studenten:

Antwoorden:

Kan op drijvende eilanden duurzaam voedsel worden verbouwd? Het antwoord is ja, zowel op een drijvend eiland (bakken) als in een drijvend eiland (waarbij de plantenwortels in het water staan). Dat laatste uiteraard alleen in zoet water.

Waar is het interessant:

Wat moeten we nog weten om tot een ontwerp voor een drijvende boerderij te komen:

De opbrengst door het hele groeiseizoen heen, invloed van watertemperatuur, bemesting, ziekten en plagen (o.a. watervogels), gebruik van oppervlaktewater, gewas- en rassenkeuze, invloed van wind, mogelijkheden voor automatisering e.d. Maar ook de gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en de gevolgen van drijvende oppervlakten voor het leven onderwater.