Project

EU SUN: life cycle of engineered nanoparticles

De toepassing van nanotechnologie kan leiden tot innovaties in processen, productie en producten in zowel de industriële als de agrarische sector. Onze kennis van de risico’s voor mens en milieu van de toepassing van nanotechnologie zijn echter beperkt wat kan leiden tot een stagnatie in de ontwikkeling en toepassing ervan. Er zijn namelijk voldoende voorbeelden uit het verleden van stoffen en processen die in eerste instantie zijn toegepast vanwege aantrekkelijke eigenschappen, maar veel later tot aanzienlijke schade voor mens en milieu hebben geleid. Behalve deze schade kan het gevolg ook zijn een overregulering vanuit de overheid en een verlies van het consumenten vertrouwen in producten die nanomaterialen bevatten of met nanotechnologie zijn gemaakt.

Om dit te voorkomen is nieuwe kennis nodig over het gedrag en de risico’s van nanomaterialen die leidend kan zijn voor de productie van (nieuwe) nanomaterialen. Het EU project SUN probeert hieraan tegemoet te komen door een combinatie van “risk assessment” en “life cycli assessment” en zo een decision support system op te zetten dat als een handleiding kan dienen voor een “safe-by-design” productie van nanomaterialen.

Werkwijze

De looptijd van EU SUN is 42 maanden en zal naar verwachting januari 2014 van start gaan.

In het eerste jaar zullen methoden ontwikkeld worden voor het meten van nanomaterialen in voeding en deels gedigesteerde voeding afkomstig uit modelsystemen. Hierbij wordt voortgebouwd op de ervaringen uit het EU NanoLyse project. De methoden worden ontwikkeld voor het bepalen van deeltjesgrootte en deeltjes aantallen (concentratie) van anorganische nanodeeltjes, in het bijzonder silica en zilver, en zullen gebaseerd zijn op scheidingstechnieken als hydrodynamische chromatografie en field flow fractination, en on- en off-line single particle ICPMS technieken. Vooral de ontwikkeling van een scheidngstechniek met on-line single particle ICPMS zal het doel van het eerste jaar zijn.

In het tweede jaar zullen de ontwikkelde methoden gebruikt worden om nanodeeltjes te meten in voeding, in modelsystemen voor de vertering van voeding, en mogelijk ook in modelsystemen voor translocatie van deeltjes. De genoemde modelsystemen zijn reeds binnen RIKILT beschikbaar.

In het derde jaar zal een case study worden uitgevoerd met silica in voeding. De nadere details daarvan moeten nog met de partners worden ingevuld.

Resultaat

Het beoogd projectresultaat is het beschikbaar hebben van experimentele meetmethoden om anoranische nanodeeltjes, in het bijzonder silica en zilver, te meten in voeding en (deels) gedigesteerde voeding afkomstig uit modelsystemen voor menselijke voedselvertering. Dit levert een bijdrage aan de risk assessment en life cycle analysis van nanomaterialen en daarmee aan het ontwikkelen van een “safe-by-design”strategie voor de productie van nanomaterialen. Dit zal op zij beurt bijdragen aan een veilige toepassing van nanometarialen in processen en producten waaronder voeding.

Publicaties