Project

Gedragen protocollen effectbeoordeling ELI sectoren Deltaprogramma

Dit project had als doel om de concept protocollen voor de effectbeoordeling van het Deltaprogramma op gebruiksfuncties verder te ontwikkelen tot een methode die wordt geaccepteerd door relevante stakeholders en binnen het Deltaprogramma zoals sectorale belangenorganisaties, de deelprogramma’s van het DP en EZ beleidsdirecties. De beschikbare kennis over de effecten van het Deltaprogramma op gebruiksfuncties wordt gebruikt om een optimale keuze te maken en om zo goed mogelijk onderbouwde uitspraken te doen over de te volgen strategieën.

Bij het ontwikkelen van de effectprotocollen, stonden de volgende aspecten centraal: transparantie, herhaalbaarheid, betrouwbaarheid, doorlooptijd en uitvoerbaarheid. Transparant betekent dat de methode uit te leggen moet zijn aan stakeholders, herhaalbaar dat een nieuwe bepaling van de indicatoren tot dezelfde uitkomsten komt. Betrouwbaar houdt in dat de resultaten ook de beste schattingen van de indicatoren zijn. Bij doorlooptijd gaat het om de tijd die nodig is om met het protocol effecten van strategieën te bepalen en uitvoerbaar betekent dat het werk binnen de gestelde periode en binnen budget kan worden uitgevoerd. Binnen deze methodiek worden de uitkomsten van modellen, zoals die worden gebruikt binnen het Deltaprogramma, expliciet benut en is er zoveel mogelijk worden aangesloten bij de vergelijkingssystematiek (VGS).

Werkwijze

  1. De eerste activiteit betrof het uitwerken en beschrijven van de methode en de proces aanpak in een startnotitie.
  2. In de tweede stap werden de effectmodulesverbonden aan de effectprotocollen. De effectmodules bouwen voort op het Deltamodel. Hierbij stonden 2 vragen centraal: (i) zijn de modellen in overeenstemming met het delta-instrumentarium?; en (ii) zijn de modellen acceptabel voor stakeholders en departementen? (zie ook de hiervoor genoemde eisen aan de effectprotocollen). Hiervoor werden in september afzonderlijke deskundigensessies modellen/effectmodules georganiseerd.
  3. Parallel met de 2e activiteit vonden de ontwikkelsessies van de beleidsindicatoren met EZ medewerkers plaats. Het doel van deze activiteit was om uit de bestaande indicatoren voor landbouw, natuur, energie & industrie die specifieke indicatoren te selecteren – en eventueel aan te passen - zodat op basis hiervan een oordeel kan worden geveld over de strategieën van het Deltaprogramma.
  4. In de expert-werksessies met sectordeskundigen stond de verdere ontwikkeling van de concept-protocollen centraal. In oktober is basis van de beschikbare strategieën van het deelprogramma zoetwater in afzonderlijke werksessies voor landbouw, natuur en energie verder gewerkt aan opstellen van protocollen. Voor industrie is in december overlegd met sectordeskundigen. De werksessies en gesprekken zijn nauw afgestemd met de  EZ trekkers (sectordeskundigen).
  5. Van elke sessie is een (intern) verslag gemaakt. Deze verslagen zijn vastgesteld met de deelnemers. 
  6. De protocollen zijn in december gepresenteerd aan (deelprogramma's van) het Deltaprogramma.

Resultaten

  • Een interne startnotitie waarin de werkwijze om tot gedragen effectprotocollen te komen, evenals het toepassen en toetsen van deze effectprotocollen in expert werksessies, is uitgeschreven;
  • Een interne notitie over de onderbouwde keuze van de beleidsindicatoren voor de sectoren landbouw, natuur, energie, industrie en scheepvaart.
  • Een notitie effectprotocollen waarin is beschreven hoe de uitkomsten van effectmodules, en output van het Deltamodel, kan worden geïncorporeerd in de effectprotocollen, waar relevant nader gespecificeerd voor de afzonderlijke sectoren en gebieden (waar verschillende effecten worden verwacht). In deze notitie zijn de eerste twee interne notities verwerkt;
  • Gerapporteerde werksessies waarin de effectprotocollen worden geconcretiseerd met experts uit sectoren en gebieden.

Publicaties