grond

Project

Geintegreerde bestrijding van bodemziekten/plagen in kasteelten

Nieuwe en innovatieve vormen van bodembeheer zijn nodig om aan de eisen van deze tijd ten aanzien van productie en duurzaamheid te kunnen voldoen. Belangrijk is de bodem te benaderen als een integraal duurzaam en gezond complex. Er moet meer grip en visie komen op de complexe bodemprocessen zoals ziektewering en hun interacties en de handelingsperspectieven van de ondernemer daarin. De grondgebonden glastuinbouw vormt hierin een apart probleem.

Doelstellingen project

Het sturen op een verhoogde bodemweerbaarheid tegen ziekten en plagen in grondgebonden teelten onder glas, door het gelijktijdig stimuleren van meerdere lokale bodemeigenschappen (“gezond” bodemleven of chemisch/fysische sorptie). De verhoogde weerbaarheid moet vergelijkbaar zijn met een gangbare chemisch gewasbeschermingsmiddel zonder dat daarbij emissie optreedt van nutriënten naar het oppervlaktewater. Het gaat in dit project duidelijk niet om toedienen van natuurlijke vijanden.

Aanpak en tijdspad

Het onderzoek valt binnen de BO Bodem koepel Bodemweerbaarheid (Korthals & De Boer). Het zoeken naar combinaties van maatregelen staat hierin centraal, zoals zuurgraad verhogen, labiele koolstof (glucose) of complexe koolstof (hemicellulose-achtige stoffen) bron toevoegen, om lokale antagonisten te stimuleren omdat dit effectiever is dan een losse maatregel.

2012 Parameters die correleren met weerbaarheid.
  • Parameters worden geïnventariseerd en onderzocht die correleren met weerbaarheid tegen Meloidogyne, Pythium en Verticillium. Een deel komt uit het EL&I BO-onderzoek 'Zomerbloemen' (2009 – 2011). Eén van de aspecten van dit onderzoek was dat bodemweerbaarheid sterk gestimuleerd werd door het gelijktijdig manipuleren van meerdere belangrijke bodemeigenschappen, zoals zuurgraad, samenstelling in organische stof en stoffen die specifiek microleven (antagonisten zoals chitinolytische bacteriën) stimuleren.
  • In een aantal hypothetische raamwerken (een aantal raamwerken per ziekten of plaag) worden deze parameters samengebracht op basis van wetenschappelijke literatuur en kennis en gekoppeld aan praktische teelteisen van enkele modelsiergewassen en biologische vruchtgroenten in grondgebonden teelten onder glas.
  • Deze kennis wordt gerapporteerd.
2013 Raamwerken en toetsing van combinaties van maatregelen.
  • In 2013  wordt samenwerking met Biometris gestart voor verbeteren bodemweerbaarheidsmodel (integratie 7 datasets verschillende proeven).
  • De raamwerken worden omgezet in combi-maatregelen. Hiervoor wordt een lijst gemaakt met mogelijkheden voor Meloidogyne, Verticillium en Pythium. Voorbeelden zijn: glucose als middel voor labiele koolstof, zuurgraad verhogen door toevoegen van calciumcarbonaat, chitinolytische bacterien (o.a. actinomyceten; streptomyceten) stimuleren door toevoegen van een complexe koolstofbron in de vorm van hemicellulose (bv. xylase, bark). Er wordt ook gekeken naar groene reststromen i.s.m. beoogde BO-projecten E. den Belder en organische stof van H. ten Berge & M. de Boer.
  • Toetsen nieuwe relaties van parameters met bodemweerbaarheid uit analyses.
  • In potproeven worden de raamwerken (combinaties van parameters) getoetst door potten te inoculeren met Meloidogyne, Pythium en Verticillium en de bodem te manipuleren dusdanig dat reeksen worden gemaakt met betreffende parameters. Een voorbeeld is (uit het afgelopen BO-onderzoek) dat een zuurgraadverhoging met labiele koolstof en een stimulering van chitinolytische bacterien een verhoogde weerbaarheid geeft tegen Meloidogyne. De optimumwaarden worden onderzocht.
  • Valideren metingen voor praktijk (indicatoren).
  • Rapportage van de bevindingen.

2014 Meetmethoden ter vervanging biotoetsen.

  • Vervolg valideren metingen voor praktijk (indicatoren). Valideren van de meetmethoden in potproeven om te komen tot een betrouwbare vervanger van de langdurige biotoetsen. Hierbij wordt gekeken naar betrouwbaarheid, kosten en snelheid van analyse.
  • Het verzamelen van data wat gebruikt kan worden voor een geografische kaart van Nederland met bodemweerbaarheid aangegeven tegen Meloidogyne, Pythium en Verticillium.
  • Eindrapportage van de bevindingen.

Resultaten

  • Rapport van mechanismen (parameters) van bodemweerbaarheid in de grondgebonden glastuinbouw tegen Pythium (Oomyceta), Meloidogyne (Nematoda), Verticillium (Mycota).
    3-5 (goedkope/snelle) meetmethoden ter vervanging van de dure en langzame bio-toetsen voor het bepalen van de mate van bodemweerbaarheid. 
  • Inzicht in de mate waarin de bodemweerbaarheid tegen Pythium, Meloidogyne, Verticillium kan worden verhoogd (ten opzichte van een chemisch gewasbeschermingsmiddel) en welke factoren daarin belangrijk zijn. 
  • Het mechanisme achter sturing op de onderdrukking van Pythium, Meloidogyne en Verticillium. 
  • Lijst van mogelijkheden voor sturing op een verhoogde bodemweerbaarheid tegen Pythium, Meloidogyne en Verticillium zonder toevoeging van antagonisten. 
  • Lijst van data wat gebruikt kan worden voor een geografische kaart van Nederland met bodemweerbaarheid aangegeven tegen Meloidogyne, Pythium en Verticillium.

Publicaties