Project

Genenbank Bomen en Struiken

De genenbank bomen en struiken is van groot belang voor het realiseren van het overheidsbeleid met betrekking tot landschapsbeheer, duurzaam bosbeheer, natuurbeheer en natuurontwikkeling. Autochtoon uitgangsmateriaal is het best aangepast aan Nederlandse omstandigheden. Daarom moet zoveel mogelijk oorspronkelijk genetisch materiaal in de genenbank voor inheemse bomen en struiken worden opgenomen. Daarnaast wordt het gebruik van de genenbank en de toepassingsmogelijkheden breed gepresenteerd en gestimuleerd.

Tot een paar jaar geleden waren weinig gebruikers op de hoogte van de genenbank en zijn mogelijkheden. Nu weten terreinbeherende instanties als Natuurmonumenten, provinciale landschappen, waterschappen, andere natuurbeherende organisaties dat ze oorspronkelijk genenmateriaal kunnen gebruiken bij herinrichtingsplannen. Zowel het Centrum voor Genetische Bronnen (CGN) als Staatsbosbeheer (SBB) vestigen hier de aandacht op.

Doelen van dit project zijn:

  • Staatsbosbeheer (SBB) ondersteunen bij het optimaal in stand houden, gericht uitbouwen en uitbreiden van de bestaande collectie van inheemse bomen en struiken en bij het beschikbaar stellen van informatie hierover.
  • Meer inheemse bomen en struiken gebruiken door een goede informatievoorziening en het beschikbaar stellen van materiaal uit de genenbank.

Het CGN voert dit project uit.

Aanpak en tijdspad

Activiteiten zijn:

  • Adviseren van Staatsbosbeheer over de selectie van herkomsten en opstanden voor opname in de genenbank
  • Verzorgen documentatie over de accessies in de genenbank in de vorm van een website en onderliggende database
  • Onderhouden contacten met beheerders van bos- en natuurterreinen en andere gebruikers van uitgangsmateriaal om een optimaal en gericht gebruik van de collecties te bevorderen.
  • Ondersteunen van SBB bij de verdere uitbreiding van de collecties.

Resultaten 2013

Staatsbosbeheer is ondersteund bij de uitbreiding van de collecties met bes dragende- en pionier soorten, zoals lijsterbes, vuilboom en berk, terwijl de meidoorn collectie verder is uitgebreid.

De database van de genenbank is verder aangevuld in 2013, waarbij er diverse correcties m.b.t. soortbenamingen zijn aangebracht. De database is direct toegankelijk via: http://www.genenbankbomenenstruiken.nl

Er is ent- en stekmateriaal verzameld van meidoorn en zwarte populier ivm heropname van verloren gegane accessies.

Twee beheeraspecten vroegen in 2013 bijzondere aandacht:

  • De blijvend slechte toestand van de essencollectie door essentaksterfte, veroorzaakt door de schimmel Chalara fraxinea; hier is weinig aan te doen, anders dan monitoren hoe de ziekte zich ontwikkelt.
  • De zeer matig conditie van de winterlinden. Hiertoe is groeiplaatsonderzoek uitgevoerd, dat in 2014 wordt aangevuld met bladonderzoek waarna over een oplossing kan worden gerapporteerd. 

Resultaten 2014

De structuur van de Access-database is aangepast zodat de administratie voor DNA-analyses gebruikersvriendelijk is geworden. De database is direct toegankelijk via: http://www.genenbankbomenenstruiken.nl of indirect via de CGN-site: www.cgn.wur.nl

Reeds in 2013 is aan het SBB geadviseerd om de essenklonen in de genenbank zo goed al mogelijk te handhaven. Inmiddels zijn in de collectie van essenselecties de weggevallen klonen aangevuld met planten met essen uit de collectie in de Reeshof te Tilburg die daarmee is opgeheven. De collectie in de genenbank is weer nagenoeg compleet maar de uitval in de voor de essentaksterfte meest gevoelige klonen blijft een punt van aandacht. 

In 2014 zijn diverse excursies georganiseerd voor de vakwereld (o.a. de Bomenwacht Nederland) om de kenmerkende symptomen van aantasting door de essentaksterfte te demonstreren.

Er is een publicatie opgesteld voor bosbeheerders over hoe in de praktijk het beste kan worden ingespeeld op de essentaksterfte. De publicatie was eind 2014 in concept gereed en zal in het voorjaar van 2015 verschijnen als een uitgave van “BosBerichten van ProBos”.  

Crataegus accessies uit de genenbank genetisch zijn opnieuw gekarakteriseerd. Voor een deel gaat het hier om analyses die opnieuw zijn uitgevoerd i.v.m. de slechte kwaliteit van het DNA en tegenvallende resultaten. Daarnaast zijn ook nieuwe accessies, die in 2013 zijn bemonsterd, geanalyseerd. Toen de dataset compleet was zijn controles op consistentie uitgevoerd, afwijkende scores gecontroleerd en indien nodig gecorrigeerd.

Ter ondersteuning van het in kaart brengen van de genetische diversiteit van meidoorn en meidoornhybriden is in 2014 een literatuuronderzoek verricht naar de meest bepalende morfologische kenmerken op basis waarvan de hoofdsoorten Crataegus monogyna en Crataegus laevigata zich van elkaar laten onderscheiden. Het is namelijk gebleken dat er in het veld sommige kenmerken soms niet consistent aanwezig zijn waardoor verwarring mogelijk is. Er is een begin gemaakt om uit de verzamelde informatie een determinatiesleutel te ontwikkelen die tevens kan dienen voor herkenning van de soorten in het veld. Dit zal worden vervat in een publicatie in de eerste helft van 2015.

    Publicaties