kas

Project

Gezonde bodem voor bollen, bomen en bloemen

Siertelers hebben vaak te maken met bodemgebonden ziekten, zoals schimmelziekten, aaltjes, emelten en engerlingen. Er zijn momenteel onvoldoende effectieve maatregelen om deze problemen goed te bestrijden. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving voerde veldproeven uit om behandelingen te testen op duinzandgrond ter verbetering van de bodemgezondheid.

Doelstelling

Een basis ontwikkelen voor een breed inzetbare strategie gericht op bevorderen van bodemgezondheid in de sierteeltsector, ten behoeve van duurzaam bodembeheer.

Deze strategie is gebaseerd op effectieve, specifieke en breedwerkende maatregelen. Dit moet leiden tot minder schade door bodemgebonden ziekten, plagen en onkruiden in de sierteeltsector.

Plan van aanpak

In juli-augustus 2010 is een veldproef ingezet voor het uittesten van maatregelen die specifiek bodemgebonden ziekteproblemen bestrijden of de bodemweerbaarheid op duinzandgronden verbeteren.

Vier effectieve behandelingen zijn (in vievoud op veldjes van 25m2) getest tegen wortellesie-aaltjes Pratylenchus penetrans (Pp) op duinzandgrond:

  • Japanse haver
  • Tagetes + Compost
  • Biologische grondontsmetting (BGO) + Compost
  • Chemische grondontsmetting (CGO)

Braak behandeling waarin geen behandeling is toegepast.

Narcis is gevoelig voor Pp wortelrot. Oktober 2010 zijn narcissen geplant om effecten van behandelingen te volgen. Juli 2011 zijn de narcissen geoogst. Ook zijn bodemmonsters genomen om effecten van behandelingen vast te stellen.

Vervolg 2012-2014

Gezien de beperkte looptijd (2 jaar) van de veldproef is er nog onvoldoende bekend over de meerjarige effecten van de maatregelen die toegepast zijn om de bodemweerbaarheid op duinzandgronden met een relatief laag organische-stofgehalte te verbeteren.

Aangezien een aantal maatregelen zijn ingezet waarvan bekend is dat deze op dekzandgronden met een hoog organisch-stofgehalte langdurig effecten hebben op de bodemweerbaarheid, willen we dat ook vaststellen voor de duinzandgronden. Dit kan consequenties hebben voor de economische rentabiliteit van de toegepaste maatregelen op verschillende grondsoorten.

Plan voor komende drie jaar:

  • Monitoren effecten op gewasgroei en aaltjes
  • Vaststellen set van bodemfysische, bodemchemische en bodembiologische parameters van verschillende behandelingen.
  • Optie: herhalen behandelingen in 2013

Resultaten 2012

Voor lelie is geen schade geconstateerd in het gewas. Er was een lage besmettingsgraad met aaltjes. Er zijn geen significante behandelingeseffecten gevonden. Voor een laatste aaltjestelling is november 2012 een vatbare tulpencultivar geplant op het proefveld.

Beoogde eindresultaten

Aan het eind van het project in 2014 zal een er een uitgewerkte strategie zijn voor het duurzaam beheersen van bodemgebonden ziekten en plagen, met daarin een (combinatie van een) de meest effectieve en praktisch toepasbare maatregelen voor verschillende gewassen uit de bollen-, boomkwekerij, vaste planten en zomerbloemen.

De tot nu toe behaalde resultaten zijn gecommuniceerd via vakbladartikelen, artikelen voor websites en op congressen.

Publicaties