melk

Project

Gezonde vetzuursamenstelling in duurzame melk

De zuivelindustrie heeft veel belangstelling voor verhoging van het aandeel PUFA in de melk van runderen, zoals rumen-, linol- en linoleenzuur. Onderzoek heeft aangetoond dat het vetzuurgehalte in de melk wordt beïnvloed door voeding en genetische aanleg.

Zo ook dat het vetzuurpatroon in de melk verschilt door genetische verschillen tussen dieren. Polymorfisme van DGAT1 leidt tot verschillen in het aandeel onverzadigde vetzuren.

De laatste jaren zijn voedingsmaatregelen ontwikkeld, die het PUFA-gehalte in de melk kunnen verhogen. Hiertoe worden extra PUFA aan het voer toegevoegd. PUFA zijn in meer of mindere mate beschermd tegen de invloed van pensmicroben, die zorgt voor afremming van de verzadiging in de pens.

Onduidelijk is in hoeverre de respons op voedingsmaatregelen beïnvloed wordt door verschillen in genetische aanleg van de dieren. De response betreft niet alleen de vetzuursamenstelling in melk, maar ook de stofwisseling in uierweefsel en lever.

Meer kennis van deze interacties tussen voersamenstelling en genotype geeft inzicht in de mogelijkheden om het aandeel onverzadigde vetzuren in de melk op een verantwoorde manier te verhogen.

Aanpak en tijdspad

  • Jaar 1: screenen van dieren teneinde verschillende genotypelijnen te kunnen selecteren;
  • Jaar 2: voedingsproef met de selecteerde genotypelijnen;
  • Jaar 3: verwerking van proefgegevens en presentatie van onderzoeksresultaten.

Resultaten

Het vetzuurpatroon van koemelk hangt af van de genetische aanleg van de koe, het lactatiestadium en van de voersamenstelling.

Genetische verschillen tussen koeien kunnen leiden tot verschillen in het aandeel onverzadigde vetzuren in koemelk. Het aandeel onverzadigde vetzuren in koemelk is te verhogen door toevoegen van onverzadigde vetzuren aan het voer, hoewel dat niet erg efficiënt is omdat koeien de meeste onverzadigde vetzuren in de voormagen omzetten in verzadigde vetzuren. Het celwandgehalte in een rantsoen beïnvloedt de microbiële populatie in de voormagen en daarmee ook de bio-hydrogenatie (verzadiging) van onverzadigde vetzuren. Behandeling van lijnzaad met formaldehyde vermindert bio-hydrogenatie van vetzuren in de voormagen. Uit onderzoek is gebleken dat een mutatie van het gen dat codeert voor een sleutelenzym in de melkvetsynthese (diacylglycerol acyltransferase) - het zogenaamde DGAT K232A polymorfisme - geen invloed heeft op het effect van toevoeging van lijnzaadolie op de vetzuursamenstelling: de veranderingen door lijnzaadolie (stijging van het aandeel stearinezuur en CLA ten koste van palmitinezuur) waren voor beide mutaties gelijk.

Publicaties