Project

Graslandbeheer als maatregel om de uitstoot van methaan en ammoniak te verminderen

Gras is een waardevol product voor melkkoeien; met zijn energie, proteïne en structuur. Naast de voedingswaarde heeft het nog veel meer functies voor bodem, landschap en het welzijn van koeien. In dit project kijken we naar de functie van gras in relatie tot de reductie van methaan- en ammoniakemissies.

Grasland is de basis van de melkveehouderij. Het graslandmanagement heeft direct effect op de kwaliteit van het rantsoen en daarmee op emissies van melkvee, maar wordt nu nog niet gebruikt als sturingsmechanisme. Het is daarom noodzakelijk om de mechanismes die CH4 én NH3 emissies veroorzaken in relatie tot vers gras te doorgronden om er vervolgens tegelijkertijd op te kunnen sturen. Dit is nodig om melkveebedrijven concrete handvatten te bieden die bijdragen aan een verlaging van zowel CH4 als NH3.

Achtergrond

De mechanismes rondom NH3 in relatie tot (vers) gras zijn redelijk goed in beeld en zijn vooral te sturen met een lager eiwitgehalte (en meer bestendig en minder onbestendig eiwit) en een hoger energie gehalte. De mechanismes rondom CH4 in relatie tot (vers) gras zijn minder goed in beeld. Deze lijken vooral te sturen met een hogere verteerbaarheid, die sterk gekoppeld is aan het oogststadium en tijdstip in het seizoen. Relaties en effecten van CH4 reductie in relatie tot reductie van NH3 zijn nog niet integraal getoetst als het gaat om variatie in graskwaliteit en grassamenstelling (vlinderbloemigen en kruiden).

Wat onderzoeken we?

Het doel van dit project is om de sturingsmechanismen op basis van graslandmanagement te kwantificeren voor methaanemissies, zodat voor de praktijk betere berekeningen gemaakt kunnen worden voor een gelijktijdige reductie van CH4 en NH3. Daarvoor moeten allereerst de volgende onderzoeksvragen beantwoord worden:

  1. Hoe verhouden de CH4 en NH3 emissies zich bij graskuil, vers gras op stal en weiden?
  2. Wat is het effect van leeftijd van gras (NDF) op CH4 en NH3 emissies bij weiden?

De verwachting is dat de ranking in CH4 en NH3- emissies gedurende het seizoen van graskuil, vers gras op stal en weiden kan veranderen door veranderingen in graskwaliteit (jong voorjaarsgras vergeleken met ouder doorgeschoten gras rond juni), maar dat het voorjaars weidegras en mogelijk ook het najaars weidegras leidt tot lagere CH4-emissies. Daarnaast is de verwachting dat we kunnen sturen op NDF en RE gehalte doormiddel van groeiduur waarmee we de NH3-emissies kunnen verlagen zonder negatieve afwenteling richting CH4-emissies.

Waarom is dit belangrijk?

Er liggen concrete aanknopingspunten om via het voeren van gras te komen tot een integrale aanpak in de reductie van NH3 en CH4 op melkveebedrijven als het management van grasland als sturingsmechanisme wordt ingezet. Daarvoor is het nodig om deze sturingsmechanismen te identificeren en te kwantificeren op basis van dit fundamentelere onderzoek. De praktijkmaatregelen die hieruit volgen zullen in een aanpalend praktijknetwerk van melkveehouders worden ingezet. Het perspectief is om het gras zó te gebruiken en de graskwaliteit zó te beïnvloeden/sturen via teelt, bemesting en oogst dat NH3 en CH4 emissies beide worden gereduceerd. Enerzijds door de keuze van het graslandgebruik als weiden, zomerstalvoedering of ingekuild gras. Anderzijds zowel via graskuil door het beïnvloeden van het oogstmoment en het inkuilproces en als vers gras door sturen via beweidingsmanagement.

Welke activiteiten voeren we uit?

Er liggen concrete aanknopingspunten om via het voeren van gras te komen tot een integrale aanpak in de reductie van NH3 en CH4 op melkveebedrijven als het management van grasland als sturingsmechanisme wordt ingezet. Daarvoor is het nodig om deze sturingsmechanismen te identificeren en te kwantificeren op basis van dit fundamentelere onderzoek. De praktijkmaatregelen die hieruit volgen zullen in een aanpalend praktijknetwerk van melkveehouders worden ingezet. Het perspectief is om het gras zó te gebruiken en de graskwaliteit zó te beïnvloeden/sturen via teelt, bemesting en oogst dat NH3 en CH4 emissies beide worden gereduceerd. Enerzijds door de keuze van het graslandgebruik als weiden, zomerstalvoedering of ingekuild gras. Anderzijds zowel via graskuil door het beïnvloeden van het oogstmoment en het inkuilproces en als vers gras door sturen via beweidingsmanagement.

Dit project is onderdeel van een groter netwerk Klimaatenvelop-projecten in opdracht van het ministerie van LNV.