Project

Groen en ADHD bij kinderen

De Vries et al. (2015) hebben de relatie verkend tussen het groenaanbod in de directe woonomgeving en het al dan niet gebruiken van een ADHD-medicijn, zoals Ritalin, door kinderen. De gedachte hierachter was dat kinderen die meer met natuur in contact komen, bijvoorbeeld via een aantrekkelijk groen speelaanbod, in mindere mate ADHD-gerelateerd gedrag vertonen, en daardoor, met een aantal tussenstappen, ook minder snel een ADHD-medicijn voorgeschreven krijgen.

Dit onderzoek liet inderdaad een significante relatie in de verwachte richting zien. Bij nadere beschouwing bestaat de relatie alleen in minder welgestelde buurten en is zij afwezig in de meest welgestelde buurten. In de minst welgestelde buurten (WOZ-waarde < € 145.000) is bij een relatief groenrijke woonomgeving (45% groen) de kans op ADHD-medicijngebruik ruim 10% kleiner dan bij een groenarme woonomgeving (25% groen). De verleiding is groot om deze associatie als een oorzakelijk verband te interpreteren. Daarvoor is echter nader onderzoek nodig. Als stap in die richting wordt nu in samenwerking met het NIVEL gekeken naar diagnoses zoals die bij de huisarts bekend staan. Huisartsen kennen niet een specifieke ADHD-diagnosecode, maar wel een psychosociale codering. Een psychosociale codering door de huisarts betekent niet altijd dat er een (ADHD-)medicijn wordt voorgeschreven; dit ligt in de orde van de 40% van de gevallen en kan variëren tussen huisartsen en/of type patiënt. Zo zijn er aanwijzingen dat dit percentage lager ligt in achterstandswijken.

Hiermee komt dit nieuwe onderzoek een belangrijke stap dichter bij de factor waarop het groenaanbod verondersteld wordt direct in te grijpen: het vertonen van ADHD-gerelateerd gedrag. De centrale vraag is of het patroon voor psychosociale diagnoses hetzelfde (of sterker) is als dat voor het gebruik van ADHD-medicatie. Zo ja, dan neemt de waarschijnlijkheid dat het groenaanbod een causale rol speelt toe.

Deliverables

  • Alterra-rapport
  • Flyer

Publicaties