maisveld

Project

Grondbewerking en biotische weerbaarheid

Het project is gericht op de duurzaamheidsproblemen met de huidige maïsteelt. Maïsteelt vindt plaats op ongeveer 30% van het Nederlandse akkerbouwareaal. Belangrijke problemen geassocieerd met maïsteelt zijn uit- en afspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, slechte bodemstructuur, afnemende gehaltes aan organisch stof, achteruitgang van de bodembiodiversiteit en de toenemende druk van ziekten, plagen en onkruiden.

Doelstelling project

Doel van het project is bij te dragen aan de ontwikkeling van duurzame maïsteelt, de verbetering van de bodemkwaliteit in de maïsteelt en de biotische weerbaarheid tegen ziekten en plagen in gewasresten te verhogen. Het project is gericht op de maïsteelt waar systemen met gereduceerde grondbewerking/no-tillage en gebruik van groenbemesters belangrijke bouwstenen zijn voor de verduurzaming van plantaardige productieketens.

Aanpak en tijdspad

In het project worden monsters geanalyseerd afkomstig van een meerjarige proef die in het kader van project ‘Verbetering bodemkwaliteit in demaïsteelt’ wordt uitgevoerd. In dit project worden nieuwe grondbewerkingssystemen en maïsteeltsystemen met groenbemesters en tussenteelten op zand- en kleigronden ontwikkeld. Binnen (een deel van) dit project zullen de populatiedynamica van ziekte- en plaagpopulaties en hun tegenspelers in gewasresten van maïs op macroniveau (proefpercelen) en op microniveau (gewasreststukjes) gemeten worden. De effecten van diverse methoden van minimale en niet-kerende grondbewerkingssystemen en het gebruik van groenbemesters en tussenteelten op de populaties zullen worden vergeleken. De bemonstering vindt over meerdere jaren in herhalingen plaats. De keuze van de te bemonsteren objecten binnen de proeven van project ‘Verbetering bodemkwaliteit in de maïsteelt’  is afhankelijk van de belangrijkste vraagstellingen van de doelgroepen, maar ook van het beschikbare budget. Hierbij wordt rekening gehouden met de relatief hoge kosten voor het verzamelen, opwerken en analyse van monsters. Monsters zullen worden bewaard en later geanalyseerd, waardoor het mogelijk is ook analysemethodieken toe te passen die aan het begin van het project nog niet (uit)-ontwikkeld zijn en vanuit aanpalende projecten gedurende de looptijd van het project beschikbaar komen (bijvoorbeeld voor antagonisten uit EU-project MycoRed).
In 2013 worden de meerjarige bemonsteringen van grond en gewasresten gecontinueerd en de monsters worden onderzocht op de aanwezigheid van gewasbelagers en hun tegenspelers. Voor twee bladpathogenen wordt in 2013 de detectiemethodiek verder ontwikkeld.

Resultaten (beoogd)

De resultaten worden in een rapport en twee wetenschappelijke publicaties samengevat. Gezien de meerjarige monsternamen is dit gepland voor eind 2014.