Project

Gt actualisatie

Het grondwater bevindt zich in Nederland meestal op geringe diepte, en is daarom van invloed op ecosystemen, gewasgroei, uitspoeling van nutriënten en berijdbaarheid.

Informatie over de grondwaterstand wordt onder meer gebruikt:

  • in het verdrogingsbeleid (Landelijk Steunpunt Verdroging, Taskforce Verdroging(sbestrijding), TOP-gebieden)
  • bij het berekenen van schadeuitkeringen aan agrariërs in waterwingebieden (Dienst Landelijk Gebied, Commissie Deskundigen Grondwaterwet),
  • bij het schatten van de nitraatuitspoeling naar het grondwater (onderbouwing van het mestbeleid, Ministerie van EL&I, Directie AKV)
  • bij de voorbereiding van civieltechnische werken (Besluit Bodemkwaliteit).

De huidige Gt-informatie over het holocene deel van Nederland is verouderd. Daardoor is deze informatie niet goed bruikbaar bij de ontwikkeling van mileu- en natuurbeleid, water- en bodembeheer en de inrichting van de leefomgeving in dit deel van Nederland.

Dit project is er op gericht om eind 2014 landsdekkend te kunnen beschikken over actuele informatie over de seizoensfluctuatie van de grondwaterstand. Alleen voor het holocene klei- en veengebied, met uitzondering van de gebieden met een recente gedetailleerde bodem- en Gt-kaart, ontbreekt die informatie nog. Uit het oogpunt van efficiëntie is in het holocene deel van Nederland in overleg met het ministerie van EL&I gekozen voor een actualisatie waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande kennis en gegevens; dit houd in dat aan de oorspronkelijke Gt-vlakken van de 1:50.000 bodemkaart geactualiseerde grondwaterinformatie wordt gekoppeld.

Beoogd resultaat

Dit project is zeer relevant voor het ministerie van EL&I vanwege de vele toepassingen van Gt-gegevens in het landelijk gebied zoals bijvoorbeeld:

  • onderbouwing van het landelijke mestbeleid
  • schadeberekeningen in waterwinningen
  • ontwikkeling van herinrichtingsplannen
  • onderbouwing van natuurbeleid (onder andere verdrogingsbestrijding)
  • bodemgeschiktheidsbeoordelingen t.b.v. voedselvoorziening

De actualisatie levert in 2014 een kaart van het actuele grondwaterregime in het holocene deel van Nederland; waarbij geactualiseerde informatie is gekoppeld aan kaartvlakken van de huidige bodem en Gt-kaart, inclusief informatie over de verdeling van GHG’s en GLG’s en Gt's binnen kaarteenheden en informatie over de nauwkeurigheid zodat risico inschattingen kunnen worden gemaakt. De kaart is onderverdeeld in de eerder genoemde strata en per stratum wordt een uitspraak gedaan over vlakgemiddelde GxG en de naukeurigheid hiervan.

Werkwijze

Per deelgebied (stratum) bestaande uit Gt-informatie, bodeminformatie en actualiteit van de informatie wordt de Gt-informatie geactualiseerd. Eerste stap hierbij is om relevante deelgebieden (strata) te onderscheiden.

In de eerste fase van dit project in 2011 is een landsdekkende stratificatie vervaardigd gebaseerd op de Gt-kaart, de bodemkaart, en informatie over uitgevoerde landinrichtingsprojecten in relatie tot de ouderdom van de bodem en Gt-kaart. Binnen de strata zijn aselect locaties geloot waar een schatting van de GHG, GVG en GLG is gemaakt. Op deze locaties in Friesland en Groningen worden zogeheten gerichte opnames uitgevoerd waarbij in zowel de zomer als winterperiode een grondwaterstand wordt gemeten. Met behulp van gelijktijdig gemeten grondwaterstanden in langjarig gemeten grondwaterstandsbuizen worden de gemeten standen omgerekend naar tot schattingen van GHG, GVG en GLG (samen GxG genaamd).

In 2012 worden resterende locaties met langlopende meetreeksen in het veld beoordeeld en worden gerichte opnamen gedaan op de volgende set van ongeveer 300 gelote locaties gelegen in de Flevopolders en een deel van het rivierengebied. Doel is om gedurende de looptijd van het project gefaseerd in regio's jaarlijks metingen uit te voeren op ongeveer 300 locaties; zodat uiteindelijk op alle 1200 locaties gemeten grondwaterstanden beschikbaar zijn. Voor succesvolle zomermetingen dient het grondwaterniveau rond GLG te liggen voor succesvolle wintermetingen rond GHG. Daarnaast dienen metingen te worden uitgevoerd onder stabiele weersomstandigheden zonder grote (lokale) buien die de grondwaterstand kunnen beïnvloeden. Resultaten kunnen pas gepresenteerd worden in kaartvorm als de waarnemingen in een heel Nederland zijn verricht omdat strata in meerdere regio's van het land kunnen voorkomen. In 2012 wordt een tweede meetronde in Friesland en Groningen gedaan op de locaties waarop ook in 2011 metingen zijn verricht. Daarnaast worden ongeveer 300 nieuwe locaties in de Flevopolders en een deel van het rivierengebied bezocht en worden metingen van de grondwaterstand uitgevoerd. Ook de peilbuizen in deze regio worden in 2012 aan een veldkeur onderworpen.