Project

Haalbaarheidsstudie REDD+ duurzaam beheer Nationaal Park Odzala Kokoua, Congo Brazzaville

Via het Wageningen Universiteits Fonds heeft in 2014 een haalbaarheidsstudie gefinancierd die is afgerond in Augustus 2014. Wageningse onderzoekers hebben de haalbaarheid bestudeerd, van het gebruik van REDD+ als aanvullende financiering voor het duurzaam beheer van een Natuurpark in het op één na grootste aaneengesloten regenwoud in de wereld: de ‘Congo Delta’. Het onderzochte park is het ‘Nationaal Park Odzala Kokuoa’ en is gelegen in Congo Brazzaville.

Het behoud van biodiversiteit is een van de grootste uitdagingen van de moderne samenleving. Vooral de grote landzoogdieren zoals Olifanten en gorilla’s worden ernstig bedreigd, meestal als gevolg van het kleiner worden van hun habitat of illegale jacht en handel. De handel in kostbare producten zoals ivoor en het vlees van wilde dieren op regionale of wereld schaal, is goed georganiseerd. Er is urgente actie nodig om een oplossing te bieden voor het complexe spanningsveld tussen het gebruik en het behoud van de natuur. Ongeveer 12% van het Afrikaanse grondgebied is bestemd als beschermd gebied. Om de gebieden te beschermen is echter veel geld nodig omdat de kosten hoog zijn terwijl het relatief weinig inkomsten oplevert. De winsten van (illegaal) gebruik van de natuurgebieden, voor jacht, hout of aanleggen van plantages zijn vele malen hoger.

REDD+ (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation) is een internationaal politiek en economisch instrument dat het voorkomen van de uitstoot van broeikasgassen gebruikt om de klimaatverandering te verzachten. Bossen hebben grote hoeveelheden koolstof. Het verminderen van ontbossing en de achteruitgang van bossen vertaalt zich direct in een vermindering van de uitstoot van koolstof. REDD+ is een relatief nieuw instrument van de the United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC). Het instrument is bedoeld voor afspraken tussen overheden waarbij zogenaamde Carbon Credits tussen landen kunnen worden verhandeld. Daarnaast kunnen de ‘Carbon Credits’ ook op de vrije markt worden verhandeld. Het is voor beheerders van natuurparken de moeite waard, te onderzoeken of REDD+ een deel van de beheerskosten kan compenseren.

Dit onderzoek gaat specifiek in op het nationaal park ‘Odzala Kokuoa’ (PNOK) in Congo Brazaville dat met 1,3 miljoen hectare een van de grootste parken is in het ‘Congo Basin’, een zeer hoge natuurwaarde heeft en waar een van de grootste populaties van bosgorilla’s en bosolifanten leven. Het park wordt beheerd door de NGO African Parks en wordt ernstig bedreigd door illegale jacht.

Uit het onderzoek blijkt dat de mogelijkheden voor het inzetten van REDD+ voor het park zelf beperkt zijn. Echter de bossen rondom het park worden bedreigd door de ontwikkeling van economische activiteiten zoals een grootschalige Palmolie plantages, waterkracht centrales en mijnbouw. Dit zal ook schadelijke gevolgen hebben op de natuurwaarden van het park. Doordat het gebied beter wordt ontsloten door nieuwe wegen kunnen jagers nog makkelijker toegang krijgen tot het park. Door de grootschalige houtkap dreigt het park geïsoleerd te raken van andere natuurgebieden, waardoor de bewegingsvrijheid van het wild beperkt wordt.  

Er zijn echter ook positieve gevolgen mogelijk omdat door de betere toegankelijkheid de afzetmogelijkheden van landbouwproducten zoals cacao verbetert en er voor de lokale bevolking alternatieven ontstaan voor de illegale jacht.

REDD+ zou ook kunnen worden ingezet als instrument om verbindingszones tussen natuurparken te financieren  in de gebieden waar bos plaats maakt voor mijnbouw of landbouw. Door in deze gebieden stroken bos over te laten is het wild toch in staat zich te verplaatsen tussen de natuurgebieden.

Verbindingszones kunnen bestaan uit een combinatie van cacao plantages en zones waar duurzame houtkap wordt toegepast waarbij rekening wordt gehouden met wildbeheer. Deze zones zouden kunnen worden gefinancierd via een systeem waardoor de bedrijven die profiteren van de ontginning van het gebied meebetalen aan het natuurbehoud.

De totale koolstof voorraad en de natuurwaarden in het gebied moeten nog verder in kaart worden gebracht zodat beter inzichtelijk kan worden gemaakt welk effect de economische activiteiten hebben op het bos en de natuur.