Project

Haverketen (Fiat Avena)

Haver is gezond en voedzaam voor mens en dier, en duurzaam in de teelt. Het gewas is wereldwijd sterk verwaarloosd. Het verdient een grootschalige terugkeer in de Nederlandse landbouw en voeding om bij te dragen aan de ontwikkeling van een robuuste samenleving. De voedingskwaliteiten en functionaliteiten van haver worden internationaal steeds meer onderkend. Uniek voor haver is de kwaliteit van de beta-glucanen (met officieel door de EFSA toegekende gezondheidsclaims voor cholesterolverlaging). Haver heeft een hoog vetgehalte met veel onverzadigde vetzuren (omega-6 en omega-9). Haver scoort zeer goed op vitamines (o.a. vitamine ( E), mineralen (Mg) en polyfenolen. Op basis van deze eigenschappen past haver goed in een gezond dieet dat bijdraagt aan de preventie van hart- en vaatziekten, obesitas en diabetes. Havereiwit sluit goed aan bij de aminozuurbehoefte van de mens (aminozuursamenstelling is vergelijkbaar met peulvruchten).

Mensen met coeliakie (glutenintolerantie) kunnen haver goed verdragen. Deze eigenschappen maken haver en de bijproducten ervan ook geschikt als diervoederingrediënt met functionele eigenschappen (met o.a. verzadigings- en immuun-modulerende werking waardoor weerstand en gezondheid kunnen worden verbeterd en antibioticagebruik kan worden verlaagd) waarmee het kan bijdragen aan een meer duurzame dierlijke productie. Bovendien is haver landbouwkundig gemakkelijk, robuust en niet kieskeurig. Het past goed in diverse gewasrotaties en in de biologische teelt.

De voedingskwaliteiten en functionaliteiten van haver worden internationaal steeds meer onderkend. Uniek voor haver is de kwaliteit van de beta-glucanen (met officieel door de EFSA  toegekende gezondheidsclaims voor cholesterolverlaging). Haver heeft een hoog vetgehalte met veel onverzadigde vetzuren (omega-6 en omega-9). Haver scoort zeer goed op vitamines (o.a. vitamine (E), mineralen (Mg) en polyfenolen. Op basis van deze eigenschappen past haver goed in een gezond dieet dat bijdraagt aan de preventie van hart- en vaatziekten, obesitas en diabetes. Havereiwit sluit goed aan bij de aminozuurbehoefte van de mens (aminozuursamenstelling is vergelijkbaar met peulvruchten). Mensen met coeliakie (glutenintolerantie) kunnen haver goed verdragen. Deze eigenschappen maken haver en de bijproducten ervan ook geschikt als diervoederingrediënt met functionele eigenschappen (met o.a. verzadigings- en immuun-modulerende werking waardoor weerstand en gezondheid kunnen worden verbeterd en antibioticagebruik kan worden.

Doel

De voedingskwaliteiten en gezondheidsfunctionaliteiten van haver worden internationaal steeds meer onderkend. Voedingsvezels (met EFSA-goedgekeurde claim voor verlaging cholesterol), hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren, eiwit met gunstig aminozuur profiel, langzaam verterend zetmeel, hoog gehalte aan vitaminen, mineralen en antioxidanten maken haver tot een product dat zeer goed past in de voedingsbehoefte van mens en dier. Daarnaast heeft haver diverse interessante landbouwkundige eigenschappen, zoals lage N-behoefte, hoge ziekteresistentie, en onderdrukking ziektekiemen in de grond. Doel van dit project is om haver uit de vergetelheid te halen en terug te brengen in de Nederlandse landbouw, voeding en diervoeder.

Werkwijze

Om bovenstaand doel te bereiken heeft Wageningen UR het initiatief genomen tot het oprichten van De Nederlandse Haverketen, een open samenwerkingsverband tussen private sector en onderzoeksinstellingen op basis van de kernwoorden die het gewas haver karakteriseren: Gezond, Voedzaam, Duurzaam. Onderzoekspartners en bedrijfsleven partijen uit de keten formuleren samen onderzoeksvragen die omgewerkt worden tot projectvoorstellen of onderzoeksprogramma’s. Deze zijn gericht op veredeling, ras-selectie en teeltoptimalisatie, ketenbeheersing (o.a. glutenvrij), verwerking (zoals voorbehandelingen, maalcondities, moutcondities), productontwikkeling en -innovaties, gezondheid en inhoudsstoffen, veelal in geïntegreerde ketensetting.

Kennisverspreiding geschiedt op diverse wijzen en niveaus:

  • Werkoverleg: vindt structureel plaats met de verschillende betrokken onderzoekers.
  • Met individuele bedrijven: vindt geregeld plaats, vaak ad-hoc en één-op-één, veelal naar aanleiding van specifieke, bedrijf gerelateerde kennisvragen.
  • Met consortia binnen de haverketen: vindt plaats bij gelegenheid van projectaanvragen (EU; TKI A&F, T&U; EFRO; etc).
  • Naar doelgroepen: via vakbladen (bijvoorbeeld gericht op landbouw; gezondheid; gluten-vrij) en via website: www.haver.wur.nl.
  • Naar wetenschap: via wetenschappelijke publicaties, congresdeelname en –presentaties.

Publicaties