Project

Het belang van dode dieren in de natuur

Elk dier gaat ooit dood om vervolgens als voedsel te dienen voor andere organismen. Welke voedingsstoffen liggen in dode dieren opgeslagen? Hoe verloopt de afbraak van dode dieren (“aas”) in natuurgebieden? En in welke mate bepalen de aanwezige aaseters, zoals raven en vossen, hoe deze voedingsstoffen worden gerecycled? Dit zijn vragen die centraal staan in het promotieonderzoek van Elke Wenting.

Stelt u zich voor: een dier gaat dood in de natuur. Wat gebeurt er? Blijft het liggen of wordt het opgegeten door allerlei andere dieren (“aaseters”)? Aaseters worden vaak geassocieerd met taferelen die zich afspelen op de Afrikaanse savanne, maar ze zijn minstens net zo belangrijk in de West-Europese natuur. Voorbeelden van aaseters zijn vogels (zoals raven en buizerds), zoogdieren (zoals vossen en wilde zwijnen) en insecten (waaronder veel aaskevers en aasvliegen). Maar wat maakt dode dieren zo’n geliefde voedselbron?

Bron van voedingsstoffen

Alle levende wezens bestaan uit voedingsstoffen, zoals vitaminen en mineralen, die nodig zijn voor de opbouw van het lichaam en het instant houden van alle levensfuncties. Sommige essentiële voedingsstoffen, zoals kobalt en selenium, zijn erg schaars en dieren moeten moeite doen om deze voedingsstoffen in voldoende mate binnen te krijgen. In voedselarme gebieden, zoals de Veluwe, kan dit lastig zijn.

Dieren verzamelen de benodigde voedingsstoffen, waaronder de schaarse, gedurende hun hele leven. Op het moment dat een dier sterft, komen de voedingsstoffen die in het lichaam liggen opgeslagen, in één keer beschikbaar voor aaseters, op één enkele plek. Aaseters ondervinden hierbij concurrentie van bacteriën die het kadaver bederven zodat het oneetbaar wordt. Wat bepaalt in hoeverre aaseters het dode dier opeten voordat het bedorven is?

Aaseters in de natuurlijke kringloop

De microben die van kadavers leven zijn veel trager dan de aaseters en hebben daarom andere middelen nodig om zich het kadaver toe te eigenen. De theorie is dat microben proberen om het kadaver zó walgelijk te maken, dat aaseters niet meer geïnteresseerd zijn. Als de aaseters een dood dier snel genoeg kunnen vinden en opeten, hebben de microben te weinig tijd en “winnen” de aaseters. Maar als de aaseters te laat zijn, is het kadaver al walgelijk voordat ze het hebben gevonden; dan “winnen” de microben.

Wij denken dat de kringloop van voedingsstoffen die in dode dieren liggen opgeslagen sneller verloopt als er veel aaseters in de natuur voorkomen. Deze aaseters verspreiden deze voedingsstoffen over grotere gebieden dan de microben, waardoor de voedingsstoffen sneller worden opgenomen in de bodem en zo beschikbaar komen voor planten. Uiteindelijk kunnen er dan meer verschillende dieren en planten - en dus meer biodiversiteit - in een natuurgebied leven. In voedselarme gebieden, zoals de Veluwe, zal dit effect nóg groter zijn.

Experimenteel onderzoek

Tijdens dit onderzoek bestudeert Elke Wenting op welke manier aaseters in natuurgebieden bepalen hoe dode dieren worden afgebroken. Daartoe doet zij verschillende experimenten. Zo loopt in Nationaal Park Veluwezoom een experiment waarbij verschillende categorieën aaseters systematisch de toegang tot een kadaver wordt ontnomen (zoals wilde zwijnen, alle zoogdieren, alle vogels, etc.). Elke volgt het afbraakproces van deze kadavers door regelmatige bodembemonstering. Zo meet ze wat er met de voedingsstoffen gebeurt.

De uitkomsten van dit onderzoek zullen meer inzicht geven in de impact van wildbeheer op de kringloop van voedingsstoffen. Ook geeft dit nieuwe inzichten in de manier waarop - en waarom - dode dieren kunnen bijdragen aan biodiversiteit, in het bijzonder in voedselarme natuurgebieden.

Zie ook

Publicaties

Wenting, E., Siepel, H., & Jansen, P. A. (2020). Stoichiometric variation within and between a terrestrial herbivorous and a semi-aquatic carnivorous mammal. Journal of Trace Elements in Medicine and Biology, 62, 126622. https://doi.org/10.1016/j.jtemb.2020.126622

Financiering

Dit project wordt gefinancierd door: Graduate School for Production Ecology & Resource Conservation

In de media

KIJK Magazine | 09/2021 | Kadavers voor de wetenschap

Vroege Vogels TV | 27 november 2020 | Veluwezoom

Omroep Gelderland | 13 september 2020 | Slimme zwijnen verstoren onderzoek naar kadavers

Nature Today | 5 juli 2020 | Unieke eerste beelden van wolf en aaseters bij wolvenprooi

Vroege Vogels Radio | 5 juli 2020 | Unieke beelden van wolf en aaseters bij wolvenprooi

Quest Magazine | 08/2020 | Smullen van kadavers

Staatsbosbeheer Magazine | zomer 2020 | Er is leven na de dood

Nature Today | 8 april 2020 | Dood doet Leven voor raaf, vos, wild zwijn én wolf

Nature Today | 29 september 2019 | Dood doet Veluwse natuur leven

Omroep Gelderland | 3 maart 2019 | Wat is er nog over van de KadaverCam-ree?

In veel natuurgebieden zijn dode dieren schaars. Dat heeft een negatief effect op de dieren die van aas profiteren (“aaseters”).
In veel natuurgebieden zijn dode dieren schaars. Dat heeft een negatief effect op de dieren die van aas profiteren (“aaseters”).
Bart Beekers (ARK Natuurontwikkeling) en Elke Wenting bij de restanten van een paard in Nationaal Park Zuid-Kennemerland.
Bart Beekers (ARK Natuurontwikkeling) en Elke Wenting bij de restanten van een paard in Nationaal Park Zuid-Kennemerland.